U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.

 

Nog een week droog; Rijn en Maas op weg naar uitzonderlijk laagwater

Het warme en droge weer houdt voorlopig nog aan en zowel de Rijn als de Maas gaan naar voor de tijd van het jaar uitzonderlijk lage waterstanden en afvoeren. Zo kan de Rijnafvoer dalen tot ca 700 m3/s (stand 6,6 m NAP) en de Maasafvoer tot 15 m3/s. In de tweede helft van de week wordt er voor het eerst weer wat neerslag verwacht in de stroomgebieden en dat kan enkele dagen later voor een lichte stijging zorgen. De Rijn kan dan weer enkele decimeters stijgen, de Maas mogelijk naar 50 m3/s. Voor de langere termijn ziet het er echter niet gunstig uit, want de kans is groot dat het na de dagen met buien opnieuw voor langere tijd droog wordt. In het waterbericht leest u de details.

De rubriek water Inzicht ontbreekt, maar in de berichten over Rijn en Maas wel wat extra informatie over de laagwatersituatie.

Water van de week

Eind van de week een kort wat natter intermezzo, verder langdurig droog

Het hogedrukgebied dat onze weer bepaalt is de afgelopen dagen wat naar het noorden geschoven en ligt nu tussen IJsland en Schotland. Deze positie van het hogedrukgebied zorgt over de stroomgebieden en Nederland voor een oostelijke luchtstroming waarin droge en warme lucht wordt aangevoerd. Boven de Golf van Biskaje is ondertussen een lagedrukgebied ontstaan dat de komende dagen langzaam over Frankrijk naar het noordoosten gaat trekken.

Dit lagedrukgebied gaat boven het westen van Europa voor een overgang zorgen naar een buiig weertype, maar het is allemaal nog wat onzeker hoeveel regen daarbij gaat vallen en waar het gaat vallen. Deze overgang is in de weermodellen al lange tijd zichtbaar, maar iedere keer als er een nieuwe verwachting wordt opgesteld, ziet het neerslagkaartje er wel weer flink anders uit. Het blijft dus onzeker waar de meeste neerslag gaat vallen en ook of het voldoende is om de extreem lage waterstanden in de Rijn naar de Maas weer een beetje op te tillen.

Vanaf dinsdag neemt de buiigheid het eerst toe in de Alpen en het uiterste zuiden van Duitsland en tot en met donderdag kan daar voldoende neerslag vallen om voor de Rijn een heel klein beetje extra water op te leveren. De dagen daarna verschuift de zone met de meeste buien meer naar het noorden en in het weekend komen ook de Ardennen en het Midden van Duitsland binnen het bereik te liggen. Vooral op zaterdag en zondag wordt daar aardig wat regen verwacht. Volgens de laatste verwachting blijft Nederland buiten het bereik van het lagedrukgebied en blijft het hier droog. Uiteraard kan deze verwachting nog veranderen en trekken de buien misschien nog wel wat verder naar het noorden.

De dagen daarna verdwijnt het lagedrukgebied en daarmee de kans op buien naar het oosten en lijkt opnieuw een langere droge periode aan te breken. Het hierboven genoemde hogedrukgebied zakt dan namelijk af, over de Atlantische Oceaan naar het zuiden en krijgt in de loop van de week na het volgend weekend een uitloper over midden Europa. Op de weerkaarten verschijnen dan ook wel weer lagedrukgebieden, maar die liggen ver noordelijk op de Atlantische Oceaan en de neerslagzones die daarbij horen, kunnen Nederland alleen in verzwakte vorm bereiken. Als er al regen valt is dat waarschijnlijk alleen in het noorden van Nederland; voor de stroomgebieden is de kans groot dat het de hele week na het volgend weekend droog blijft.

Samengevat deze week eerst warm tot zeer warm weer in Nederland en de stroomgebieden met vanaf het midden van de week toenemende kans op buien in de Alpen. Vanaf vrijdag schuift de buiigheid naar het noorden, met in het weekend aardig wat regen in een zone vooral zuidelijk van Nederland en in ons land blijft het dan droog. Na volgend weekend breekt in de stroomgebieden opnieuw en langere droge periode aan, die waarschijnlijk aanhoudt tot het laatste wekend van juli.

Rijn daalt naar ca 6,6 m NAP en een afvoer tussen 700 en 725 m3/s.

Het droge weer houdt nog bijna de hele week aan en de waterstanden van de Rijn blijven daarom dalen naar voor de tijd van het jaar extreem lage waarden. Aan het begin van de week veerde de waterstand bij Lobith een heel klein beetje op vanwege water dat, na regenval een week eerder in het zuiden van het stroomgebied, op weg was gegaan. De waterstand steeg bij Lobith ongeveer 30 cm van 7,05 naar 7,35 m NAP en de afvoer steeg vanaf 900 naar ca 1.050 m3/s.

Vanwege de aanhoudende droogte in een groot deel van het stroomgebied en de hoge temperaturen is de waterstand na dit kleine golfje weer snel gaan dalen met soms meer dan 10 cm per dag. Afgelopen nacht werd de 7 m NAP bij Lobith onderschreden en de komende dagen blijft de stand dalen met gemiddeld zo'n 7 cm per dag. Maandagochtend 13/7 verwacht ik een stand van 6,88 m NAP, dinsdag 6,78 m, woensdag 6,72 m, donderdag 6,67 m, vrijdag 6,63 m en op zaterdag 18/7 de voorlopig laagste stand van ca 6,6 m NAP.

De afvoer daalt van de huidige 875 m3/s eerst met ca 50 m3/s per dag, later afnemend naar ca 25 m3/s per dag en aan het eind van de week naar 15 m3/s. Op vrijdag en zaterdag zal de afvoer dan uitgekomen op ca 700 m3/s. Uitzonderlijk laag voor de maand juli want de laagste afvoer in deze maand sinds 1901 trad op in 1976 en bedroeg 780 m3/s. In de maand augustus is de afvoer recent al wel eens nog wat lager gezakt, dat was op 18 augustus 2022 toen 670 m3/s werd aangetikt voordat een stijging begon tot buiten het bereik van de zeer lage waterstanden. De laagste afvoer ooit werd in 1947 gemeten; in november van dat jaar zakte de afvoer tot 620 m3/s.

Bij een afvoer onder 1.000 m3/s wordt het steeds lastiger om het water in Nederland bij de gebruikers te krijgen. Dat het überhaupt mogelijk is om water over een groot gebied te verdelen hebben we te danken aan het feit dat een groot deel van Nederland onder de zeespiegel ligt en het peil in de rivieren altijd boven het zeeniveau ligt. Daardoor is het in het westen van ons land mogelijk om water uit de rivieren in te nemen en te verdelen over al de laaggelegen polders in dat deel van het land. In het deel van Nederland dat enkele meters boven de zeespiegel ligt (vnl Brabant, Gelderland, Overijssel en Drenthe) is dat niet mogelijk en deze gebieden zijn voor de watervoorziening grotendeels afhankelijk van het grondwater.

De mogelijkheid om water te onttrekken uit de rivieren is een groot voordeel want zo heb je het hele jaar door water ook als het langdurig droog is. Toch loopt ook dit systeem tegen zijn grenzen aan als de hoeveelheid rivierwater sterk terugloopt. We gebruiken het water namelijk niet alleen om het waterpeil in de kanalen en sloten op peil te houden en langs deze wegen agrarische gebieden van water te voorzien, maar we gebruiken het ook om het hele watersysteem permanent door te spoelen. In datzelfde westen van het land bevindt zich namelijk op veel plaatsen zout water in de ondergrond en er is zoet water nodig om de zogenaamde zoutlast die dat oplevert, continu weg te kunnen spoelen. Dat vraagt een veelvoud van de hoeveelheid water die er daadwerkelijk voor de gewassen nodig is.

Een ander onderdeel van het huidige watersysteem dat bij lage afvoeren en warmte tegen zijn grenzen aanloopt is het IJsselmeer. Dit lijkt een prachtige buffer en de watervoorraad is er enorm, maar we gebruiken daarvan doorgaans alleen de bovenste centimeters; omdat het niet gewenst is dat het waterpeil uitzakt. In feite gebruiken we alleen het dunne waterschijfje dat de IJssel iedere dag weer bovenop het wateroppervlak aanvoert. Op veel dagen is dat niet meer dan 2 cm en bij lage rivierafvoeren neemt dat af tot minder dan 1 cm.

Op de warme dagen die nu aanbreken verdampt er ook enorm veel water vanaf het meeroppervlak en gemiddeld over de dag is dat voor IJsselmeer en Markermeer samen ca 100 m3/s die in de lucht verdwijnt. In de loop van de komende week loopt de IJsselafvoer terug tot slechts 130 m3/s en dat betekent dat er veel te weinig water overblijft om de kanalen in de noordelijke provincies van water te voorzien. Deze meren samen nemen bij warm weer liefst zo’n 100 tot 150 m3/s in en die hoeveelheid is er komende week dus bij lange na niet.

Om hierop voorbereid te zijn is het peil enkele weken terug, toe er nog voldoende water werd aangevoerd, al 10 cm opgezet. Dat is voldoende om ca 10 dagen warme dagen tijdens een periode met lage afvoeren op te kunnen vangen. Het zal spannend worden of dat gaat lukken en anders zit er niets anders op dan het meerpeil wel iets te laten zakken. Zo heel veel gaat er dan niet mis, in het najaar wordt het peil namelijk sowieso altijd al 20 cm verlaagd.

Terug naar de verwachting voor de komende tijd. Uiteraard zijn de bovengenoemde verwachtingen voor Lobith met een marge van +/- enkele centimeters voor de dagelijkse waterstanden en +/- 10 m3/s voor de afvoer. Vanaf aanstaande dinsdag wordt de eerste regenval verwacht in het stroomgebied, maar dat is ver zuidelijk in de Alpen en dat water is zeker een week onderweg voordat het bij Lobith aankomt. Voor een stijging van de waterstanden moeten we vooral kijken naar hoe actief de buien worden die vanaf vrijdag t/m zondag in het oosten van Frankrijk en het midden van Duitsland gaan vallen.

Deze verwachting is op deze termijn nog onzeker, maar ik ga er wel vanuit dat het voldoende oplevert om de Rijn weer iets te laten stijgen. Het eerste water van de regen die op 17 en 18 juli in het centrale deel van het stroomgebied gaat vallen, arriveert vanaf de 20e juli bij Lobith. De waterstand gaat dan weer wat stijgen, maar een grote stijging lijkt het niet te gaan worden. Ik ga voorlopig uit van een stijging tot ca 7 m NAP op woensdag 22 juli. De afvoer zal dan weer gestegen zijn tot ca 900 m3/s. Pas in het volgend weekend nadat de eerste regen is gevallen, is er wat meer zekerheid over hoever de stijging werkelijk zal zijn.

Het ziet er nu naar uit dat het na deze 3 dagen met buien opnieuw voor wat langere tijd droog gaat worden en die droogte zou kunnen duren tot na het weekend van 25 en 26 juli. En vond zich dan waarschijnlijk een uitloper van een hogedrukgebied tot boven Centraal-Europa waardoor regen het stroomgebied van de Rijn opnieuw niet kan bereiken. Als dat uitkomt dan krijgt de laagwaterperiode van komende week in de week daarna een vervolg.

Mogelijk dat de de waterstand dan nog wat verder zakt dan in de komende week. Dit hangt onder andere af van de hoeveelheid regen die er aan het eind van deze week gaat vallen. Mocht dat weinig zijn dan is de kans groot dat de afvoer na het weekend nog verder daalt dan deze week, maar als er toch wat meer valt dan nu verwacht, is die kans weer wat kleiner. De komende dagen zullen we de verwachtingen nauwlettend in de gaten moeten houden om hier meer zekerheid over te kunnen krijgen.

Maas afvoer blijft de hele week erg laag: 15 tot 20 m3/s.

De Maasafvoer is de afgelopen week gedaald van ca 35 m3/s naar slechts 20 tot 25 m3/s op dit moment. Bij zo lage afvoeren is het afvoerverdrag tussen België en Nederland in werking, wat inhoudt dat de kanalen die in de grensregio water afnemen van de Maas de inname beperken. Het Belgische Albertkanaal (dat al voor Maastricht water aftapt) valt dan terug van ca 17 m3/s naar 10 m3/s. De ca 20 m3/s die op een dag als vandaag bij Maastricht Nederland binnenstroomt moet verdeeld worden over 2 kanalen en de Grensmaas.

In het Julianakanaal wordt dmv het terugpompen van water bij de sluizen geprobeerd om bijna helemaal geen water meer door te voeren. In de praktijk komt dat er nu op neer dat er dan nog ca 2 tot 3 m3/s doorstroomt, waar dat gewoonlijk ca 13 is. De inname bij de Zuid-Willemsvaart is op dit moment nog niet afgeschaald. Daar stroomt nog steeds ca 12 m3/s doorheen naar de (Belgische) Kempen, het oosten van Brabant en het midden van Limburg. Dat is niet volgens de afspraak uit het verdrag, want daarin zou dit kanaal nu ook al flink moeten minderen om te voorkomen dat de Grensmaas minder dan 10 m3/s water ontvangt.

Dit is om het risico op te grote schade aan de vispopulaties van het N2000-gebied Grensmaas en waterkwaliteitsproblemen in het ondiepe water te voorkomen. Omdat de Zuid-Willemsvaart nu te veel water onttrekt, is de afvoer in de Grensmaas teruggevallen tot slechts ca 5 m3/s, de helft van de afspraak. Volgens het verdrag kan het ook nodig zijn om de toestroom naar de Grensmaas te korten, maar dat is pas als de afvoer in de Maas bij Luik tot onder de 30 m3/s zakt en daar was deze week nog geen sprake van.

De komende dagen kan dat trouwens wel gebeuren, want het blijft nog droog in het stroomgebied tot het eind van de week. Pas op vrijdag en zaterdag wordt er regen verwacht en tot die tijd kan de afvoer bij Maastricht nog wat verder dalen tot tussen de 15 en 20 m3/s. Heel veel regen wordt er komend weekend voorlopig ook niet verwacht, maar een kleine opleving tot wellicht 50 m3/s gedurende enkele dagen is dan wel mogelijk. Vanaf dinsdag na het volgend weekend wordt het zeer waarschijnlijk weer voor langere tijd droog. De afvoer gaat dan opnieuw dalen en de kans is groot dat dan opnieuw de 20 m3/s wordt bereikt bij Maastricht.

Laagwaterbericht, op weg naar de laagste stand ooit in juli gemeten

De droogte houdt nog zeker 10 dagen aan en de Rijnafvoer daalt naar tussen 725 en 750 m3/s en een waterstand bij Lobith tussen 6,6 en 6,7 m NAP. Standen die nog nooit zijn voorgekomen in deze tijd van het jaar.

De afgelopen dagen passeerde een heel klein beetje extra water bij Lobith afkomstig van regenval uit het zuiden van het stroomgebied ruim een week geleden. De afvoer, die eerder tot 920 m3/s was gezakt, steeg even tot boven de 1.000 m3/s en de waterstand steeg ca 30 cm en bleef net onder de 7,4 m NAP. Gemiddeld bedraagt de Rijnafvoer in deze tijd van het jaar ongeveer 2.100 m3/s, dus stroomt nu minder dan de helft van de normale hoeveelheid via de Rijn ons land binnen.

De komende dagen neemt die hoeveelheid verder af en uiteindelijk verwacht ik dat ed afvoer uitkomt rond de 750 m3/s over een dag of 10. De waterstand bij Lobith is dan gezakt tot ca 6,65 m NAP, dus nog ca 70 cm lager dan vanmorgen. Voor de functies die van het water afhankelijk zijn, is dat zorgwekkend weinig, want voor een goed functioneren van het Nederlandse watersysteem midden in de zomer is ongeveer het dubbele nodig. Die waarde zullen we voorlopig zeker niet gaan halen.

Toch is er mogelijk wel een (voorlopig bescheiden) verandering op komst want het hogedrukgebied dat al wekenlang het weer in onze omgeving bepaalt gaat plaats maken voor kleine lagedrukgebieden die over Frankrijk naar het oosten en noorden gaan trekken. Zij zorgen voor een toename in de buienactiviteit en dat kan lokaal flink wat water opleveren. De eerste regen kan gaan vallen op 14 en 15 juli; in het oosten van Frankrijk en de Alpen. Deze neerslag zit al enige tijd in de verwachting, dus is de kans vrij groot dat het van gaat komen. De hoeveelheden zijn echter nog erg klein en hoogstens levert het een stabilisatie op van de daling van de Bovenrijn in Zuid-Duitsland.

Een paar dagen later, voor 18 t/m 20 juli, wordt meer regen verwacht en dat zou dan ook meer in Midden-Duitsland kunnen vallen. Voor de situatie in Nederland is dat positief, want dat water is al binnen 3 dagen in Nederland. Deze regenval is echter nog niet zeker, want 10 dagen vooruit veranderen de verwachtingen vaak nog en het kan dus nog anders uitpakken. De enige strohalm is dat deze omslag al enige dagen in de verwachting zichtbaar is en dat geeft wat meer zekerheid dat er dan ook echt iets gaat veranderen.

Wat de verwachting voor de Rijn betreft, ga ik uit van een vrij snelle daling in de komende dagen met eerst zo’n 10 tot 15 cm per dag. Op zaterdag 11 juli wordt dan de 7 m NAP onderschreden bij Lobith, zondag 12/7 de 6,9 m en op dinsdag 14/7 de 6,8 m NAP. De afvoer zakt op 9/7 onder de 1.000 m3/s, op 11/7 onder de 900 m3/s en bereikt op 13 of 14/7 de 800 m3/s. Vanaf dinsdag 14/7 vertraagt de daling naar zo’n 5 cm per dag, later nog verder afnemend tot 3 cm/dag. De afvoer neemt dan ook minder snel af met 15, later 10 m3/s per dag.

Als er inderdaad vanaf 18 juli regen gaat vallen in het stroomgebied, dan zou op 19 of 20 juli de laagste stand bereikt bij Lobith moeten worden. Ik verwacht dan een stand tussen de 6,6 en 6,7 m NAP en een afvoer tussen de 725 en 750 m3/s.

Dit zijn uitzonderlijk lage standen en in deze tijd van het jaar is dat nog nooit gebeurd. Tot nu toe was 1976 het jaar met de laagste afvoer in juli en die bedroeg toen 785 m3/s. Recent daalde de afvoer in de zomer va 2022 nog wat verder, tot 680 m3/s, maar dat was in de tweede helft van die maand. In 2018 was de afvoer ook heel laag en zakte toen tot 730 m3/s, maar dat was eind oktober en in die tijd van het jaar is laagwater minder uitzonderlijk.

In het najaar vinden we ook de twee jaren dat de afvoer bij Lobith het laagste is geweest; dat was in 1947 met een afvoer van 620 m3/s en in 1949 met 645 m3/s, beide in november. Omgerekend in de waterstand bij Lobith komt dat neer op een stand van 6,25 m NAP, dus nog 40 cm lager dan waar we nu op afstevenen.

Komend weekend kunt u weer een volgend bericht verwachten, of er moet zich ineens een grote verandering in de weersverwachting aandienen, dan volgt een volgend extra bericht.

Droog zomerweer weet voorlopig niet van wijken, extreem lage waterstanden

De hele komende week blijft het droog en later gaan de temperaturen opnieuw in de lift naar tropische waarden. Bij gebrek aan regen blijven de rivieren voorlopig op een zeer laag peil. Een klein lichtpuntje is het beetje extra water dat in de Rijn vanuit het zuiden van het stroomgebied onderweg is. De stand zal daardoor eerst een klein beetje stijgen, voordat aan het einde van komende week opnieuw een daling inzet naar extreem lage afvoeren. Een overgang naar een natter weertype is voorlopig nog niet in zicht. In het water bericht leest u de details.

In de rubriek Water Inzicht een overzicht van de aanhoudende droogte in vooral Zuid-Duitsland en Zwitserland. Deze begon al in de winter en laat de Rijnafvoer nu dalen naar een historisch lage stand voor de tijd van het jaar.

Water van de week

Hogedrukgebieden bepalen voorlopig het weer.

Een uitloper van het Azoren-hogedrukgebied bepaalt voorlopig het weer in onze omgeving. De afgelopen dagen lag deze uitloper westelijk van ons waardoor er met een westelijke tot noordwestelijke stroming wat minder warme lucht werd aangevoerd. Komende dagen schuift deze uitloper wat naar het oosten en vormt zich waarschijnlijk ten noorden van onze omgeving een aparte kern van hoge druk. De wind draait dan naar het oosten waardoor het opnieuw warm tot zeer warm kan worden.

Al die tijd blijft het droog en zeker in combinatie met de hoge temperaturen en de sterke verdamping die dan optreedt, neemt het neerslagtekort de komende week sterk toe. In de stroomgebieden is het ook al lange tijd droog; vooral het zuidelijk deel van het stroomgebied van de Rijn maakt een lange zeer droge periode mee. In het begin van de afgelopen week werd dat even onderbroken door wat regen, wat een paar honderd m3/s extra water opleverde in de Rijn. Sinds de uitloper van het hogedrukgebied zich heeft ontwikkeld is het echter weer droog geworden in West-Europa en voorlopig blijft dat zo. Hoogstens valt er een enkele bui in de Alpen, maar dat zal nauwelijks extra water opleveren voor de Rijn.

In het begin van de week na het volgende weekend kan zich boven de Golf van Biskaje een lagedrukgebied vormen dat in de dagen daarna over Frankrijk naar het noordoosten trekt. In combinatie met de zeer warme lucht, die zich dan boven het Europese continent bevindt, kan dit een buiig weertype opleveren dat zorgt voor een onderbreking van de droogte. De eerste serieuze neerslagsignalen zien we echter pas op de weerkaarten voor 15 en 16 juli. Wat daarbij opvalt is dat volgens het Europese weermodel de buiigheid dan meerdere dagen aan zou kunnen houden, met alles bij elkaar ook flinke neerslagsommen.

Mogelijk is het model dus een serieuzere weersverandering op het spoor. Maar voorlopig is dit is nog ruim 10 dagen vooruit, dus het kan zeker nog veranderen en er staan ons voorlopig eerst nog 10 droge warme, en later zeer warme dagen, te wachten.

Rijn stijgt een heel klein beetje om daarna flink te gaan dalen naar een record lage stand rond 15 juli.

De Rijn bereikte midden afgelopen week zijn voorlopig laagste stand van ca 7,03 m NAP bij Lobith. De afvoer was toen gezakt tot ongeveer 920 m3/s. Dankzij de regen van vorig weekend en de dagen daarna, steeg de afvoer vanaf het eind van de week weer een heel klein beetje tot net iets onder de 1.000 m3/s op dit moment en de stand steeg ca 15 cm naar 7,2 m NAP. Vanuit het zuiden van het stroomgebied is nog wat meer water onderweg waardoor de stand kan de komende dagen nog een ietsje meer kan stijgen naar ca 7,4 m NAP.  De afvoer bedraagt dan 1.050 m3/s op dinsdag, waarna de daling weer inzet.

Inmiddels hebben we de maand juni achter ons gelaten en de gemiddelde afvoer over de hele maand bedroeg voor de Rijn slechts 1.150 m3/s. Dat is maar 50% van wat de Rijn in juni gewoonlijk naar Nederland afvoert. Alleen in 1934 was de gemiddelde afvoer met iets minder dan 1.000 m3/s in juni nog lager. In het ook zeer droge jaar 1976 bedroeg de gemiddelde afvoer in juni 1.272 m3/s. Een meer recent jaar met een ook zeer lage juni-afvoer was 2011, toen bedroeg de gemiddelde afvoer 1.285 m3/s. In dat jaar ging de afvoer in juli weer stijgen zodat later in de zomer geen heel lage afvoeren meer voorkwamen. In 1976 steeg de afvoer ook in juli, maar ging zij daarna weer flink omlaag.

De kans dat er ook dit jaar in juli een stijging volgt, is voorlopig zeer klein. De komende dagen gaat de waterstand wel een heel klein beetje omhoog, maar vanaf dinsdag alweer dalen en omdat het de hele week en het begin van de week daarna droog blijft, wordt het een daling van zeker 10 dagen lang. Op donderdag 9 juli verwacht ik dat de 1.000 m3/s weer onderschreden wordt en iedere dag gaat er daarna zo'n 30 tot 40 m3/s van de afvoer af zodat op zondag 12/7 de 900 m3/s wordt onderschreden. De waterstand bedraagt dan 7 m NAP. Ook daarna zet de daling nog door en rond 15 juli verwacht ik een stand tussen 6,85 en 6,9 m NAP bij een afvoer van ca 825 m3/s. 

Het afvoerverloop lijkt de komende 2 weken veel op dat van 1976, toen de afvoer ook in de eerste twee weken van juli sterk daalde (toen was er trouwens ook net een hittegolf). In dat jaar werd de laagste waarde bereikt op 11 juli met een laagste afvoer van 780 m3/s, dus nog net iets lager. In de twee weken daarna zou de afvoer in 1976 weer snel stijgen naar ruim 1.700 m3/s op 1 augustus. Dat was toen een welkome verrassing na de langdurige droogte van eerder dat jaar.

Het is nu nog niet duidelijk wat de Rijn dit jaar gaat doen na 15 juli als de afvoer tot net boven de 800 m3/s. De weermodellen laten een overgang zien naar natter weer en mocht dat uitkomen dan kan de afvoer vanaf ca 18 juli weer gaan stijgen. Maar voorlopig is dat te ver vooruit in de tijd om dat met zekerheid te kunnen zeggen.

Maasafvoer daalt naar slechts 25 tot 30 m3/s.

In het stroomgebied van de Maas viel aan het begin van de afgelopen week maar weinig neerslag en de afvoer is daardoor de hele week langzaam verder gedaald en bedraagt nu bij Maastricht nog slechts 35 m3/s. Dat is zeer laag voor de tijd van het jaar, maar niet helemaal uniek, want de Maas heeft maar 2 of 3 droge maanden na elkaar nodig om ver uit te zakken.

We zien dat ook terug in de gemiddelde afvoer over de maand juni: die bedroeg bij Maastricht ongeveer 70 m3/s en dat is maar ongeveer 50% van het langjarig gemiddelde. Hierboven we zagen we dat de Rijn ook maar 50% van het gemiddelde afvoerde, maar terwijl er bij de Rijn maar één jaar was met een nog lagere gemiddelde afvoer, waren dat er bij de Maas maar liefst 18. De meest uitzonderlijke zijn 1976 met een gemiddelde afvoer van ca 25 m3/s op enige afstand gevolgd door 2017, 1974 en 1964 met een afvoer van ca 40 m3/s. De komende week tot 10 dagen gaat de afvoer bij Maastricht verder dalen om in de buurt te komen van voor de tijd van het jaar extreem lage afvoeren van slechts 25 tot 30 m3/s.

De afvoer is dan zo laag dat het water zorgvuldig moet worden verdeeld over de Belgische en Nederlandse kanalen die nabij Maastricht water van de Maas afnemen. Hiervoor zijn in het verleden al afspraken gemaakt tussen beide landen in het zogenaamde Maasafvoerverdrag. Het houdt in dat er minder water via het Albertkanaal naar het Westen van België wordt afgevoerd en dat in het Julianakanaal pompen worden ingezet om de scheepvaartsluizen van water te voorzien. Uiteindelijk blijft er dan ca 10 m3/s over voor de Grensmaas die een minimale hoeveelheid nodig heeft om te grote schade aan de natuur van het snelstromende water te voorkomen.

Hoe lang deze periode van extreem laag water gaat aanhouden is nu nog niet te zeggen. Mogelijk dat en vanaf 15 juli weer regen kan gaan vallen in het stroomgebied. Maar voorlopig is het nog wat te vroeg om daar al met enige zekerheid iets over te kunnen zeggen.

Water Inzicht

Laagwater in de Rijn veroorzaakt door droogte die al in afgelopen winter is begonnen.

In de afgelopen waterberichten heb ik al vaak geschreven over de zeer lage waterstanden die de Rijn momenteel meemaakt. Niet dat het laagterecord binnenkort verbroken wordt, maar het is vooral de periode in het jaar die bijzonder is dat deze lage standen optreden. Gewoonlijk heeft de Rijn namelijk in het begin van de zomer nog een relatief hoge afvoer. Zo bedraagt het langjarig gemiddelde voor de afvoer in juni circa 2.250 m3/s en in juli 2.050 m3/s. Dat is voor beide maanden in de buurt van gemiddelde voor het hele jaar. Gewoonlijk daalt de Rijnafvoer pas in de tweede helft van de zomer naar steeds lagere waarden en wordt de laagste stand begin oktober bereikt. In zeer droge jaren ligt dat moment vaak nog wat later en de laagterecords vinden we in de meetreeks daarom pas terug in november.

De huidige droogteperiode valt op omdat deze al in de afgelopen winter is begonnen. De maanden december en januari waren al droog in een groot deel van het stroomgebied en nadat februari wel wat natter verliep is het daarna nu alweer 4 maanden droog tot zeer droog. De twee volgende figuren laten het tekort aan neerslag zien voor de eerste 6 maanden van dit jaar weergegeven in Zuid-Duitsland en Zwitserland. De grens van het stroomgebied van de Rijn is met een rode lijn aangegeven.

Neerslag Duitsland jan-jun 26.jpg

Neerslaghoeveelheden in Duitsland (afwijking van het langjarig gemiddelde) over de afgelopen 6 maandern
Neerslaghoeveelheden in Duitsland (afwijking van het langjarig gemiddelde) over de afgelopen 6 maandern

Neerslag Zwitserland jan-jun 26.jpg

Neerslaghoeveelheden in Zwitserland (Percentage van het langjarig gemiddelde) over de afgelopen 6 maandern
Neerslaghoeveelheden in Zwitserland (Percentage van het langjarig gemiddelde) over de afgelopen 6 maandern

In bijna alle kaartjes overheersen de bruine kleuren wat wijst op een neerslagtekort van zo'n 30 tot 80%. Alleen in februari viel er meer neerslag dan gemiddeld, met in de omgeving van Stuttgart zelfs meer dan het dubbele. Maar er waren toen ook al drogere gebieden, zoals het Sauerland, wat normaal altijd wel profiteert van een natte periode. Deze regen leverde begin maart een klein hoogwatertje op in de Rijn, maar daarna werd het al snel weer droog.

Maart verliep alweer droog, maar vooral april spande de kroon; met gebieden waar de hele maand lang vrijwel geen neerslag viel. In mei veranderde het weerpatroon enigszins en dit leverde vooral in het noorden van het stroomgebied meer neerslag op. Voor de Rijn is dat echter maar een klein deel van het stroomgebied en al met al leverde dit te weinig water op om de afvoer naar die gemiddelde waarden te laten stijgen. In juni werd het overal weer droog met ook nu de minste neerslag in het zuiden van Duitsland en ook in Zwitserland bleef het lang droog. Pas in de laatste dagen vielen er daar stevige buien, zodat de kleuren in het kaartje wat minder extreem werden.

Uit vroegere laagwaterperioden weten we dat de Rijn meestal pas zeer lage afvoeren bereikt als het meer dan 4 tot 6 maanden erg droog is geweest in het stroomgebied. De zeer lage standen die in het verleden meestal in oktober en november werden bereikt, werden dan steeds voorafgegaan door een droge periode die in de zomer was begonnen.

Dit jaar verliep dus anders want nu begon de droge periode niet in de zomer, maar al in de winter en op een kleine onderbreking na, duurt deze met name in het zuiden van het stroomgebied nu al 8 maanden. De volgende grafiek met de maandtotalen van de neerslag van een meetstation op de Feldberg in het Zwarte Woud laat dit goed zien. De hogere delen van dit gebergte vangen gewoonlijk in alle maanden van het jaar veel regen op en daarmee is het een belangrijke bron voor de Rijn.

Scherm­afbeelding 2026-07-05 om 13.06.55.png

Neerslaghoeveelheden over de afgelopen 12 maanden voor een meetstation in het Zwarte Woud (boven) en de afwijking tov het gemiddelde.
Neerslaghoeveelheden over de afgelopen 12 maanden voor een meetstation in het Zwarte Woud (boven) en de afwijking tov het gemiddelde.

Al sinds november is hier echter, op februari na met een ongeveer gemiddelde hoeveelheid, veel minder neerslag gevallen dan normaal. Buiten februari om viel er slechts 35% van de normale hoeveelheid. Een zo langdurige droogte in het stroomgebied is best wel bijzonder want vooral de laatste jaren waren juist de winters vaak natter en bleef de droogte beperkt tot het voorjaar en de zomer. Er zijn in het verleden wel enkele jaren geweest die op het huidige jaar leken, zoals onder andere 1976 en 2011 met ook toen lage Rijnafvoeren aan het begin van de zomer. In 1976 hield deze droogte ook in de zomer nog aan, maar in 2011 sloeg het weer in de tweede helft van juni om.

Dit jaar lijkt tot nu toe wat de Rijnafvoeren betreft, in de voetsporen van 1976 te willen gaan treden. Maar er is wel een belangrijk verschil en dat is dat het toen ook in Nederland heel droog was. Dit jaar viel dat, op de maand april na, mee. Net als in Noord-Duitsland, wat we hierboven op de neerslagkaartjes zagen voor mei en juni is er ook in Nederland toen vrij veel neerslag gevallen. Daarom valt het tot nu toe in ons land met de droogte en het neerslagtekort nog wel mee en is dit jaar wat dat betreft minder extreem dan in 1976.

De komende 10 dagen gaat het neerslagtekort in Nederland echter ook flink stijgen omdat het langdurig droog wordt en ook nog eens zeer warm. De Rijnafvoer daalt ondertussen en de Maasafvoer was al laag en blijft erg laag. We zullen zorgvuldig om moeten gaan met het water in de komende twee weken, maar wellicht dat er vanaf 15 juli weer een nattere periode aanbreekt; dus het is te overzien.

Vanwege de uitzonderlijk lage waterstanden zal ik halverwege de week weer een extra laagwaterbericht opstellen.

Laagwaterbericht

De Rijn bereikte vanmorgen zijn (voorlopig) laagste stand van net boven de 7 m NAP;  7,03 m om precies te zijn. De afvoer daarbij bedroeg slechts 905 m3/s en dat is uitzonderlijk laag voor de tijd van het jaar. Het langjarig gemiddelde bedraagt namelijk ruim 2.000 m3/s voor begin juli.  

Het waterbeheer in Nederland moet nu alle zeilen bijzetten om de gebruikers van voldoende water te voorzien. Een prettige bijkomstigheid is dat er in juni op veel plaatsen voldoende regen is gevallen, zodat de watervraag niet zeer hoog is.

Ook in Duitsland en Zwitserland viel de afgelopen dagen aardig wat regen. Zelfs nog wat meer dan waar het zondag naar uitzag. Dat betekent dat de Rijn de komende dagen nog wat verder kan stijgen dan de 7,3 m NAP die ik zondag nog verwachtte. Vanuit uit het zuiden van Duitsland is het meeste extra water onderweg, dus we moeten er wel even op wachten. 

Vandaag en morgen stijgt de stand al iets naar ca 7,15 m NAP (afvoer ca 950 m3/s) en vanaf zaterdag volgt dan een verdere stijging naar ca 7,5 m NAP (afvoer tussen 1.100 en 1.150 m3/s) op dinsdag 7/7 na het komend weekend. Daarna gaan waterstand en afvoer weer dalen.

In het stroomgebied van de Maas viel de afgelopen dagen weinig regen en de Maasafvoer is nu tot onder de 40 m3/s gezakt en blijft voorlopig erg laag. 

De weersverwachting heeft weinig regen in het verschiet voor de komende week tot 10 dagen. Alleen medio volgende week zijn er wat neerslagsignalen, maar voorlopig lijken die niet veel extra water op te gaan leveren voor de rivieren. Mijn verwachting is daarom dat de Rijn vanaf medio volgende week weer gestaag gaat dalen en zoals het er nu naar uitziet zou de stand nog wel eens verder weg kunnen zakken dan ze de afgelopen dagen deed.

Op 10 of 11 juli kan de afvoer weer onder 1.000 m3/s kunnen zaken en rond 13 juli zou de afvoer de 900 m3/s kunnen bereiken. De stand bedraagt dan nog maar 7,1 m NAP en het is niet onwaarschijnlijk dat kort daarna ook de 7 m NAP wordt onderschreden. Of het weer moet een verrassing in petto hebben, maar daar ziet het voorlopig nog niet naar uit.

Overgang naar koeler weer met wat neerslag in de stroomgebieden, net voldoende voor heel lichte stijging

De grootste warmte wordt nu verdreven uit West-Europa en er viel vooral in Nederland in de nacht van zaterdag op zondag lokaal veel regen. In de stroomgebieden bleef het nog droog, maar komende dagen kan daar ook wat regen vallen, wat een beetje water op kan leveren voor de rivieren. Later in de week wordt het weer voor langere tijd droog en gaan de waterstanden opnieuw dalen naar zeer lage waarden. In het waterbericht leest u de details.

De afgelopen dagen daalde de Rijnafvoer bij Lobith voor het eerst dit jaar onder de 1000 m3/s. In de rubriek water inzicht laat ik zien hoe bijzonder dat is in deze tijd van het jaar, nu het laagwater seizoen feitelijk nog moet beginnen.

Water van de week

Aanhoudende droog onder invloed van een nieuwe uitloper van het Azoren hogedrukgebied.

Het hogedrukgebied dat de afgelopen week voor droog en extreem warm weer zorgde is naar het oosten weggetrokken. Daarna volgde een koufront, behorend bij een lagedrukgebied ten noordwesten van Schotland, dat van west naar oost over het land trok. Dit bracht op veel plaatsen zware buien met uitzonderlijk veel onweer en lokaal ook veel neerslag. Op veel plaatsen in Nederland is juni daarmee een erg natte maand geworden en dat zorgt voor enige verlichting bij het waterbeheer in Nederland, wat de komende tijd te stellen krijgt met zeer lage afvoeren van zowel de Maas als de Rijn. 

Vandaag ligt het gebied met de extreme warmte nog boven Duitsland, maar ook daar wordt het vanaf morgen koeler. De overgang gaat er gepaard met buien en lokaal veel neerslag. De meeste regen lijkt voorbehouden voor het oostelijk deel van Duitsland en het stroomgebied van de Rijn komt er waarschijnlijk bekaaid vanaf. Met neerslaghoeveelheden tussen de 10 en 30 mm tijdens de eerste dagen van de komende week levert dat de Rijn hoogstens een heel klein beetje extra water op.

Vanaf donderdag komen we onder invloed van een nieuwe uitloper van het Azoren-hogedrukgebied en net als de vorige keer vormt dat een paar dagen later een aparte kern van hogedruk boven onze omgeving. Dit hogedrukgebied houdt regengebieden op grote afstand en dat betekent dat het in de tweede helft van de week overal weer droog wordt. Dit droge weer zou, zoals het er nu naar uitziet, wel eens een week kunnen aanhouden. Pas vanaf ongeveer 9 of 10 juli zijn er voor het eerst weer neerslag signalen te zien op de kaarten van de weermodellen. Dat is geen goed nieuws voor de Rijn en de Maas die daardoor verder zullen dalen naar voor de tijd van het jaar zeer lage waterstanden.

Rijn weer even boven 1.000 m3/s, maar al snel er weer onder.

De droogte die in een groot deel van het stroomgebied van de Rijn al maandenlang aanhoudt, heeft ervoor gezorgd dat de waterstand is gedaald naar een voor de tijd van het jaar uitzonderlijk lage stand. De hele afgelopen week daalde het waterpeil met gemiddeld 7 cm per dag en kwam vandaag uit op 7,15 m NAP. De afvoer die aan het begin van de week nog ca 1.100 m3/s bedroeg daalde ca 150 m3/s en passeerde in de nacht van vrijdag op zaterdag de grens van 1.000 m3/s.

Dit gebeurde eerder in de meetreeks van de Rijn in deze tijd van het jaar pas twee keer: in 1934 en 1976. Vorig jaar was de afvoer eind juni ook laag maar toen werd de 1000 m3/s net niet gepasseerd en volgende een wat nattere maand juli waarin de afvoer kon stijgen tot buiten het bereik van laagwater. Dat gaat dit jaar niet gebeuren want dankzij de buien van komende dagen zal er later in de week wel wat extra water bij Lobith aankomen, maar het zal niet meer zijn dan de spreekwoordelijke druppels op een gloeiende plaat.

Mijn verwachting voor de komende dagen is een nog iets dalende stand tot circa 7,1 m NAP op dinsdag 30/6, daarna een paar dagen stabiel tussen 7,1 en 7,15 m NAP, om vanaf vrijdag iets te gaan stijgen naar circa 7,25 tot 7,35 m NAP op maandag 6/7. De afvoer die nu circa 960 m3/s bedraagt daalt eerst naar circa 920 m3/s, om daarna iets op te lopen naar circa 950 m3/s aan het eind van de week. In het weekend stijgt de afvoer nog iets verder tot net boven de 1.000 m3/s, maar meer dan 1.050 m3/s verwacht ik niet dat Het gaat worden.

Deze hoeveelheden zijn gebaseerd op de neerslag van de komende dagen vanuit de buien die boven het stroomgebied worden verwacht. Deze regen moet nog vallen en het kan natuurlijk altijd anders uitpakken, maar er zal zeker niet voldoende vallen voor een flinke stijging. De buiigheid duurt maar een paar dagen en vanaf het tweede helft van de komende week wordt het weer voor minimaal een week droog in het stroomgebied en daardoor zet vanaf 6 juli opnieuw een langere daling van de waterstanden in. Hoever die daling doorgaat is nu nog niet te zeggen, maar de kans lijkt aanzienlijk na het volgende weekend, rond 10 juli, de waterstand tot onder de 7 m NAP kan gaan zakken en de afvoer daalt tot onder de 900 m3/s.

Maasafvoer blijft langdurig onder de 50 m3/s.

Vorig weekend was er nog een korte opleving van de afvoer bij Maastricht als gevolg van zware buien die in het weekend in het Waalse deel van het Maasdal waren gevallen. Zoals gebruikelijk met regen dat op een verhard oppervlak valt, komt het meeste water meteen tot de afstroom en loopt de afvoer ook snel weer terug zodra het droog is. Dit zagen we ook terug in de afvoer bij Maastricht die na een piekje boven de 200 m3/s een dag later alweer rond een daggemiddelde van circa 50 m3/s was teruggezakt.

Bij gebrek aan nieuwe neerslag bleef de afvoer de hele week schommelen rond de 50 m3/s. De buien die gisteren boven Nederland vielen gingen aan de Ardennen voorbij en de Maas hoeft daarom niet opnieuw op extra water te rekenen. Misschien dat er vandaag of morgen nog een bui kan vallen met een lichte stijging tot gevolg, maar de verwachting voor de komende week is dat er vrijwel geen neerslag gaat vallen in de Ardennen of de rest van het stroomgebied. De afvoer zal dan langzaam blijven dalen en aan het eind van de week verwacht ik bij Maastricht een daggemiddelde afvoer van ca 40 m3/s. Ook na het volgend weekend houdt het droge weer waarschijnlijk nog wel een tijd aan en dan kan de afvoer nog wat verder gaan zakken, richting 30 tot 35 m3/s.

Water INZICHT

Rijnafvoer daalde voor het eerst dit jaar tot onder de 1000 m3/s; hoe bijzonder is dat.

Als de afvoer bij Lobith onder 1.000 m3/s zakt, is dat voor de Rijn altijd een belangrijke grens. Onder die afvoer ontstaan er steeds meer problemen om de watervoorziening van Nederland op orde te houden. Het goede nieuws is dat we het relatief goed geregeld hebben, met allerlei plaatsen waar water ingenomen kan worden voor direct gebruik en buffers voor later in de tijd. Maar als de afvoer in de zomer onder de 1.000 m3/s zakt dan begint het wel op steeds meer plekken te knellen.

Nu is een Rijnafvoer van 1.000 m3/s ook weer niet heel bijzonder want het komt gemiddeld genomen zo'n 17 dagen per jaar dat de afvoer onder dat niveau zakt. Bij Lobith is dat het moment dat de waterstand onder 7,28 m NAP zakt. Wat de situatie dit jaar vooral bijzonder maakt is het moment in het jaar dat het gebeurt; want zoals we in de grafiek hierna kunnen zien is het zeer uitzonderlijk als rond eind juni of begin juli de afvoer dit niveau bereikt. Aan de hand van de afvoerreeks van Lobith, die begint in 1901, heb ik in deze grafiek van dag tot dag de kans weergegeven dat de afvoer lager uitviel dan 1.000 m3/s.

Scherm­afbeelding 2026-06-28 om 11.08.42.png

Kans gedurende het jaar dat de Rijnafvoer bij Lobith onder 1.000 m3/s zakt. (gebaseerd op de hele meetreeks van 1901-2025).
Kans gedurende het jaar dat de Rijnafvoer bij Lobith onder 1.000 m3/s zakt. (gebaseerd op de hele meetreeks van 1901-2025).

De grafiek laat zien dat in juni de kans daarop het kleinst is. Dat lijkt vreemd, want het is dan hoogzomer, maar dit heeft alles te maken met de aanvoer van smeltwater vanuit de Alpen die in mei en juni het grootst is en voorkomt dat er dan zeer lage afvoeren optreden. In de loop van de zomer neemt de hoeveelheid smeltwater af en daardoor neemt de kans op een lage afvoer gestaag toe. In juli is dat aan het eind van de maand circa 3%, wat betekent dat het dan op een bepaalde dag nog maar in ca 4 jaren (van de 125 jaar lange meetreeks) is gebeurd dat de afvoer zo laag was.

De hele nazomer en herfst neemt de kans op een afvoer onder de 1.000 m3/s van dag tot dag steeds verder toe tot bijna 20% begin november. Rond die tijd van het jaar gebeurt het dus gemiddeld in een op de 5 jaren dat de afvoer zo laag is en voor die tijd van het jaar is dat dus geen uitzonderlijke gebeurtenis. Voor het waterbeheer in Nederland is het dan ook niet zo'n groot probleem als de afvoer in oktober of november erg laag is. Het watergebruik is dan veel kleiner dan in de zomer en zelfs als de afvoer langdurig onder die waarde zakt, is er nog niet zoveel aan de hand.

Alleen voor de scheepvaart maakt de tijd van het jaar wel uit; die hebben er altijd last van als ze minder vracht mee kunnen nemen. Ook de natuur heeft te leiden, omdat bij lage afvoeren geulen en plassen in de uiterwaarden droogvallen en die zijn juist aangelegd om voldoende leefgebied te hebben voor het waterleven. De grafiek laat verder zien dat vanaf november de kans op een lage afvoer snel afneemt en deze lijn zet zich in de winter en het voorjaar door tot het laagste punt wat in juni valt.

De verwachting is dat lage afvoeren als gevolg van klimaatverandering in vooral het zomerhalfjaar steeds vaker zullen optreden en dit jaar lijkt daar een duidelijk voorbeeld van. Als we uitzoomen naar een wat langere periode dan blijkt er echter nog geen sprake te zijn van een trend naar vaker optredende lage afvoeren. De volgende grafiek laat dat zien, waarin ik de periode van vóór en na de klimaatverandering met elkaar heb vergeleken; de grens daarvoor heb ik bij 1980 gelegd.

Scherm­afbeelding 2026-06-28 om 11.09.19.png

Kans gedurende het jaar dat de Rijnafvoer bij Lobith onder 1.000 m3/s zakt; verdeeld over de perioden t/m 1979 en vanaf 1980.
Kans gedurende het jaar dat de Rijnafvoer bij Lobith onder 1.000 m3/s zakt; verdeeld over de perioden t/m 1979 en vanaf 1980.

Uit deze vergelijking blijkt dat in vrijwel in alle maanden van het jaar de kans op een afvoer onder de 1.000 m3/s tegenwoordig kleiner is dan vóór 1980; alleen in augustus is de kans toegenomen. In de andere zomermaanden juni en juli is er geen toename n is het nog steeds een zeldzame gebeurtenis. Waarschijnlijk gaat dit jaar er overigens wel voor zorgen dat de rode lijn in juli wat omhooggaat; want de verwachting is dat de afvoer in ieder geval tot medio juli onder de 1.000 m3/s blijft.

Buiten de zomer is de kans op een lage afvoer sinds 1980 een stuk kleiner geworden. In oktober en november is deze zelfs gehalveerd en komt het nu nog maar gemiddeld eens In de 10 jaar voor dat er 1.000 m3/s op een bepaalde dag wordt onderschreden. In de wintermaanden en het voorjaar is de kans op een lage afvoer zelfs bijna nul geworden.

Als we het hele jaar overzien, dan is het totaal aantal dagen in een jaar dat afvoer onder de 1000 m3/s is gezakt, in de afgelopen decennia een flink stuk afgenomen. Alleen in de 3 zomermaanden samen is ze tot nu toe gelijk gebleven. Het is zeer waarschijnlijk dat de kans in die maanden in de toekomst verder zal gaan toenemen, want het ziet er nu eenmaal niet goed uit voor de sneeuw in de Alpen in de komende jaren als de temperaturen zo snel blijven stijgen.

Wat de situatie dit jaar extra uitzonderlijk maakt is dat ook de afgelopen winter en het voorjaar in een groot deel van het stroomgebied al heel droog verliepen. Het is vooral daarom dat de afvoer dit jaar zo vroeg onder de 1.000 m3/s. Droge winters liggen niet in de lijn der verwachting bij verdere klimaatverandering. In een meer gewoon jaar zal er daarom voldoende neerslag in de winter en het voorjaar vallen om ook in de toekomst de kans op een afvoer van 1.000 m3/s in juni en juli beperkt te houden.  

Maar voor augustus ziet het er minder gunstig uit, omdat de sneeuw in de Alpen naar verwachting nog eerder zal gaan smelten, waardoor de sneeuw- en watervoorraad in de Alpen die tijd van het jaar vaker zal zijn uitgeput. De kans is daarom groot dat met name in augustus het vaker zal gebeuren dat de afvoer onder 1.000 m3/s zal zakken. En dat is een maand midden in de zomer als de meeste gebruikers nog veel water nodig hebben. Die zullen zich daarom moeten gaan voorbereiden op langere perioden met minder wateraanvoer. 

Abonneren op