Actuele verwachtingen waterstanden
Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.
Droog weer keert later in de week terug, dalende waterstanden, op termijn mogelijk extreem laag
In Nederland hebben we een natte week achter de rug, maar het einde van de nattigheid lijkt in zicht, want vanaf woensdag breekt een droger en warmer weertype aan. In de stroomgebieden viel niet zoveel regen en de waterstand in de rivieren is slechts een klein beetje opgetild in de afgelopen weken Met het droge weer dat nu aanbreekt, mogen we ervan uitgaan dat een daling volgt naar zeer lage waterstanden voor de tijd van het jaar. In het waterbericht leest hoever de waterstanden mogelijk gaan zakken.
In Water Inzicht een uitstap naar de Bodensee. Terwijl in Nederland in mei en juni regelmatig regen viel, bleef het verder naar het zuiden toe juist vaak droog. Dat heeft ook gevolgen voor het smeltseizoen in de Alpen, dat tot nu toe veel minder water heeft oplevert dan gewoonlijk. Dit laat zich goed aflezen aan de waterstand van de Bodensee, die dit jaar waarschijnlijk een historisch laag zomermaximum gaat bereiken.
Water van de Week
Na de wisselvalligheid, deze week weer meer invloed van hogedrukgebieden.
Ook de afgelopen week was het een komen en gaan van buien en neerslagzones boven Nederland. Sinds het begin van de maand is op veel plekken al zo'n 50 tot 90 mm regen gevallen en de kans is groot dat juni, net als mei, een relatief natte maand gaat worden. Alleen in het noordwesten van Nederland viel tot nu toe nog maar weinig regen in deze maand. Na de droge maand april die in heel het land droog verliep, is het in die regio droog gebleven, terwijl het in het grootste deel van het land juist veel natter weer.
De komende week komt er een einde aan het wisselvallige weer als hogedrukgebieden meer invloed krijgen op onze omgeving. Nederland was de laatste tijd een van de nattere delen binnen de stroomgebieden van Rijn en Maas, want niet ver ten zuiden van ons land viel al veel minder regen. Alleen de Middelgebergten vingen, zoals gewoonlijk, nog wel zo’n 30 mm op, maar in het grootste deel van het stroomgebied bleef het bij 10 tot 15 mm. Ook in de Zwitserse Alpen, meestal een regio waar veel neerslag kan vallen, bleef het afgelopen 10 dagen aan de droge kant. De rivieren ontvingen daarom maar mondjesmaat wat extra water.
Zoals ik hierboven schreef gaat er de komende dagen wel wat veranderen in het weerpatroon en nemen we in de tweede helft van de komende week afscheid van de wisselvalligheid. Het wordt ook aanmerkelijk warmer met temperaturen tot boven de 30 graden en mede daardoor neemt aan het eind van de week de kans op stevige onweersbuien toe.
De afgelopen week werd het weer in de stroomgebieden bepaald door een standvastig lagedrukgebied boven Scandinavië en een rug van hoge druk die vanaf IJsland naar Midden Frankrijk liep. Boven onze omgeving leverde dat een vrij koele (noord)westelijke stroming op waarin buien en neerslagzones overtrokken. De komende dagen trekt lagedrukgebied naar het oosten en breekt de rug van hoge druk op waardoor de een nieuw lagedrukgebiedje vanuit het zuidwesten over Nederland kan trekken. Dit is vrij plotseling in de weermodellen naar voren gekomen en het warme weer dat in het vooruitzicht was gesteld laat daardoor nog wat langer op zich wachten. Op dinsdag kan er daarom in Nederland en het aangrenzende deel van Duitsland nog wat regen vallen, maar op de rivierafvoeren heeft dat weinig invloed.
In de tweede helft van de week komen we onder invloed van een uitloper van het Azoren-hogedrukgebied, wordt het al snel warmer en het blijft dan een paar dagen droog. Vanaf vrijdag neemt dan de kans op stevige buien alweer toe, als de hoge druk zich even wat terugtrekt. Als het tot buien komt, lijkt de kans daarop voorlopig het grootst in een strook van Noord Frankrijk tot over Nederland. Het stroomgebied van de Rijn zou er dan grotendeels buiten vallen, maar dat kan in de loop van de week nog veranderen.
In het volgend weekend breidt het Azoren-hogedrukgebied zich opnieuw uit naar onze omgeving en ontstaat er bij de Britse eilanden een aparte kern. Het wordt dan voor langere tijd droog in Nederland en de stroomgebieden. Hoe lang dit droge weer aanhoudt is, zover vooruit, nog moeilijk te zeggen. Een mogelijke overgang naar weer natter dient zich op de weerkaarten echter echter al wel aan. Mogelijk ontstaat er namelijk een nieuw lagedrukgebied rond het midden van de week na volgend weekend (24-25 juni), dat via de Golf van Biskaje naar Frankrijk opdringt. Dergelijke weersystemen kunnen voor veel regen zorgen hebben we in het verleden gezien. Het is nu echter nog zover vooruit dat nog onzeker is welke koers dit lagedrukgebied gaat volgen en of het überhaupt de stroomgebieden wel weet te bereiken. Volgende week hierover meer.
Rijn nog even stabiel rond 7,75 m NAP, later dalend naar 7,25 m; afvoer naar onder 1.000 m3/s.
De Rijn afvoer gaat de komende week dalen naar voor de tijd van het jaar zeer lage standen. Op dit moment van het jaar hadden in het verleden alleen de jaren 2011 en vooral 1934 een zeer lage afvoer, met respectievelijk een laagste waarde van 1.150 m3/s en 900 m3/s. Iets later in de maand ging 1976 daar nog ruim onder met een afvoer van 780 m3/s. Zover gaat het voorlopig nog niet komen want ik verwacht nu over een dag of tien een afvoer van circa 975 m3/s.
Door de regen van de afgelopen weken in het stroomgebied is de Rijn wel iets gestegen naar een hoogste waarde van circa 7,9 m NAP (en een afvoer van 1.350 m3/s) aan het begin van de afgelopen week. Vorige week had ik nog iets meer water verwacht tot een stand net boven de 8 m, Maar de buiigheid leverde in het stroomgebied minder water op dan verwacht. Dit in tegenstelling tot Nederland waar op veel plekken juist meer regen viel dan vorige week nog werd verwacht.
Op zich is dat voor het waterbeheer gunstig, want in een situatie dat het allemaal wat natter is in ons land hebben we ook minder rivierwater nodig om alle gebruikers van voldoende water te voorzien. De enige die direct nadeel ondervinden van de lage waterstanden is uiteraard de binnenvaart, die met een beperkte vaardiepte te maken krijgt en dan minder lading kan meevoeren. Ook veel recent aangelegde nevengeulen langs de Waal en IJssel vallen al snel droog als de afvoer onder de circa 1.250 m3/s zakt; wat weer ongunstig is voor vissen en andere organismen die voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van deze geulen.
Op dit moment bedraagt de waterstand bij Lobith 7,75 m NAP en de afvoer 1.250 m3/s. Uit het midden en zuiden van het stroomgebied is nog een klein beetje extra water onderweg en daarom gaat de waterstand eerst tot woensdag iets stijgen naar circa 7,8 m NAP. Vanaf donderdag verwacht ik een vrij snelle daling met zo'n 10 cm per dag naar een stand van ca 7,4 m NAP op maandag 22/6. De afvoer is dan gedaald naar ca 1.050 m3/s. De dagen daarna zet de daling vertraagd door met zo'n 3 tot 5 cm per dag en dat zou betekenen dat op woensdag 24/6 de 1.000 m3/s voor het eerst dit jaar wordt onderschreden. Een dergelijke afvoer wordt vaker onderschreden, maar gewoonlijk gebeurt dat pas in augustus of september. De dagen daarna zet die daling langzaam verder door naar ca 7,25 m NAP op 25/6.
In deze verwachting ben ik ervan uitgegaan dat de buien van komende vrijdag boven onze omgeving, niet of nauwelijks tot in Duitsland en Zwitserland door zullen dringen. Mocht dat wel het geval zijn dan kan de daling vanaf het weekend wat trager verlopen. De week na het volgend weekend lijkt echter geheel droog te gaan verlopen, dus ook als de daling even vertraagd, is de kans toch groot dat het later in die week alsnog tot zeer lage waterstanden gaat komen. Wat er op nog langere termijn gebeurt hangt onder andere af van het lagedrukgebied dat over een dag of 10 verwacht wordt boven Frankrijk. Als dat doortrekt naar de stroomgebieden, dan gaan de waterstanden vrijwel zeker weer wat stijgen, maar dat is op dit moment nog uiterst onzeker.
Maas daalt tot onder 75 m3/s, na volgend weekend naar 50 m3/s.
Het stroomgebied van de Maas ligt voor in groot deel noordelijker in Europa dan dat van de Rijn en de Maas profiteerde daarom meer van de buiigheid van de afgelopen week dan de Rijn. De Maas afvoer is met ca 75 tot 100 m3/s wel laag voor de tijd van het jaar, maar niet extreem. Er zijn jaren dat de afvoer nu al tot onder de 50 m3/s was gezakt. Afgelopen vrijdag bijvoorbeeld kreeg de Maas nog wat extra water te verwerken en steeg de afvoer op zaterdag weer even tot boven de 100 m3/s.
Vandaag en morgen verlopen droog zodat de afvoer weer daalt tot circa 75 m3/s. Voor het verdere verloop is in de eerste instantie komende dinsdag belangrijk, want dan trekt een klein lagedrukgebiedje over Nederland en mogelijk levert dat in de Ardennen ook nog aardig wat regen op zodat de afvoer bij Maastricht weer even tot boven de 100 m3/s kan stijgen. Woensdag en donderdag verlopen droog met weer een wat dalende afvoer.
Vrijdag wordt dan weer interessant want dan kunnen er forse buien ontstaan boven een deel van België en als ook de Ardennen binnen het bereik van de buien vallen dan kan dat voldoende water opleveren om de Maas nog wat verder te laten stijgen tot misschien wel even tot 150 of 200 m3/s. Een paar weken terug gebeurde dat ook en toen steeg de af voor zelfs korte tijd tot boven de 400 m3/s.
Na het volgend weekend breekt een langere droge periode aan en dan gaan de afvoer zeker weer dalen naar onder de 75 en Omdat het dan ook vrij warm is is de kans groot dat later in die week ook de 50 m3/s wordt onderschreden. Net zoals we bij de Rijn zagen, is dit geen zeer uitzonderlijk lage afvoer maar wel voor deze tijd van het jaar.
Water Inzicht
Waterstand van de Bodensee als graadmeter voor verloop smeltseizoen in de Alpen
Mei en juni zijn vanouds de maanden dat de meeste sneeuw uit de voorgaande winter smelt hogerop in de Alpen; water dat een belangrijke bron is voor de Rijn in deze maanden. Maar ook de rest van de zomer profiteert de Rijn, omdat een groot deel van het smeltwater eerst in de grote Zwitserse Meren wordt opgeslagen. De Bodensee beslaat van het totale oppervlak van de meren ongeveer de helft en het peilverloop van dit meer is daardoor een goede maatstaf voor wat er bovenstrooms in de Alpen gebeurt.
Het peil in de Bodensee wordt ook niet gestuurd met stuwen of sluizen; er ligt een natuurlijke drempel in de uitmonding van het meer bij Konstanz, die het waterpeil stuurt. De meetreeks bij Konstanz loopt al vanaf 1 juli 1826 en is dus op 2 weken na 200 jaar oud. Veel reden voor een feestje is er dit jaar niet want juist nu laat de waterstand een dramatisch verloop zien. In de grafiek hieronder heb ik alle waterstanden van de afgelopen 200 jaar weergegeven.
Hele meetreeks Bodensee bij Konstanz.jpg

Het jaarverloop is vrijwel zonder uitzondering vrijwel ieder jaar hetzelfde, met lage standen in de wintermaanden - als de neerslag in de Alpen als sneeuw wordt vastgelegd - en hoge standen in de zomermaanden, als de sneeuw smelt en de neerslag als regen valt. Het gemiddelde van al deze jaren is met een zwarte streepjes lijn weergegeven. De afvoer (aan de rechterkant van de grafiek) loopt gemiddeld van ca 220 m3/s in januari op naar ca 650 m3/s rond 1 juli. Voor Lobith betekent dit, dat in januari gemiddeld slechts 7% van het water via de Bodensee loopt en in juli ca 30%. Samen met de andere Zwitserse meren betekent dit, dat in juli ca 60% van het Rijnwater dat Nederland bereikt, via de meren loopt.
De grafiek laat ook zien dat er van jaar tot jaar flinke verschillen zijn, met pieken tot boven de 1.000 m3/s. De meeste van die jaren liggen in het verre verleden, op 1999 na, een El Niño winter, toen door een combinatie van veel sneeuw en regen de op een na hoogste stand uit de meetreeks werd opgetekend. Bij de lage winterstanden zien we ook enkele jaren uit het verre verleden en één recente (2006). Dit waren stuk voor stuk droge winters en, vooral vroeger, ook zeer koude winters, waarin de afvoer terugliep tot minder dan 150 m3/s.
Rechts in de grafiek zien we ook uitschieters naar beneden, zoals 1947 en 2003; beide jaren met een lange droge zomer. Wat opvalt is dat het meest recente zeer droge jaar 2018; ik kom daar later in het bericht op terug. Het huidige jaar is in rood weergegeven en het ziet er naar uit dat dit jaar rond 1 juli waarschijnlijk de laagste stand van het smeltseizoen ooit gaat bereiken. Toch lag er dit jaar aan het eind van het winterseizoen nog wel een redelijk sneeuwdek in de Alpen en toen dat deze sneeuw vanaf half april is gaan smelten, is de stand ook iets gaan stijgen.
Die stijging is echter veel geringer dan in andere jaren, doordat er sindsdien veel minder regen is gevallen. Het aandeel regen, dat in de voorzomer ook altijd toeneemt, ontbreekt dit jaar. Daarbij was het vaak zonnig en warm in de Alpen, waardoor ook veel sneeuw is verdampt en dus geen smeltwater is geworden. De komende weken zien er ook niet gunstig uit, want het wordt opnieuw warm en het blijft voorlopig droog. In de volgende grafiek heb ik de periode waarin we ons nu bevinden uitvergroot, zodat de jaren uit de meetreeks met een lage stand in de periode dat normaal de piek wordt bereikt, beter zichtbaar worden. Deze lijnen zijn ingekleurd en het jaartal is erbij aangegeven.
20 jaren met een lage afvoer in juni.jpg

In totaal zijn dat er 20, met ieder een eigen verloop en daar hoort steeds een verhaal bij, dat ik kort zal proberen te duiden. In de 19e eeuw waren er 4 jaren met een zeer lage zomerstand. Een daarvan, 1865 (de brede groene lijn), had eind juni ook een zeer lage waterstand. In dat jaar was het voorjaar en de zomer erg droog en dat leverde een bijzonder verloop op: met een nog vrij hoge stand in mei (er lag namelijk wel veel sneeuw in de Alpen) en ook weer een oplopende stand in juli, toen het weer omsloeg en het natter werd; maar net op het moment dat de stand het hoogste had moeten zijn was hij dus extreem laag. Er zijn nog een aantal jaren uit het verre verleden (1832, 1854 en 1893), maar dit waren koude jaren waarin het smeltseizoen vrij laat op gang kwam en de stand uiteindelijk later in juli nog wel veel verder op zou lopen.
Uit de eerste helft van de 20e eeuw komen we alleen het jaar 1934 tegen, dat ook een droog voorjaar had, met rond deze tijd van het jaar een zeer lage stand. Maar uiteindelijk zou ook dit jaar vanaf half juni verder gaan stijgen. Het is dus geen wet van Meden en Perzen dat de stand na 1 juli altijd gaat dalen; als er voldoende regen valt blijft een stijging mogelijk. Er is dus nog hoop voor dit jaar.
Wat opvalt is dat de droge jaren uit de ’40-er jaren van de 20e eeuw er niet tussen staan. In die jaren was er in de winter wel genoeg sneeuw en voldoende smeltwater met een niet bijzonder stand in de Bodensee rond 1 juli. Het zou in die jaren vooral in de zomer en het najaar langdurig droog zijn, met zeer lage standen aan het eind van het najaar; een beetje zoals recent het jaar 2018.
Een andere periode met vaak lage Rijnafvoeren waren de 70-er jaren van de vorige eeuw met o.a. 1972 en het roemruchte jaar 1976. 1972 volgde het patroon van 1934, met een zeer lage stand in de Bodensee begin juni en voldoende regen in juli voor een stijging tot buiten het bereik van deze grafiek. In 1976 (de brede oranje lijn) was dat anders: het voorjaar was zeer droog en ondanks een korte wat nattere periode begin juni, die samenviel met wat meer smeltwater, volgde vanaf 5 juni een lange droge periode die de Bodensee snel liet zakken naar een wekenlange periode met (tot nu toe) de laagste stand sinds het begin van de metingen. Het was in die tijd dat ook de Rijn in Nederland de tot nu toe laagste juli-afvoer bereikte van 780 m3/s.
Na de droge jaren 70 volgden de natte 80-er jaren van de vorige eeuw, met zomers die vaak erg nat waren en die zien we in deze grafiek daarom niet terug. Vanaf 1991 keren de droge voorjaren en zomers weer terug en vooral 1996 valt op als een jaar met weinig smeltwater (de winter verliep toen erg droog) en een lage stand in juni. Maar net als we eerder zagen bij 1972 viel er vanaf juli toch voldoende regen om de Bodensee alsnog te laten stijgen. 1991 en 1998 hadden ook een lage stand in het voorjaar, maar toen was er wel voldoende smeltwater en regen om de stand al vroeg in de zomer voldoende te laten stijgen.
Terugkijkend over al deze jaren zien we een soort van patroon: dat de jaren met een lage afvoer in de voorzomer maar zelden ook een lage afvoer in het najaar hebben. Tegelijkertijd hebben de jaren met een lage nazomerafvoer meestal eerder geen lage voorjaarsafvoer gehad. Tot deze laatste categorie hoorde eerder al 1949 en 1964 en vanaf het jaar 2000 zien we nog 3 jaren (2003, 2005 en 2007) die pas later in de zomer naar zeer lage waarden daalden. En ook het recente jaar 2018 past in dit rijtje (weergegeven met een streepjeslijn). In dat jaar was de voorzomer nog vrij nat verlopen en de buffer in de Bodensee aan het begin van de droge periode dus goed gevuld. Ook in de andere jaren met een lage nazomerstand had de Bodensee steeds aan het begin van die zomer nog een ongeveer gemiddelde stand.
Er zijn in de grafiek nog een paar recente jaren niet besproken, maar die volgden ook steeds een van beide scenario’s. Zoals het jaar 2011, met een lage voorjaarsafvoer en rond medio juni zelfs de laagste stand uit de meetreeks, maar ook weer geen lage najaarsafvoer. En het recente jaar 2022 dat weer tegengesteld was aan 2011, met juist een hogere voorjaarsstand en een lage nazomerstand; dus vergelijkbaar met 2018. Als we deze jaren met een lage afvoer nog eens op een rij zetten dan valt nog iets op, de laatste 20 tot 25 jaar is er een sterke toename: in de 19e eeuw waren het er 4 (ca 5% van het aantal jaren), in de 20e eeuw 8 (8%) en in de 21e eeuw tot nu toe al 9 (35%). In een volgend bericht zal ik meer aandacht besteden aan deze trend.
Het jaar 2025 (de dikke bruine lijn) lijkt aanvankelijk wat op 1976, met een zeer lage voorjaarsafvoer, een korte piek rond medio juni en daarna weer dalend. Maar die daling zou niet zo lang aanhouden als in 1976 en uiteindelijk steeg de afvoer eind juli naar buiten het bereik van de zeer lage afvoeren. De enige uitzondering tot nu toe op dit patroon van - voorzomer laag en nazomer hoog of voorzomer hoog en nazomer laag - is 1976. De grote vraag nu is wat het huidige jaar gaat doen. De droge winter leek op die van 1996, het droge voorjaar op dat van 2011, beide jaren waarin de stand later in de nazomer niet extreem laag werd.
Maar dit jaar volgt uiteraard zijn eigen koers. Het zomermaximum van smeltwater en (een beetje) regen lijken we gepasseerd te zijn en inmiddels is de daling ingezet. De afvoer bleef daardoor ruim 300 m3/s dan gemiddeld en samen met de andere helft van de Alpen zal dat minstens het dubbele geweest zijn. Omgerekend naar de waterstand bij Lobith scheelt dat bijna 1 meter water. Als de droogte nog meer dan 2 tot 3 weken aanhoudt, dan zakt de stand begin juli tot onder die van 1976 en wordt het een historische zomer. Maar het is ook niet uit te sluiten dat het weer in juli omslaat. De hoogzomer is gewoonlijk een periode met veel buien in de Alpen en zo'n weersomslag is er ook vaak gebeurt in jaren met een lage smeltwaterpiek in juni. Over een paar weken weten we waar het dit jaar op uitdraait.
Komende week nog wat buien en licht stijgende waterstanden
De waterstanden van Rijn en Maas zijn de afgelopen tijd gestegen, maar op een uitschieter na bij de Maas is de stijging tot nu toe beperkt. De standen zijn daarom nog erg laag voor de tijd van het jaar en mocht er een wat langere droge periode aanbreken dan is er al snel kans op opnieuw extreem laagwater. Maar als het buiige weer aanhoudt blijven we net buiten dat bereik. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek Water Inzicht grafieken van het jaarverloop van Rijn en Maas van dit jaar in vergelijking met de voorgaande twee jaren.
Water van de week
Lagedrukgebied houdt wat langer stand dan eerder verwacht
Het weer voor de komende week pakt anders uit dan vorig weekend werd voorzien. De uitloper van een hogedrukgebied vanaf de Azoren richting Centraal-Europa komt minder goed uit de verf dan eerder werd verwacht. Dit betekent dat een groot lagedrukgebied, dat nu boven het zeegebied ligt tussen IJsland en Schotland, meer invloed houdt op het weer in onze omgeving tijdens de komende dagen.
In de tweede helft van de week verschuift het lagedrukgebied in de richting van Scandinavië en dan zou zich alsnog een rug van hoge druk kunnen ontwikkelen. Deze rug kan dan meer boven onze omgeving tot stand komen en verschuift mogelijk later in de richting van de Britse eilanden. Voor het weer in onze omgeving betekent dit, dat het vanaf het eind van de komende week voor wat langere tijd droog zal gaan worden. Tot die tijd ondervinden we de invloed van het lagedrukgebied en hebben we zo nu en dan te maken met regengebieden die overtrekken.
Dit buiige weer levert vanaf aanstaande dinsdag tot en met vrijdag nogmaals flink wat regen op in Nederland: 20 mm in het zuiden tot 40 mm in het noorden. In de stroomgebieden valt de meeste regen ook in het noordelijk deel, met 20 tot 30 mm in de noordelijke helft van Duitsland en 15 tot 20 mm in de Ardennen. In het zuiden van Duitsland blijft het zo goed als droog, maar hogerop in de Alpen kan weer wel zo’n 20 tot 30 mm regen vallen.
Deze natte periode is zo goed als zeker, maar dat het vanaf donderdag droog wordt is nog geen gelopen race. Tegen die tijd verschijnt er boven de noordelijke Atlantische Oceaan namelijk opnieuw een lagedrukgebied en er is een kans dat dit weersysteem net als zijn voorganger wat verder naar het oosten door weten te dringen. Als dat gebeurt, verhindert dit de uitbouw van de rug van hoge druk boven onze omgeving en houdt het onstabiele weer langer aan en daarmee de neerslagkansen. Maar ook als de rug van hogedruk zich wel ontwikkelt hoeft dat nog geen droog weer te betekenen want in die verwachting ontwikkelt zich mogelijk boven Oost-Europa een vlak lagedrukgebied met daaromheen flinke neerslaghoeveelheden.
Op dit moment is de kans het grootst dat de rug van hoge druk zich boven onze omgeving wel ontwikkelt en we langer met droog weer te maken krijgen. Daar ben ik ook in de waterverwachting hieronder vanuitgegaan. Maar omdat het nog zo'n 4 tot 5 dagen vooruit is, zou de weersverwachting later in de week nog kunnen veranderen naar een natter scenario, met of regen vanuit het westen of uit het oosten.
Rijn stijgt tot iets boven 8 m NAP; vanaf komend weekend weer langzaam dalend.
Na de extreem lage stand van circa 7,35 m NAP eind mei is de waterstand in de afgelopen week zo'n 50 cm gestegen. De afvoer ging daarbij omhoog van ca 1.050 m3/s naar ca 1.300 m3/s. Er is nog met meer water onderweg, waardoor morgen de stand net boven de 8 m NAP uit zal komen en de afvoer naar ca. 1.350 m3/s stijgt. Op dinsdag daalt de stand waarschijnlijk iets maar vanaf woensdag volgt weer een lichte stijging vanwege de regen die de komende dagen in het noorden van het stroomgebied valt. Dit levert op donderdag bij Lobith een waterstand op van misschien net 8,1 m NAP en een afvoer van ca 1.400 m3/s. Dit is nog steeeds erg weinig voor de tijd van het jaar want het langjarig gemiddelde bedraagt ongeveer 2.200 m3/s.
Het jaarverloop van 2026 is daarmee sinds kort iets boven de allerlaagste afvoeren uitgekomen die ooit in deze tijd van het jaar zijn voorgekomen. Die bedragen namelijk ongeveer 1.000 m3/s. Omdat na donderdag een wat langere droge periode aanbreekt, gaat de waterstand dan ook weer dalen. Maar omdat er ook vanuit de Alpen nog wat extra water onderweg is, verloopt die daling niet zo heel snel en duurt het tot na het weekend voordat de waterstand onder de 7,9 m NAP zal zijn gezakt.
Daarna zakt de waterstand wat sneller en rond 18 mei verwacht ik een stand van ongeveer 7,75 m NAP en een afvoer van ca 1.225 m3/s. Of het werkelijk zo laag wordt is echter nog de vraag want er is ook een kansje dat het vanaf komend weekend toch wat natter blijft in de stroomgebieden en in dat geval zou de stand wat minder ver kunnen uitzakken. Volgende week hierover meer.
Maasafvoer blijft laag rond 100 m3/s.
Vorig weekend was er een plotselinge afvoerpiek in de Maas als gevolg van extreme regen in de omgeving van Namen in het midden van Wallonië. Het zorgde voor enkele pieken in de Maas bij Maastricht van circa 400 m3/s. In tegenstelling tot mijn verwachting van vorige week, dat er nog wel wat meer water onderweg zou zijn aangevuld met extra neerslag, zakte de afvoer toch relatief snel in afgelopen week. In het midden van de week daalde de afvoer namelijk alweer tot onder de 100 m3/s en de opleving door regen op donderdag bedroeg ook niet meer dan enkele tientallen m3/s.
De komende dagen herhaalt dit patroon zich als er enkele dagen zijn waarin de buienactiviteit wat toeneemt. De grootste kans hierop is er op dinsdag en vrijdag, als er tot ca 10 mm regen in de Ardennen wordt verwacht. De stijging zal beperkt zijn en ik verwacht dat de afvoer de hele week zo rond de 100 m3/s zal blijven schommelen. Vanaf het komend weekend volgen enkele droge dagen en het is dan afhankelijk van de positie van een rug van hoge druk boven West-Europa of dit droge weer langer aanhoudt.
Mocht dat zo zijn dan gaat de afvoer na het komend weekend omlaag naar rond de 75 m3/s. Maar Misschien houdt het onstabiele buien geweer nog wat langer aan en blijft de afvoer schommelen rond het huidige niveau. Een periode met veel neerslag en stijgende waterstanden hoeven we in ieder geval niet te verwachten.
Water Inzicht
Hoe verloopt de afvoer van Rijn en Maas tot nu toe dit jaar
De winter verliep grotendeels droog in de stroomgebieden, op een natte periode na in de tweede helft van februari die uitmondde in een kleine hoogwatergolf. Daarna werd het opnieuw droog en vooral in de maand april viel er vrijwel geen regen. Dat zorgde voor sterk dalende waterstanden en ook al viel er in mei en de eerste dagen van juni wel zo nu en dan regen, dit was nog onvoldoende om de rivieren weer naar meer gemiddelde afvoeren te laten stijgen.
De volgende twee grafieken laten het afvoerverloop van dit jaar tot nu toe zien voor eerst de Rijn en later de Maas. Ter vergelijking heb ik ook het verloop van 2024, met een erg natte winter en voorjaar, en 2025, met een normale winter en zeer droog voorjaar, in de grafieken weergegeven. In de grafiek zijn ook het verloop van de hoogste en laagste dagafvoer weergegeven en de gemiddelde afvoer.
Schermafbeelding 2026-06-07 om 18.09.32.png

De Rijn begon dit jaar met een erg lage afvoer in januari en pas in februari was er voor het eerst sprake van een hoogwatergolfje. Veel stelde het niet voor en alleen lagere delen van de uiterwaarden overstroomden. Vanaf begin maart werd het al meteen relatief droog in het stroomgebied en in april virl bijna geen druppel. Net als vorig jaar daalde de afvoer snel naar voor de tijd van het jaar zeer lage waarden. Afgelopen weken was er een heel licht herstel, maar de lijn van 2026 in de grafiek bevindt zich nog steeds erg dicht bij de laagste afvoer ooit voor deze tijd van het jaar.
Vorig jaar gebeurde dat ook op vrijwel hetzelfde moment. Toen herstelde de afvoer zich begin juni en ook na de volgende perioden met een lage afvoer (in juli en eind augustus) wist de afvoer toch steeds weer een stijgende lijn te hervinden. Zo werd de afvoer in 2025 nooit extreem laag.
Hoe anders verliep het begin van 2024 met bijna 10 hoogwatergolven en -golfjes. De winter van 23/24 was ook verreweg de natste winter ooit in het stroomgebied. Wat opvalt is dat dit zich niet vertaalde in extreem hoogwater, maar vooral in het vaak optreden van min of meer gemiddelde hoogwatergolven. Een patroon dat we de laatste decennia vaker hebben gezien. Pas in augustus 2024 zakte de afvoer enige tijd onder het langjarig gemiddelde, iets wat in het huidige jaar, op circa 2 weken na in februari, aan een stuk door het geval is geweest.
Schermafbeelding 2026-06-07 om 18.44.56.png

Het verloop van de Maasafvoer laat dit jaar laat een zelfde patroon zien als dat van de Rijn, al waren er hier, na ook een zeer lage start, wel wat meer kleine golfjes. De hoogwatergolf in februari was niet bijzonder hoog. Vanaf half maart werd het langdurig droog en daalde de afvoer tot onder de 100 m3/s en daarmee erg dicht bij de laagste waarden die in het voorjaar ooit werden bereikt. Vanaf half mei zijn er weer wat kleine oplevingen.
Het verloop van dit jaar lijkt wel wat op dat van vorig jaar tot op deze datum. In de winter was er in januari 2025 wel een opvallend hoge afvoerpiek, die gemiddeld maar eens in de 3 tot 4 jaar voorkomt. De dalende lijn begon toen een maand eerder dan dit jaar, maar het lichte herstel begon ook een maand eerder. Vanaf juni bleef de afvoer dicht boven de laagste waarde ooit, maar het was ook nooit langdurig droog, waardoor er vaak kleine oplevingen waren die de stand weg hielden bij extreem laagwater.
Het jaar 2024 was bij de Maas ook van een andere orde. Het was erg nat in het stroomgebied en het kwam vaak tot hoogwater, al bleven extremen uit, net zoals bij de Rijn. De natte perioden werden afgewisseld door droge weken en dan daalde de Maas steeds snel naar waarden onder het langjarig gemiddelde. Maar het zou het hele jaar door (vrij) nat blijven en de afvoer steeg keer op keer weer tot boven het gemiddelde. In oktober was er een bijzonder hoogwater als gevolg van een voormalige tropische cycloon die over het stroomgebied trok. Het leverde toen en voor die maand uitzonderlijk hoge afvoer op.
Juni begint met buiig weer en stijgende waterstanden
De maand mei eindigde zeer warm en droog maar inmiddels hebben buien een overgang gebracht naar een koeler weerpatroon en ook de komende week houdt het buiige weer aan. Er valt voldoende regen in de stroomgebieden om de rivieren weer wat te laten stijgen. Het zijn geen grote hoeveelheden en de waterstanden blijven voorlopig aan de lage kant, maar de kans op een voortzetting van extreem laagwater zo vroeg in het voorjaar is voorlopig even voorbij. In het waterbericht leest u de details. De rubriek Water Inzicht slaat een weekje over.
Water van de week
Flink wat regen in de komende week, daarna waarschijnlijk weer droog
Aan het zeer warme en droge weer van de afgelopen 10 dagen is een einde gekomen en dat ging gepaard met enkele flinke onweersbuien. Deze weersomslag houdt voorlopig wel even aan en de komende 10 dagen gaan koeler en natter verlopen dan de afgelopen 10 dagen. Ook de rivieren krijgen weer wat meer water te verwerken en de Maas kreeg daar vannacht al een voorproefje van, toen er in Wallonië lokaal zoveel regen viel dat het een klein zomerpiekje opleverde.
De weermodellen hadden het inderdaad vorige week goed voorzien dat er rond deze tijd een einde zou komen aan het droge weer, alleen kwam deze omslag 2 dagen eerder dan verwacht. Daardoor werd ook het maandtotaal van de neerslag in mei nog wat verder aangevuld en in groot deel van Nederland is het een vrij natte maand geworden. Alleen in de noordwestelijke helft waren er plaatsen waar minder dan de normale hoeveelheid viel.
De overgang van zeer warm naar koeler weer werd in gang gezet door een koufront dat vanuit het noorden over Nederland trok. Het bijzondere aan dit weersysteem was dat de vaart er na verloop van tijd uitging en het zo’n beetje op de grens van Nederland en België tot stilstand kwam. Op het grensvlak van de koelere en de warme lucht ontstonden op vrijdagmiddag in Nederland al flinke buien en dat herhaalde zich in de nacht van zaterdag op zondag boven het midden en zuiden van België. Lokaal viel daar meer dan 100 mm regen in enkele uren tijd - enkele amateurstations maten zelfs 130 mm - en dat heeft daar tot veel wateroverlast geleid.
De buien houden ook vandaag, zondag, nog aan maar liggen nu wat oostelijker, zodat de regen in het stroomgebied van de Rijn valt. Net als eerder in de maand valt op dat verder naar het zuiden in Duitsland en de Alpen er steeds niet veel regen valt en ook ditmaal drongen de buien niet tot daardoor. De maand mei is daar dan ook droog verlopen met ruwweg maar de helft van de normale hoeveelheid regen, terwijl in Midden- en Noord-Duitsland wel de normale hoeveelheid viel of nog wat meer. We zien dat ook terug aan de Rijnafvoer vanuit Zwitsereland die op dit moment erg laag is. De komende dagen gaat in Centraal Europa ook regen vallen, maar waarschijnlijk onvoldoende om de Rijnafvoer weer naar langjarig gemiddelde standen op te laten lopen.
Het droge weer van de afgelopen week werd veroorzaakt door een hogedrukgebied dat zich inmiddels naar het zuidwesten heeft teruggetrokken zodat er ruimte komt voor lagedrukgebieden van af de noordelijke Atlantische Oceaan. Er passeren komende week enkele regenzones en ook is er bijna dagelijks kans op regen- en onweersbuien. Vanaf het volgend weekend neemt de invloed van lagedrukgebieden weer af en vormt zich een langgerekte rug van hoge druk vanaf de Azoren tot aan Scandinavië. Het ziet er echter niet naar uit dat dat een langdurige aangelegenheid wordt. Want vanaf halverwege de week na het volgend weekend zou deze rug weer kunnen opbreken, waarna lagedrukgebieden opnieuw de kans krijgen om het weer bij ons te gaan bepalen.
Vooral komende dinsdag zou een natte dag kunnen worden in de stroomgebieden met zo'n 10 tot lokaal 20 mm regen. Ook de Alpen liggen nu binnen het bereik van de regengebieden en daar kan lokaal nog wat meer vallen. Tot en met zaterdag blijft er dagelijks kans op regen en in totaal kan er tot het einde van de komende week zo’n 30 tot 50 mm regen vallen, in de Franse en Duitse Middelgebergten en vooral de Alpen nog wat meer. Vanaf komende zondag neemt de invloed van hogedruk weer toe en nemen de neerslagkansen sterk af.
Vanaf halverwege de week na het volgend weekend zou dat opnieuw kunnen veranderen als lagedrukgebieden in onze omgeving voor een toename van de buienactiviteit gaan zorgen. Hoe dat dan precies uitpakt is nu nog niet te zeggen, maar het ziet er in ieder geval niet naar uit dat het droge weer, dat vanaf volgend weekend aanbreekt, lang aan gaat houden. Een snelle terugkeer naar de hele lage waterstanden, waar de maand mei mee eindigde, zie ik er voorlopig dan ook niet van komen.
Rijn stijgt weer ca 75 cm, naar ca 8 m NAP.
De Rijn daalde de afgelopen week snel en kwam gisteren uit op een laagste stand van 7,34 m NAP en een afvoer van 1.045 m3/s. Gelukkig kwamen de buien iets eerder dan verwacht, anders had de afvoer misschien nog net de 1000 m3/s bereikt. Inmiddels is de waterstand weer langzaam wat gaan stijgen voorlopig vooral door extra water uit Noord Duitse zijrivieren. Verder naar het zuiden is nog nauwelijks regen gevallen, maar dat moet wel de komende dagen gaan gebeuren.
Over de hele maand mei kan de afvoer van de Rijn uit op een gemiddelde van 1.270 m3/s; dat is slechts 58% van het langjarig gemiddelde. Vorig jaar was de afvoer in mei vrijwel net zo laag en toen is het uiteindelijk toch nog redelijk goed gekomen met de afvoeren in de zomermaanden. Maar dat is geen garantie dat het dit jaar ook goed gaat komen. Procentueel wat de afvoer in de maand mei nog net wat lager dan in april en daarin zien we terug dat vooral in het zuiden van het stroomgebied van de Rijn de droogte aanhield. Terwijl de Maas profiteerde van wat extra regen en een gemiddeld tot hogere afvoer bereikte in vergelijking met het langjarig gemiddelde daalde de Rijn dus verder door.
De eerste weken van juni gaan in ieder geval proberen om het tij wat te keren, want er gaat de komende week aardig wat regen vallen. De eerste 2 tot 3 dagen verloopt de stijging nog maar uiterst traag. Het gaat dan om het water van de buien die vandaag in het noordelijk deel van het stroomgebied vallen en die zorgen tot en met woensdag voor een stijging van circa 10 tot 15 cm bij Lobith. Op donderdag verwacht ik dan een waterstand van ongeveer 7,5 m NAP bij een afvoer van ongeveer 1100 m3/s.
Komende dinsdag wordt een natte dag in het stroomgebied en het water daarvan bereikt vanaf donderdag Lobith en de waterstand kan dan wat sneller gaan stijgen, naar ca 7,7 tot 7,8 m NAP op zaterdag (afvoer ca. 1.250 m3/s). Omdat er de hele week iedere dag wel regen kan vallen zet ook daarna de stijging nog langzaam door naar een waterstand van circa 8 m NAP in het begin van de week na komend weekend; dat is van 9 t/m 11 juni. De afvoer bedraagt dan weer ca 1.350 m3/s, nog steeds erg laag voor de tijd van het jaar, maar het is wel voldoende om veel functies die van het water afhankelijk zijn weer wat ‘lucht’ te geven.
Vanaf 10 juni gaat de waterstand waarschijnlijk weer dalen omdat het vanaf 7 juni weer enige tijd droog zal worden in het stroomgebied. De huidige verwachting is dat dit droge weer niet heel lang aan gaat houden en als dat uitkomt zou dat betekenen dat de waterstand vanaf 15 juni waarschijnlijk weer wat kan gaan stijgen. Maar dit is uiteraard nog met een grote slag om mijn arm want meer dan 10 dagen vooruit kan de verwachting nog flink veranderen. Volgende week daarover meer.
Maasafvoer door buien naar een wat hoger niveau, rond 200 m3/s.
De Maas is de afgelopen twee weken flink gedaald en de afvoer was bij Maastricht is ondertussen tot slechts ca 80 m3/s uitgekomen; minder dan de helft van het langjarig gemiddelde. Over de hele maand mei bezien bedroeg de afvoer bij Maastricht 115 m3/s en dat is ongeveer 65% van het langjarig gemiddelde. De afvoer was daarmee iets hoger dan in april toen de Maas slechts 50% van de normale hoeveelheid water afvoerde. De maand april was dan ook erg droog en omdat in een deeel van mei wel aardig wat regen viel in het stroomgebied kon de afvoer wat opkrabbelen.
Gisteren aan het eind van de middag ging de afvoer bij Maastricht ineens flink omhoog van minder dan 100 naar ruim 350 m3/s en later in de nacht zelfs tot boven de 400 m3/s. Dit was water afkomstig van de zware buien, die in de Ardennen in het gebied tussen Charleroi, Namen en Luik waren gevallen. Het kaartje hieronder laat de neerslaghoeveelheden zien tussen gistermiddag en vanmorgen vroeg.
Neerslag Maas.jpg

In een groot gebied is meer dan 70 mm gevallen (oranje op de kaart). Vooral In de regio rond Charleroi is er een groot gebied waar meer dan 100 mm is gevallen en de kaart laat zelfs een gebiedje zien met meer dan 200 mm. Waarschijnlijk is dit een overschatting. De kaart is gebaseerd op de detectie door de neerslagradar en in gebieden waar grote hagel valt, vindt er soms een overschatting plaats. Dergelijke hoeveelheden regen leiden gegarandeerd tot grote wateroverlast en het valt op dat het tot nu toe weinig uit de regio naar buiten is gekomen behalve een bericht op de NOS dat mensen zich op hun daken in veiligheid moesten brengen omdat het water zo snel steeg (!).
Het is een van de kenmerken van het huidige klimaat dat buien vaker uiterst zwaar uitvallen. De hoeveelheid vocht in de atmosfeer is vanwege de hogere temperaturen de laatste decennia steeds verder toegenomen en zware buien komen mede daardoor steeds vaker voor. Het lastige van dit weerfenomeen is dat moeilijk te voorspellen is hoeveel regen er kan gaan vallen. Zo was een week geleden al wel bekend dat zich hier een bijzondere situatie zou kunnen ontwikkelen, maar de neerslaghoeveelheden die daarbij werden opgegeven waren toen nog niet meer dan zo'n 30 tot 50 mm.
Dat er dan in zo'n groot gebied 70 tot 100 en lokaal zelfs 130 mm gaat vallen is typisch iets van het huidige klimaat; dat het allemaal flink wat extremer uit kan pakken. Wat niet hielp voor de mensen in het gebied was dat de website van de Waalse waterautoriteit helaas gisteravond en ook nu nog, niet functioneerde; zodat mensen in beekdalen ook niet wisten wat er op hen afkwam. Tijdens het extreme zomerhoogwater van 2021 vielen ook verschillende meetstations uit, maar dat was begrijpelijk omdat het waterpeil veel hoger kwam dan de meetstations waren opgesteld; nu werkte de hele site niet.
Het gebied waar de regen viel is sterk verstedelijkt en een groot deel van het water dat op verhard oppervlak valt, stroomt dan via wegen af naar de beken in het dal en bereikt ook in korte tijd de Maas. Binnen een uur nadat de eerste zware regen was gevallen, begon bij Maastricht al de stijging van de afvoer; een soort van kleine vloedgolf. Later daalde de afvoer weer, om vervolgens weer te stijgen. Waarschijnlijk is dit schommelen het gevolg van het stuwbeheer in de Sambre en de Maas, dat moeilijk overweg kan met zo plotselinge grote hoeveelheden water.
Inmiddels is de afvoer opnieuw tot bijna 400 m3/s opgelopen, maar veel hoger zal het niet meer komen. De rest van de dag verloopt vandaag droog in het gebied en ook morgen valt er niet veel regen zodat de afvoeren dan weer flink kunnen zakken tot onder de 200 of 150 m3/s. Dinsdag volgt opnieuw een dag met flink wat regen, maar dat zijn waarschijnlijk geen zware buien maar meer stationaire regen en dat leidt dan niet tot zulke grote afvoer pieken. De afvoer kan dan wel weer wat door stijgen tot mogelijk tussen de 200 en 250 m3/s.
Tot en met vrijdag blijft de kans op regen In de Ardennen en daar kunnen soms ook flinke buien tussen zitten maar zo uitzonderlijk als afgelopen nacht zal het dan niet meer zijn. De buien van vannacht ontstonden namelijk precies op de grens tussen koelere en hele warme lucht en de komende week is deze zeer warme lucht uit West-Europa verdreven en is er ook niet meer zo'n scherp grensvlak tussen de beide luchtsoorten. In de tweede helft van de week verwacht ik daarom dat de afvoer zo tussen de 150 en 250 m3/s zal blijven schommelen om dan vanaf het weekend weer verder te gaan dalen.
Vanf het komend weekend breken namelijk een aantal droge dagen aan waardoor de afvoer weer tot onder de 150 m3/s kan dalen. In de loop van die week neemt waarschijnlijk de buiigheid weer toe, maar op dit moment is nog niet te overzien hoeveel regen dat gaat brengen en het zou ook nog kunnen dat dat het droge weer nog wat langer aanhoudt.
Nog een droge week met dalende waterstanden, maar er lijkt verandering op komst
Hogedrukgebieden maken de dienst uit en voorlopig blijft het droog, zodat de waterstanden flink gaan dalen, naar erg lage waarden voor deze tijd van het jaar. Maar rond de maandwissel lijkt er toch een verandering op komst: het hogedrukgebied trekt zich terug en dat biedt ruimte voor regengebieden. Of die voldoende neerslag brengen om de waterstanden weer zover te laten stijgen dat ze buiten het bereik van laagwater komen, is echter nog niet met zekerheid te zeggen.
In de rubriek Water Inzicht een vooruitblik op de komende maanden. Zijn de huidige lage rivierafvoeren een voorbode voor nog veel lagere afvoeren later in de zomer?
Water van de week.
Hogedrukgebieden bepalen het weer, maar niet meer voor heel lang.
De afgelopen week trok een hogedrukgebied vanuit het zuidwesten over Frankrijk naar onze omgeving. Daar vooruit viel in Nederland nog aardig wat regen en mei is in het grootste deel van ons land dan ook geen droge maand geworden. Anders is dat in de stroomgebieden waar sinds begin mei veel minder neerslag viel en dat merken we aan de lage waterstanden in de rivieren.
Het hogedrukgebied blijf nog enkele dagen in onze omgeving liggen maar is toch niet heel standvastig en trekt zich aan het eind van de week terug in zuidwestelijke richting. Vanaf zaterdag 30 mei maakt dat de weg vrij voor lagedrukgebieden die over de noordelijke Atlantische Oceaan in oostelijke richting trekken.
De laatste dag van de maand zou een eerste regengebied, behorend bij dit lagedrukgebied, over onze omgeving en de stroomgebieden naar het oosten kunnen trekken. Deze neerslag zat al een aantal dagen in de uitdraai van het Europese weermodel. Aanvankelijk was dit nog wat weifelend, maar in de laatste runs van het model is het steeds duidelijker geworden dat er een weersomslag op handen is.
Volgens de laatste verwachting zouden er in de eerste 5 dagen van juni zo'n 30 tot 50 mm regen kunnen vallen in Nederland en in stroomgebieden van Rijn en Maas. Als dat uitkomt dan zou dat voldoende moeten zijn om de waterstanden vanaf circa 3 juni weer te laten stijgen. Uiteraard is dit nog met een slag om de arm want het is nog 10 dagen vooruit en op zo'n termijn kan het uiteindelijk ook nog anders uitpakken. Maar een voortzetting van het huidige zeer droge weer lijkt het niet te gaan worden.
Rijn daalt de komende dagen sterk, tot ca 7,3 m NAP; daarna waarschijnlijk weer stijgend.
Aan het begin van de week passeerde bij Lobith nog een heel klein golfje extra water en de stand steeg toen tot ca 8,2 m NAP en de afvoer bereikte net niet de 1.500 m3/s. Dat is ruim onder het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar, dat ca 2.250 m3/s, maar het zorgde voor enige otspanning na de zeer lage afvoeren aan het eind van april.
Vanaf maandag is de stand weer gaan dalen en inmiddels is de 7,8 m NAP bereikt bij een afvoer van ca 1.250 m3/s. Vanwege het droge en vooral ook warme weer daalt de stand de komende dagen snel verder, met ca 10 cm per dag. Op donderdag verwacht ik dat de 7,5 m wordt bereikt en de afvoer bedraagt dan nog ca 1.100 m3/s. Dat is nog niet de laagste afvoer van dit jaar die werd begin januari bereikt, toen de afvoer op 8/1 tot ca 1.050 m3/s daalde. Zeer waarschijnlijk gaan we daar later in de komende week nog onder komen, want ook na donderdag blijft de stand voorlopig dalen.
Het gaat dan wel wat minder snel, met eerst zo’n 7 en later 3 tot 5 cm per dag. Zaterdag 30/5 wordt dan de 7,35 m NAP bereikt en zondag of in de eerste dagen van juni verwacht ik dat de stand gedaald zal zijn tot ca 7,3 m NAP. De afvoer is dan gedaald tot tussen de 1.000 en 1.025 m3/s. In de rubriek water Inzicht ga ik erop in hoe bijzonder dat is.
Zoals ik hierboven al beschreef is de verwachting nu dat het vanaf 1 juni weer regen gaat vallen in het stroomgebied en het eerste water daarvan zou dan vanaf 3 juni bij Lobith aan kunnen komen. Als dat inderdaad uitkomt dan gaat de waterstand, die dan ca 7,3 m NAP bedraagt, vanaf dat moment weer langzaam stijgen. Hoe groot die stijging zal zijn en of we daarna opnieuw een langere droge periode aanbreekt is nu nog niet te zeggen.
Maar voorlopig hebben we te maken met zeer lage waterstanden en er zal heel wat regen moeten vallen om die standen weer naar een niveau te brengen dat normaal is voor deze tijd van het jaar normaal is. De kans op lage waterstanden later in de zomer blijft daarom voorlopig groot.
Maas daalt naar ca 75 m3/s, later nog wat lager.
In het stroomgebied van de Maas viel in het begin van de week nog wel wat regen en afvoer schommelde doen tussen de 125 en 150 m3/s. Toen het In de tweede helft van de week droog werd daalde de afvoer snel naar circa 100 m3/s om op dit moment. Met een geheel droge week voor de boeg zet deze daling zich voort en gemiddeld daalt de afvoer met zo’n 5 m3/s per dag. Aan het eind van de week verwacht ik een afvoer van ongeveer 75 m3/s; dat is dan gemiddeld over de dag want er zijn altijd uitschieters naar boven en beneden.
In het weekend en direct daarna daalt de afvoer nog wat verder maar vanaf en het begin van de week na het volgend weekend wordt er al meteen aardig wat regen verwacht in Ardennen en dan zou de afvoer weer kunnen gaan stijgen. Grote hoeveelheden regen worden niet meteen verwacht en de kans is voorlopig klein dat de voor deze tijd van het jaar gemiddelde afvoer van circa 175 m3/s weer wordt bereikt.
Water Inzicht
Is laagwater in het voorjaar een voorbode voor nog (veel) lagere waterstanden later in het jaar.
De maand april verliep droog in het stroomgebied en de Rijnafvoer daalde gestaag tot onder de 1200 m3/s aan het eind van die maand. De eerste weken van maart mei brachten wel weer wat neerslag zodat de afvoer ongeveer 300 m3/s steeg, maar inmiddels is de droogte teruggekeerd en het ziet er naar uit dat deze zeker tot het eind van de maand zal aanhouden. De Rijnafvoer is weer gaan dalen en ik verwacht dat rond het eind van de maand de afvoer net boven 1.000 m3/s zal uitgekomen.
Als we de meetreeks van de Rijn erop nakijken, dan waren er in de tweede helft van mei slechts 6 andere jaren met een ongeveer even lage of nog lagere afvoer: 1921, 1934, 1938, 1976, 2011 en vorig jaar. De laagste afvoer eind mei trad op in 1921, 1934 en 2011, toen deze nog ca. 100 m3/s lager was. Voorlopig ziet het er niet naar uit dat de afvoer dat niveau gaat bereiken, maar het is niet ondenkbaar dat het alsnog in juni gebeurt. Gewoonlijk komen de laagste afvoeren in de Rijn pas in de nazomer en in de herfst voor. Zo stamt de laagste afvoer uit de meetreeks van begin november 1947 (625 m3/s) en recent kwam 2022 nog tot een heel lage waarde; dat was op 18 augustus, toen de afvoer daalde tot 680 m3/s.
Als we de jaren bekijken die in het voorjaar een hele lage afvoer kenden, dan zou je verwachten dat de kans dan groter is dat deze ook in het najaar een lage waarde hebben, maar dat blijkt, op enkele uitzonderingen na, niet het geval te zijn. In de volgende grafiek heb ik dat geprobeerd te verduidelijken. Op het eerste gezicht lijkt het een warboel van lijnen; maar ik hoop dat het met wat toelichting duidelijker wordt.
Schermafbeelding 2026-05-24 om 14.54.09.png

In de grafiek zijn alle jaren weergegeven die gedurende de periode maart t/m oktober zakten tot een afvoer die minder dan 60% van het langjarig gemiddelde bedroeg. Dit is ongeveer 30% van alle jaren. Voor mei bijvoorbeeld bedraagt het langjarig gemiddelde 2.200 m3/s en in de grafiek zijn dan de jaren weergegeven die in mei tot onder de 1.320 m3/s zakten. Alle jaren die in de maanden maart t/m juni aan dit criterium voldeden heb ik rood gemarkeerd. Vervolgens heb ik alle jaren zwart gemarkeerd, die nog niet rood gemarkeerd waren, en dus later in de zomer en herfst lager uitkwamen dan 60% van de gemiddelde afvoer. Enkele jaren hebben een andere kleur, daar kom ik later op terug.
Wat opvalt in de grafiek is dat van de rood gemarkeerde jaren er maar enkele terug te vinden zijn bij de hele lage afvoeren in het najaar. Het gaat slechts om 4 jaren (1921, 1972, 1976 en 1991) die zowel in het voorjaar als het najaar een lage afvoer bereikten. In de andere jaren, dat zijn er 14, kwam het in het najaar niet tot zeer lage afvoeren. Veelal bleef de afvoer wel wat aan de lage kant, maar er viel toch steeds voldoende neerslag om de waterstand niet al te ver te dalen; zo werd de 1.000 m3/s, vrijwel niet meer onderschreden in deze jaren.
Een mooi voorbeeld is vorig jaar, dat als een paarse stippellijn is weergegeven. In het voorjaar daalde de afvoer tot een zeer lage afvoer van net iets onder de 1.050 m3/s en later in mei en juni volgde nogmaals een dipje tot dicht bij 1.000 m3/s, maar het hele najaar bleef 2025 toch ruim boven het bereik van de zeer lage afvoeren.
Aan de rechterkant van de grafiek zien we dat de jaren die in het najaar een zeer lage afvoer bereiken (dit zijn er 16), in het voorjaar meestal ontbreken. Deze jaren heb ik zwart gemarkeerd en op een paar jaar met een korte periode met lage afvoer na in maart, komen we deze jaren in de periode van april t/m juni niet meer tegen bij de lagere afvoeren. Blijkbaar viel er in die jaren in het voorjaar voldoende regen en waren de voorjaarsafvoeren niet zeer laag. Bij de meeste van deze jaren zien we pas vanaf juli of augustus een sterke daling die dan maandenlang aanhoudt om te eindigen met zeer lage afvoeren in oktober of november.
Een mooi voorbeeld hiervan is het recente jaar 2018, dat in de grafiek is weergegeven met een zwart streepjeslijn. 2018 kende in het voorjaar nog relatief hoge afvoeren en is daar niet in de grafiek te vinden, om pas vanaf begin juli aan een lange daling te beginnen en uiteindelijk eind oktober uit te komen op een zeer lage 735 m3/s. Andere jaren die een vergelijkbaar patroon laten zien zijn oa. 1947, 1949 en meer recent 2003 en 2022. De lage najaarsstanden gingen bij geen van deze jaren vooraf door lage voorjaarsstanden.
Het is een opvallend patroon en dit moet met de weerpatronen te maken hebben. Blijkbaar wordt droogte in het voorjaar meestal gevolgd door een zomer en najaar met voldoende neerslag om de waterstanden niet te ver te laten zakken. En andersom worden de jaren met zeer lage afvoeren in het najaar vrijwel altijd voorafgegaan door een voorjaar met wel voldoende neerslag en geen lage afvoeren. Je zou het ook kunnen uitleggen als dat langdurige droge perioden in het stroomgebied van de Rijn nooit langer duren dan zo’n 3 tot 4 maanden.
Er is wel een uitzondering en dat is het jaar 1921 toen de droogte van het voorjaar naadloos doorliep in de najaarsdroogte. Ook 1976 komt in de buurt, maar minder uitzonderlijk, omdat de meest extreem lage standen toen na augustus achter de rug waren. Het is de vraag welk pad 2026 zal gaan lopen, want resultaten uit het verleden zijn ook bij de waterstanden geen garantie voor de toekomst. Het huidige jaar is groen ingekleurd, tot aan eind mei; zover als we nu vooruit kunnen kijken.
Op grond van de statistieken is de grootste kans dat de droogte niet de hele zomer aanhoudt en de afvoeren in de komende maanden niet dalen naar zeer lage afvoeren. Het zou wel eens een herhaling kunnen worden van vorig jaar, toen de waterstand in mei op ongeveer hetzelfde moment een voor de tijd van het jaar laag niveau bereikte. Later in 2025 waren er ook in juli en augustus nog weken dat de afvoer flink daalde, maar er viel dan steeds weer juist op tijd voldoende regen om de afvoeren weer wat te laten stijgen.
Langere droge periode op komst en dalende waterstanden
In Nederland en de stroomgebieden is de afgelopen weken aardig wat regen gevallen en de waterstanden zijn weer wat opgekrabbeld. Heel veel is het echter niet en de opleving lijkt ook van korte duur te zijn, want vanaf halverwege komende week breekt weer een wat langere droge periode aan. In het waterbericht leest u wat dat betekent voor de waterstanden in de rivieren in de komende periode.
April was een zeer droge maand, hoe uitzonderlijk is dat en neemt de kans daarop toe. In Water Inzicht een analyse van de frequentie waarin heel droge en heel natte maanden in Nederland voorkomen.
Water van de Week
Overgang naar droger weer, mogelijk voor langere tijd.
De afgelopen weken stonden onder de invloed van lagedrukgebieden die in Nederland en de stroomgebieden regelmatig voor neerslag zorgen. De komende dagen verandert dit weerbeeld nog maar weinig en blijft er kans op buien terwijl we in vrij koele lucht verblijven. Vandaag is er de grootste kans op buien in Nederland, vanaf morgen ook in Duitsland en Frankrijk.
De meeste neerslag lijkt te gaan vallen in een zone die vanaf Noordwest-Frankrijk over Nederland naar Noord-Duitsland loopt. De stroomgebieden komen er daardoor wat bekaaid vanaf en de hoeveelheden die daar vallen zijn waarschijnlijk te klein om de waterstanden in de rivieren wat op te tillen.
Vanaf halverwege de komende week trekt het belangrijkste lagedrukgebied, dat nu bij Ierland ligt, zich wat terug op de Atlantische Oceaan en krijgt hoge druk meer invloed op ons weer. Er ontwikkelt zich dan een lange rug van hogedruk die vanaf de Azoren tot aan Scandinavië loopt en neerslaggebieden komen er dan niet aan te pas. Het weerpatroon lijkt veel op dat wat we ook in de maand april zagen toen het langdurig droog was.
Tot en met de pinksterdagen blijft het droog onder invloed van het hogedrukgebied en daarna wordt het wat onzekerder wat het gebeurt. De kans is groot dat het hogedrukgebied wel wat verschuift Maar dat de invloed toch groot blijft zodat het overwegend droog blijft In de stroomgebieden. Het zou ook kunnen dat het hogedrukgebied zich opsplitst en er boven onze omgeving weer invloed komt van lagedrukgebieden. Vanaf dinsdag 26 mei neemt de kans op buien dan weer toe, maar ook in die situatie worden voorlopig geen grote hoeveelheden regen verwacht.
We mogen ons daarom gaan voorbereiden op een wat langere overwegend droge periode met dalende waterstanden in de rivieren. Het komt goed uit dat na de droge aprilmaand de maand mei nu wel wat regen heeft gebracht. Maar of dat voldoende is om een lange droge periode het hoofd te bieden, moeten we nog even afwachten.
Rijn daalt komende week tot onder de 8 m NAP.
Nadat de waterstand van de Rijn bij Lobith in de zeer droge maand april gedaald was tot net boven de 7,6 m NAP, en de afvoer tot onder 1200 m3/s, is de stand de afgelopen 2 weken weer iets opgekrabbeld. Heel veel is het niet, want de afvoer steeg ongeveer 300 m3/s tot bijna 1.500 m3/s en de stand met ca 60 cm tot 8,2 m NAP.
Gewoonlijk dragen de Alpen in deze tijd van het jaar ook bij aan de extra afvoer omdat in mei het meeste smeltwater beschikbaar komt vanuit de Alpen boven de ca 1500 tot 2000 meter hoogte. Ondanks dat er na het winterhalfjaar aardig wat sneeuw in de Alpen lag, heeft dat de Rijn tot nu toe maar weinig smeltwater opgeleverd. Vanwege het droge en zonnige weer is een groot deel van de sneeuw dit jaar namelijk verdampt ipv dat het smeltwater is geworden.
Vorige week schreef ik nog over een paar mogelijk zeer natte dagen in de Alpen die de hoeveelheid smeltwater zouden hebben opgekrikt, maar enkele dagen later was dat weer uit de verwachting verdwenen. Ook de komende weken beloven wat dat betreft weinig goeds want de temperaturen gaan wel weer omhoog in de Alpen, maar tegelijkertijd blijft het erg droog en in die situaties levert het smelten doorgaans maar weinig extra water op. Het extra water van de afgelopen weken wat gaan ook vooral afkomstig uit de Duitse zijrivieren van de Rijn en dat aandeel zal de komende weken weer af gaan nemen als er een droge periode aan gaat breken.
De waterstand bij Lobith gaat vanaf vandaag langzaam dalen met zo'n 3 tot 5 cm per dag. Vanaf donderdag 21 mei verwacht ik dat de 8 m NAP weer wordt onderschreden. De afvoer zakt dan weer tot onder de 1.350 m3/s, ca 1.000 m3/s lager dan het langjarig gemiddelde. Ook in en na het komend weekend daalt de waterstand langzaam verder en halverwege de week na volgend weekend (dat is rond 27 mei) verwacht ik dat de stand bij ca 7,75 m NAP zal zijn uitgekomen en de afvoer is dan gedaald tot ca 1.250 m3/s.
Voorlopig ziet het er niet naar uit dat er eind mei een zodanige weersomslag komt dat de waterstand daarna wel weer gaat stijgen, maar we zullen tot volgende week moeten wachten om daar wat meer zekerheid over te krijgen.
Maas zet langere daling in tot onder 100 m3/s.
Regenval in de Ardennen aan het begin van de week liet de Maas voor het eerst sinds lange tijd weer even tot boven de 250 m3/s stijgen. Ook op woensdag en donderdag viel er nog aardig wat regen en leefde de afvoer nogmaals wat op. Gemiddeld over de dag kwam de afvoer uit op 150 tot 175 m3/s in de Maas bij Maastricht en dat is het dubbele van enkele weken terug. Sinds vrijdag zijn de neerslaghoeveelheden weer afgenomen en daalt de afvoer bij Maastricht ook weer langzaam.
Later vandaag en morgen kunnen er nogmaals buien vallen en dat levert mogelijk weer een kleine opleving op, maar vanaf dinsdag nemen de dagelijkse regenkansen af en zal de dalende lijn weer ingezet worden. Aan het eind van de week verwacht ik dat de afvoer bij Maastricht (dag-gemiddeld) weer onder de 125 m3/s zakt.
Omdat het komend weekend droog verloopt en ook in het begin van de week daarna nauwelijks tot geen regen wordt verwacht, blijft de afvoer voorlopig dalen, tot onder de 100 m3/s in de loop van de week na het weekend. Op langere termijn is de kans groot dat de afvoer verdere daalt tot rond de 75 m3/s aan het eind van de maand.
Water Inzicht
Hoe vaak komen zeer doge en zeer natte maanden toe en zijn er trends in te herkennen
In april viel in De Bilt slechts 2,4 mm regen en daarmee was het de op 4 na droogste maand sinds het begin van de metingen. De koppositie wordt ingenomen door april 2007 met slechts 0,3 mm. De andere zeer droge maanden waren februari 1986 (0,4 mm), maart vorig jaar (1,5 mm) en februari 1985 (1,9 mm). De volgende figuur laat het aantal maanden zien met minder dan 10 mm regen in De Bilt, verdeeld over de 12 perioden van 10 jaar sinds 1906. In totaal zijn dit er 26 en per 10 jaar verdeeld zijn het er gemiddeld iets meer dan 2, maar de laatste 50 jaar zijn het er gemiddeld 3, dus iets meer. Maanden met minder dan 5 mm vinden we ook vooral in de laatste 50 jaar. In de afgelopen decennia is het aantal wel wat hoger, maar er geen toenemende trend; wat ook verwacht mag worden in een klimaat dat langzaam natter wordt.
Schermafbeelding 2026-05-17 om 15.06.26.png

Vóór 1950 waren het er wel minder en waren er soms ook perioden van 10 jaar zonder een zo'n droog jaar. Uitzondering is de periode van 1926 t/m 1935, toen er kort na elkaar enkele wintermaanden waren met heel weinig neerslag. Als we het optreden van de droge maanden nog wat grondiger onder de loep nemen, dan volgt daaruit de volgende figuur. Hierin zijn voor de hele meetreeks van De Bilt de 15% droogste maanden ingekleurd.
Droge maanden tm april 2026.jpg

De meetreeks van De Bilt begint in 1906 en t/m vorig jaar zijn er dus 120 jaren verstreken. Bij de 15% droogste maanden gaat het dan in totaal om 216 maanden (15% van 12 x 120) en om voor een maand om daarbinnen te vallen, heb ik berekend dat er dan minder dan 47% van de gemiddelde hoeveelheid regen moest vallen. Om tot de 10% droogste te behoren was dat minder dan 37% en voor de 5% droogste minder dan 26%. Als we als voorbeeld april nemen, dan valt in die maand gemiddeld 42 mm neerslag. Om tot de droogste 15% te behoren moet er minder dan ca 20 mm regen vallen in die maand en om tot de droogste 5% minder dan 11 mm. April dit jaar bleef daar met 2,4 mm ruim onder en in de figuur is deze maand daarom donkerrood ingekleurd.
Als we dat voor alle maanden sinds januari 1906 doen, dan ontstaat het bovenstaande beeld. Recente droge jaren zoals maart 2025, het voorjaar van 2020 en de zomer van 2018 kleuren daarin ook donkerrood, maar ook vorig jaar augustus en december waren aan de droge kant. Als we dit vergelijken met eerder in de reeks, dan is er zo op het eerste gezicht geen duidelijke trend zichtbaar van meer of minder droge jaren in de laatste decennia. Zo zijn er sinds 2000 vrij veel droge april- en juni-maanden, maar vrijwel geen droge meimaanden en ook weer niet zoveel droge augustusmaanden als tussen 1970 en 1995.
In de grafiek hierna heb ik per periode van 10 jaar uiteengezet hoeveel maanden er waren die in de 3 categorieën vielen. Ook hieruit komt geen duidelijke trend naar voren. De meeste decennia ligt het aantal droge tot zeer droge maanden soort tussen de 15 en 20, een enkele keer (van 1976-1985) was het hoger, maar soms ook lager; bv van 1996 t/m 20025. In de afgelopen 10 jaar waren er maar liefst 9 zeer droge maanden en dat was het hoogste aantal sinds 1906, maar in de 2 decennia hiervoor was dit aantal weer niet verhoogd, dus het kan goed nog een toevalstreffer zijn.
droge maanden in het jaar.png

Nu is de verwachting dat vooral de zomermaanden droger worden en bovenstaande figuur betreft nog het hele jaar. Daarom heb ik de meetreeks verdeeld over het winter- en het zomerhalfjaar (zie volgende grafiek), maar ook dan zien we bij de zomermaanden geen duidelijke toename. Het gaat vrij sterk op en neer, maar de afgelopen decennia vallen niet speciaal op. Wel zien we over de laatste 10 jaar ook hier een hoog aantal zeer droge maanden (7 stuks), maar dat was in de periode 1976 t/m 1985 ook al eens zo hoog. In de grafiek hierna zijn ook de droge wintermaanden weergegeven. Ook daarin zijn de veranderingen niet heel groot maar er lijkt wel vanaf het midden van de vorige eeuw een langzame afname zichtbaar te zijn: van zo'n gemiddeld 10 stuks per 10 jaar naar nu nog ongeveer 7.
droge maanden in zomer en winter.png

Ook komen in de winter zeer droge maanden nu niet vaak meer voor. Maar al met al zijn de veranderingen beperkt en zijn ook in het huidig klimaat in het winterhalfjaar droge maanden nog steeds goed mogelijk. Zoals ook afgelopen winter bleek, toen in december slechts 30% van de normale hoeveelheid regen viel.
Een duidelijke trend naar meer droge maanden gedurende het jaar en dan vooral in de zomer blijkt dus niet uit de meetgegevens van de Bilt. Het is wel de verwachting dat droge zomermaanden vaker voor gaan komen, maar een duidelijke toename is nu nog niet te zien. Dat wil echter nog niet zeggen dat de impact van droge maanden niet is veranderd. Want door klimaatverandering (hoge temperaturen en meer zonneschijn) is de mate van verdamping tegenwoordig veel groter dan ca. 50 jaar geleden en de gevolgen van een droge periode zijn daardoor ook groter dan vroeger. Je zou het kunnen samenvatten met: ‘droge maanden zijn van alle tijden, maar als ze optreden, zijn de gevolgen ervan veel groter dan vroeger’.
Eenzelfde analyse heb ik uitgevoerd voor de natte maanden in het jaar. In de volgende figuur zijn de 15% natste maanden aangegeven voor de hele meetreeks. Een maand behoort tot de 15% natste als er meer dan 155% van de langjarig gemiddelde hoeveelheid neerslag viel, tot de 10% natste als er meer dan 171% viel en tot de 5% natste als meer dan 196% van de normale hoeveelheid viel.
Natte maanden tm april 2026.jpg

In veel maanden valt er in Nederland zo’n 80 mm neerslag, dus om dan tot de natste te behoren moet er ca 150 mm neerslag in die maand zijn gevallen. Maar voor de maand april met een langjarig gemiddelde van slechts 42 mm zou iets meer dan 80 mm al genoeg zijn. Dat lijkt daardoor makkelijker haalbaar, maar is voor april toch geenszins het geval, slechts 3 keer gebeurde dat in april, waaronder recent in 2024, toen bijna 100 mm viel; een enorme hoeveelheid voor deze gemiddeld droogste maand van het jaar.
natte maanden in het jaar.png

Als we het aantal natte en zeer natte maanden in een grafiek uitzetten (zie hierboven), dan zien we een duidelijke toename. De laatste 4 decennia lag het aantal steeds tussen de 21 en 24 terwijl dat aan het begin van de vorige eeuw nog tussen de 12 en 17 lag. Vooral na 1985 is het aantal toegenomen en wat daarbij opvalt is dat het aantal maanden tussen 10 en 15% (lichtblauw) ongeveer hetzelfde gebleven, wat betekent dat vooral de toename vooral is opgetreden bij de meest natte maanden. Dit bedraagt nu per decennium gemiddeld 10 bedraagt en de afgelopen 10 jaar waren het er zelfs 13, terwijl dat er in de vorige eeuw vaak maar 3 tot 6 waren.
Als we nagaan hoe de aantallen verdeeld zijn over het winters en het zomerhalfjaar dan zien we dat het vooral het winterhalfjaar is waarin de aantallen sterk zijn toegenomen. Van de 13 zeer natte maanden uit de afgelopen 10 jaar, vielen er ook 9 in de winter. Bij de zomer zien we geen grote veranderingen, maar dat betekent dat er ook geen afname is van natte zomermaanden. Ze komen tegenwoordig ongeveer evenveel voor als vroeger, gemiddeld zo'n 1 per jaar.
natte maanden in winter en zomer.png

In tegenstelling tot de droge maanden zien we bij de natte maanden dus wel een duidelijke verandering; die zich vooral afspeelt in de winter. Natte maanden nemen duidelijk toe, al blijven er hier ook verschillen en zijn er soms ook perioden dat er wat minder natte maanden zijn. Maar daar staat tegenover dat, zoals in de afgelopen 10 jaar er soms ook zeer veel natte maanden kunnen voorkomen kort na elkaar. Berucht is wat dat betreft het winterhalfjaar van 2023/24, toen 3 van de 6 wintermaanden extreem nat verliepen.
Niet toevallig was dit een jaar waarin er boven de Stille Oceaan een El Niño jaar optrad en het dat zijn vaak jaren met in Nederland een nat winterhalfjaar. Laat nu de komende winter zeer waarschijnlijk ook weer een jaar met sterke El Niño worden. De kans is groot dat ons land dan weer een aantal zeer natte maanden te wachten staat, wat het aantal zeer natte maanden over de laatste 10 jaar verder zou doen toenemen.