Actuele verwachtingen waterstanden
Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.
Juni begint met buiig weer en stijgende waterstanden
De maand mei eindigde zeer warm en droog maar inmiddels hebben buien een overgang gebracht naar een koeler weerpatroon en ook de komende week houdt het buiige weer aan. Er valt voldoende regen in de stroomgebieden om de rivieren weer wat te laten stijgen. Het zijn geen grote hoeveelheden en de waterstanden blijven voorlopig aan de lage kant, maar de kans op een voortzetting van extreem laagwater zo vroeg in het voorjaar is voorlopig even voorbij. In het waterbericht leest u de details. De rubriek Water Inzicht slaat een weekje over.
Water van de week
Flink wat regen in de komende week, daarna waarschijnlijk weer droog
Aan het zeer warme en droge weer van de afgelopen 10 dagen is een einde gekomen en dat ging gepaard met enkele flinke onweersbuien. Deze weersomslag houdt voorlopig wel even aan en de komende 10 dagen gaan koeler en natter verlopen dan de afgelopen 10 dagen. Ook de rivieren krijgen weer wat meer water te verwerken en de Maas kreeg daar vannacht al een voorproefje van, toen er in Wallonië lokaal zoveel regen viel dat het een klein zomerpiekje opleverde.
De weermodellen hadden het inderdaad vorige week goed voorzien dat er rond deze tijd een einde zou komen aan het droge weer, alleen kwam deze omslag 2 dagen eerder dan verwacht. Daardoor werd ook het maandtotaal van de neerslag in mei nog wat verder aangevuld en in groot deel van Nederland is het een vrij natte maand geworden. Alleen in de noordwestelijke helft waren er plaatsen waar minder dan de normale hoeveelheid viel.
De overgang van zeer warm naar koeler weer werd in gang gezet door een koufront dat vanuit het noorden over Nederland trok. Het bijzondere aan dit weersysteem was dat de vaart er na verloop van tijd uitging en het zo’n beetje op de grens van Nederland en België tot stilstand kwam. Op het grensvlak van de koelere en de warme lucht ontstonden op vrijdagmiddag in Nederland al flinke buien en dat herhaalde zich in de nacht van zaterdag op zondag boven het midden en zuiden van België. Lokaal viel daar meer dan 100 mm regen in enkele uren tijd - enkele amateurstations maten zelfs 130 mm - en dat heeft daar tot veel wateroverlast geleid.
De buien houden ook vandaag, zondag, nog aan maar liggen nu wat oostelijker, zodat de regen in het stroomgebied van de Rijn valt. Net als eerder in de maand valt op dat verder naar het zuiden in Duitsland en de Alpen er steeds niet veel regen valt en ook ditmaal drongen de buien niet tot daardoor. De maand mei is daar dan ook droog verlopen met ruwweg maar de helft van de normale hoeveelheid regen, terwijl in Midden- en Noord-Duitsland wel de normale hoeveelheid viel of nog wat meer. We zien dat ook terug aan de Rijnafvoer vanuit Zwitsereland die op dit moment erg laag is. De komende dagen gaat in Centraal Europa ook regen vallen, maar waarschijnlijk onvoldoende om de Rijnafvoer weer naar langjarig gemiddelde standen op te laten lopen.
Het droge weer van de afgelopen week werd veroorzaakt door een hogedrukgebied dat zich inmiddels naar het zuidwesten heeft teruggetrokken zodat er ruimte komt voor lagedrukgebieden van af de noordelijke Atlantische Oceaan. Er passeren komende week enkele regenzones en ook is er bijna dagelijks kans op regen- en onweersbuien. Vanaf het volgend weekend neemt de invloed van lagedrukgebieden weer af en vormt zich een langgerekte rug van hoge druk vanaf de Azoren tot aan Scandinavië. Het ziet er echter niet naar uit dat dat een langdurige aangelegenheid wordt. Want vanaf halverwege de week na het volgend weekend zou deze rug weer kunnen opbreken, waarna lagedrukgebieden opnieuw de kans krijgen om het weer bij ons te gaan bepalen.
Vooral komende dinsdag zou een natte dag kunnen worden in de stroomgebieden met zo'n 10 tot lokaal 20 mm regen. Ook de Alpen liggen nu binnen het bereik van de regengebieden en daar kan lokaal nog wat meer vallen. Tot en met zaterdag blijft er dagelijks kans op regen en in totaal kan er tot het einde van de komende week zo’n 30 tot 50 mm regen vallen, in de Franse en Duitse Middelgebergten en vooral de Alpen nog wat meer. Vanaf komende zondag neemt de invloed van hogedruk weer toe en nemen de neerslagkansen sterk af.
Vanaf halverwege de week na het volgend weekend zou dat opnieuw kunnen veranderen als lagedrukgebieden in onze omgeving voor een toename van de buienactiviteit gaan zorgen. Hoe dat dan precies uitpakt is nu nog niet te zeggen, maar het ziet er in ieder geval niet naar uit dat het droge weer, dat vanaf volgend weekend aanbreekt, lang aan gaat houden. Een snelle terugkeer naar de hele lage waterstanden, waar de maand mei mee eindigde, zie ik er voorlopig dan ook niet van komen.
Rijn stijgt weer ca 75 cm, naar ca 8 m NAP.
De Rijn daalde de afgelopen week snel en kwam gisteren uit op een laagste stand van 7,34 m NAP en een afvoer van 1.045 m3/s. Gelukkig kwamen de buien iets eerder dan verwacht, anders had de afvoer misschien nog net de 1000 m3/s bereikt. Inmiddels is de waterstand weer langzaam wat gaan stijgen voorlopig vooral door extra water uit Noord Duitse zijrivieren. Verder naar het zuiden is nog nauwelijks regen gevallen, maar dat moet wel de komende dagen gaan gebeuren.
Over de hele maand mei kan de afvoer van de Rijn uit op een gemiddelde van 1.270 m3/s; dat is slechts 58% van het langjarig gemiddelde. Vorig jaar was de afvoer in mei vrijwel net zo laag en toen is het uiteindelijk toch nog redelijk goed gekomen met de afvoeren in de zomermaanden. Maar dat is geen garantie dat het dit jaar ook goed gaat komen. Procentueel wat de afvoer in de maand mei nog net wat lager dan in april en daarin zien we terug dat vooral in het zuiden van het stroomgebied van de Rijn de droogte aanhield. Terwijl de Maas profiteerde van wat extra regen en een gemiddeld tot hogere afvoer bereikte in vergelijking met het langjarig gemiddelde daalde de Rijn dus verder door.
De eerste weken van juni gaan in ieder geval proberen om het tij wat te keren, want er gaat de komende week aardig wat regen vallen. De eerste 2 tot 3 dagen verloopt de stijging nog maar uiterst traag. Het gaat dan om het water van de buien die vandaag in het noordelijk deel van het stroomgebied vallen en die zorgen tot en met woensdag voor een stijging van circa 10 tot 15 cm bij Lobith. Op donderdag verwacht ik dan een waterstand van ongeveer 7,5 m NAP bij een afvoer van ongeveer 1100 m3/s.
Komende dinsdag wordt een natte dag in het stroomgebied en het water daarvan bereikt vanaf donderdag Lobith en de waterstand kan dan wat sneller gaan stijgen, naar ca 7,7 tot 7,8 m NAP op zaterdag (afvoer ca. 1.250 m3/s). Omdat er de hele week iedere dag wel regen kan vallen zet ook daarna de stijging nog langzaam door naar een waterstand van circa 8 m NAP in het begin van de week na komend weekend; dat is van 9 t/m 11 juni. De afvoer bedraagt dan weer ca 1.350 m3/s, nog steeds erg laag voor de tijd van het jaar, maar het is wel voldoende om veel functies die van het water afhankelijk zijn weer wat ‘lucht’ te geven.
Vanaf 10 juni gaat de waterstand waarschijnlijk weer dalen omdat het vanaf 7 juni weer enige tijd droog zal worden in het stroomgebied. De huidige verwachting is dat dit droge weer niet heel lang aan gaat houden en als dat uitkomt zou dat betekenen dat de waterstand vanaf 15 juni waarschijnlijk weer wat kan gaan stijgen. Maar dit is uiteraard nog met een grote slag om mijn arm want meer dan 10 dagen vooruit kan de verwachting nog flink veranderen. Volgende week daarover meer.
Maasafvoer door buien naar een wat hoger niveau, rond 200 m3/s.
De Maas is de afgelopen twee weken flink gedaald en de afvoer was bij Maastricht is ondertussen tot slechts ca 80 m3/s uitgekomen; minder dan de helft van het langjarig gemiddelde. Over de hele maand mei bezien bedroeg de afvoer bij Maastricht 115 m3/s en dat is ongeveer 65% van het langjarig gemiddelde. De afvoer was daarmee iets hoger dan in april toen de Maas slechts 50% van de normale hoeveelheid water afvoerde. De maand april was dan ook erg droog en omdat in een deeel van mei wel aardig wat regen viel in het stroomgebied kon de afvoer wat opkrabbelen.
Gisteren aan het eind van de middag ging de afvoer bij Maastricht ineens flink omhoog van minder dan 100 naar ruim 350 m3/s en later in de nacht zelfs tot boven de 400 m3/s. Dit was water afkomstig van de zware buien, die in de Ardennen in het gebied tussen Charleroi, Namen en Luik waren gevallen. Het kaartje hieronder laat de neerslaghoeveelheden zien tussen gistermiddag en vanmorgen vroeg.
Neerslag Maas.jpg

In een groot gebied is meer dan 70 mm gevallen (oranje op de kaart). Vooral In de regio rond Charleroi is er een groot gebied waar meer dan 100 mm is gevallen en de kaart laat zelfs een gebiedje zien met meer dan 200 mm. Waarschijnlijk is dit een overschatting. De kaart is gebaseerd op de detectie door de neerslagradar en in gebieden waar grote hagel valt, vindt er soms een overschatting plaats. Dergelijke hoeveelheden regen leiden gegarandeerd tot grote wateroverlast en het valt op dat het tot nu toe weinig uit de regio naar buiten is gekomen behalve een bericht op de NOS dat mensen zich op hun daken in veiligheid moesten brengen omdat het water zo snel steeg (!).
Het is een van de kenmerken van het huidige klimaat dat buien vaker uiterst zwaar uitvallen. De hoeveelheid vocht in de atmosfeer is vanwege de hogere temperaturen de laatste decennia steeds verder toegenomen en zware buien komen mede daardoor steeds vaker voor. Het lastige van dit weerfenomeen is dat moeilijk te voorspellen is hoeveel regen er kan gaan vallen. Zo was een week geleden al wel bekend dat zich hier een bijzondere situatie zou kunnen ontwikkelen, maar de neerslaghoeveelheden die daarbij werden opgegeven waren toen nog niet meer dan zo'n 30 tot 50 mm.
Dat er dan in zo'n groot gebied 70 tot 100 en lokaal zelfs 130 mm gaat vallen is typisch iets van het huidige klimaat; dat het allemaal flink wat extremer uit kan pakken. Wat niet hielp voor de mensen in het gebied was dat de website van de Waalse waterautoriteit helaas gisteravond en ook nu nog, niet functioneerde; zodat mensen in beekdalen ook niet wisten wat er op hen afkwam. Tijdens het extreme zomerhoogwater van 2021 vielen ook verschillende meetstations uit, maar dat was begrijpelijk omdat het waterpeil veel hoger kwam dan de meetstations waren opgesteld; nu werkte de hele site niet.
Het gebied waar de regen viel is sterk verstedelijkt en een groot deel van het water dat op verhard oppervlak valt, stroomt dan via wegen af naar de beken in het dal en bereikt ook in korte tijd de Maas. Binnen een uur nadat de eerste zware regen was gevallen, begon bij Maastricht al de stijging van de afvoer; een soort van kleine vloedgolf. Later daalde de afvoer weer, om vervolgens weer te stijgen. Waarschijnlijk is dit schommelen het gevolg van het stuwbeheer in de Sambre en de Maas, dat moeilijk overweg kan met zo plotselinge grote hoeveelheden water.
Inmiddels is de afvoer opnieuw tot bijna 400 m3/s opgelopen, maar veel hoger zal het niet meer komen. De rest van de dag verloopt vandaag droog in het gebied en ook morgen valt er niet veel regen zodat de afvoeren dan weer flink kunnen zakken tot onder de 200 of 150 m3/s. Dinsdag volgt opnieuw een dag met flink wat regen, maar dat zijn waarschijnlijk geen zware buien maar meer stationaire regen en dat leidt dan niet tot zulke grote afvoer pieken. De afvoer kan dan wel weer wat door stijgen tot mogelijk tussen de 200 en 250 m3/s.
Tot en met vrijdag blijft de kans op regen In de Ardennen en daar kunnen soms ook flinke buien tussen zitten maar zo uitzonderlijk als afgelopen nacht zal het dan niet meer zijn. De buien van vannacht ontstonden namelijk precies op de grens tussen koelere en hele warme lucht en de komende week is deze zeer warme lucht uit West-Europa verdreven en is er ook niet meer zo'n scherp grensvlak tussen de beide luchtsoorten. In de tweede helft van de week verwacht ik daarom dat de afvoer zo tussen de 150 en 250 m3/s zal blijven schommelen om dan vanaf het weekend weer verder te gaan dalen.
Vanf het komend weekend breken namelijk een aantal droge dagen aan waardoor de afvoer weer tot onder de 150 m3/s kan dalen. In de loop van die week neemt waarschijnlijk de buiigheid weer toe, maar op dit moment is nog niet te overzien hoeveel regen dat gaat brengen en het zou ook nog kunnen dat dat het droge weer nog wat langer aanhoudt.
Nog een droge week met dalende waterstanden, maar er lijkt verandering op komst
Hogedrukgebieden maken de dienst uit en voorlopig blijft het droog, zodat de waterstanden flink gaan dalen, naar erg lage waarden voor deze tijd van het jaar. Maar rond de maandwissel lijkt er toch een verandering op komst: het hogedrukgebied trekt zich terug en dat biedt ruimte voor regengebieden. Of die voldoende neerslag brengen om de waterstanden weer zover te laten stijgen dat ze buiten het bereik van laagwater komen, is echter nog niet met zekerheid te zeggen.
In de rubriek Water Inzicht een vooruitblik op de komende maanden. Zijn de huidige lage rivierafvoeren een voorbode voor nog veel lagere afvoeren later in de zomer?
Water van de week.
Hogedrukgebieden bepalen het weer, maar niet meer voor heel lang.
De afgelopen week trok een hogedrukgebied vanuit het zuidwesten over Frankrijk naar onze omgeving. Daar vooruit viel in Nederland nog aardig wat regen en mei is in het grootste deel van ons land dan ook geen droge maand geworden. Anders is dat in de stroomgebieden waar sinds begin mei veel minder neerslag viel en dat merken we aan de lage waterstanden in de rivieren.
Het hogedrukgebied blijf nog enkele dagen in onze omgeving liggen maar is toch niet heel standvastig en trekt zich aan het eind van de week terug in zuidwestelijke richting. Vanaf zaterdag 30 mei maakt dat de weg vrij voor lagedrukgebieden die over de noordelijke Atlantische Oceaan in oostelijke richting trekken.
De laatste dag van de maand zou een eerste regengebied, behorend bij dit lagedrukgebied, over onze omgeving en de stroomgebieden naar het oosten kunnen trekken. Deze neerslag zat al een aantal dagen in de uitdraai van het Europese weermodel. Aanvankelijk was dit nog wat weifelend, maar in de laatste runs van het model is het steeds duidelijker geworden dat er een weersomslag op handen is.
Volgens de laatste verwachting zouden er in de eerste 5 dagen van juni zo'n 30 tot 50 mm regen kunnen vallen in Nederland en in stroomgebieden van Rijn en Maas. Als dat uitkomt dan zou dat voldoende moeten zijn om de waterstanden vanaf circa 3 juni weer te laten stijgen. Uiteraard is dit nog met een slag om de arm want het is nog 10 dagen vooruit en op zo'n termijn kan het uiteindelijk ook nog anders uitpakken. Maar een voortzetting van het huidige zeer droge weer lijkt het niet te gaan worden.
Rijn daalt de komende dagen sterk, tot ca 7,3 m NAP; daarna waarschijnlijk weer stijgend.
Aan het begin van de week passeerde bij Lobith nog een heel klein golfje extra water en de stand steeg toen tot ca 8,2 m NAP en de afvoer bereikte net niet de 1.500 m3/s. Dat is ruim onder het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar, dat ca 2.250 m3/s, maar het zorgde voor enige otspanning na de zeer lage afvoeren aan het eind van april.
Vanaf maandag is de stand weer gaan dalen en inmiddels is de 7,8 m NAP bereikt bij een afvoer van ca 1.250 m3/s. Vanwege het droge en vooral ook warme weer daalt de stand de komende dagen snel verder, met ca 10 cm per dag. Op donderdag verwacht ik dat de 7,5 m wordt bereikt en de afvoer bedraagt dan nog ca 1.100 m3/s. Dat is nog niet de laagste afvoer van dit jaar die werd begin januari bereikt, toen de afvoer op 8/1 tot ca 1.050 m3/s daalde. Zeer waarschijnlijk gaan we daar later in de komende week nog onder komen, want ook na donderdag blijft de stand voorlopig dalen.
Het gaat dan wel wat minder snel, met eerst zo’n 7 en later 3 tot 5 cm per dag. Zaterdag 30/5 wordt dan de 7,35 m NAP bereikt en zondag of in de eerste dagen van juni verwacht ik dat de stand gedaald zal zijn tot ca 7,3 m NAP. De afvoer is dan gedaald tot tussen de 1.000 en 1.025 m3/s. In de rubriek water Inzicht ga ik erop in hoe bijzonder dat is.
Zoals ik hierboven al beschreef is de verwachting nu dat het vanaf 1 juni weer regen gaat vallen in het stroomgebied en het eerste water daarvan zou dan vanaf 3 juni bij Lobith aan kunnen komen. Als dat inderdaad uitkomt dan gaat de waterstand, die dan ca 7,3 m NAP bedraagt, vanaf dat moment weer langzaam stijgen. Hoe groot die stijging zal zijn en of we daarna opnieuw een langere droge periode aanbreekt is nu nog niet te zeggen.
Maar voorlopig hebben we te maken met zeer lage waterstanden en er zal heel wat regen moeten vallen om die standen weer naar een niveau te brengen dat normaal is voor deze tijd van het jaar normaal is. De kans op lage waterstanden later in de zomer blijft daarom voorlopig groot.
Maas daalt naar ca 75 m3/s, later nog wat lager.
In het stroomgebied van de Maas viel in het begin van de week nog wel wat regen en afvoer schommelde doen tussen de 125 en 150 m3/s. Toen het In de tweede helft van de week droog werd daalde de afvoer snel naar circa 100 m3/s om op dit moment. Met een geheel droge week voor de boeg zet deze daling zich voort en gemiddeld daalt de afvoer met zo’n 5 m3/s per dag. Aan het eind van de week verwacht ik een afvoer van ongeveer 75 m3/s; dat is dan gemiddeld over de dag want er zijn altijd uitschieters naar boven en beneden.
In het weekend en direct daarna daalt de afvoer nog wat verder maar vanaf en het begin van de week na het volgend weekend wordt er al meteen aardig wat regen verwacht in Ardennen en dan zou de afvoer weer kunnen gaan stijgen. Grote hoeveelheden regen worden niet meteen verwacht en de kans is voorlopig klein dat de voor deze tijd van het jaar gemiddelde afvoer van circa 175 m3/s weer wordt bereikt.
Water Inzicht
Is laagwater in het voorjaar een voorbode voor nog (veel) lagere waterstanden later in het jaar.
De maand april verliep droog in het stroomgebied en de Rijnafvoer daalde gestaag tot onder de 1200 m3/s aan het eind van die maand. De eerste weken van maart mei brachten wel weer wat neerslag zodat de afvoer ongeveer 300 m3/s steeg, maar inmiddels is de droogte teruggekeerd en het ziet er naar uit dat deze zeker tot het eind van de maand zal aanhouden. De Rijnafvoer is weer gaan dalen en ik verwacht dat rond het eind van de maand de afvoer net boven 1.000 m3/s zal uitgekomen.
Als we de meetreeks van de Rijn erop nakijken, dan waren er in de tweede helft van mei slechts 6 andere jaren met een ongeveer even lage of nog lagere afvoer: 1921, 1934, 1938, 1976, 2011 en vorig jaar. De laagste afvoer eind mei trad op in 1921, 1934 en 2011, toen deze nog ca. 100 m3/s lager was. Voorlopig ziet het er niet naar uit dat de afvoer dat niveau gaat bereiken, maar het is niet ondenkbaar dat het alsnog in juni gebeurt. Gewoonlijk komen de laagste afvoeren in de Rijn pas in de nazomer en in de herfst voor. Zo stamt de laagste afvoer uit de meetreeks van begin november 1947 (625 m3/s) en recent kwam 2022 nog tot een heel lage waarde; dat was op 18 augustus, toen de afvoer daalde tot 680 m3/s.
Als we de jaren bekijken die in het voorjaar een hele lage afvoer kenden, dan zou je verwachten dat de kans dan groter is dat deze ook in het najaar een lage waarde hebben, maar dat blijkt, op enkele uitzonderingen na, niet het geval te zijn. In de volgende grafiek heb ik dat geprobeerd te verduidelijken. Op het eerste gezicht lijkt het een warboel van lijnen; maar ik hoop dat het met wat toelichting duidelijker wordt.
Schermafbeelding 2026-05-24 om 14.54.09.png

In de grafiek zijn alle jaren weergegeven die gedurende de periode maart t/m oktober zakten tot een afvoer die minder dan 60% van het langjarig gemiddelde bedroeg. Dit is ongeveer 30% van alle jaren. Voor mei bijvoorbeeld bedraagt het langjarig gemiddelde 2.200 m3/s en in de grafiek zijn dan de jaren weergegeven die in mei tot onder de 1.320 m3/s zakten. Alle jaren die in de maanden maart t/m juni aan dit criterium voldeden heb ik rood gemarkeerd. Vervolgens heb ik alle jaren zwart gemarkeerd, die nog niet rood gemarkeerd waren, en dus later in de zomer en herfst lager uitkwamen dan 60% van de gemiddelde afvoer. Enkele jaren hebben een andere kleur, daar kom ik later op terug.
Wat opvalt in de grafiek is dat van de rood gemarkeerde jaren er maar enkele terug te vinden zijn bij de hele lage afvoeren in het najaar. Het gaat slechts om 4 jaren (1921, 1972, 1976 en 1991) die zowel in het voorjaar als het najaar een lage afvoer bereikten. In de andere jaren, dat zijn er 14, kwam het in het najaar niet tot zeer lage afvoeren. Veelal bleef de afvoer wel wat aan de lage kant, maar er viel toch steeds voldoende neerslag om de waterstand niet al te ver te dalen; zo werd de 1.000 m3/s, vrijwel niet meer onderschreden in deze jaren.
Een mooi voorbeeld is vorig jaar, dat als een paarse stippellijn is weergegeven. In het voorjaar daalde de afvoer tot een zeer lage afvoer van net iets onder de 1.050 m3/s en later in mei en juni volgde nogmaals een dipje tot dicht bij 1.000 m3/s, maar het hele najaar bleef 2025 toch ruim boven het bereik van de zeer lage afvoeren.
Aan de rechterkant van de grafiek zien we dat de jaren die in het najaar een zeer lage afvoer bereiken (dit zijn er 16), in het voorjaar meestal ontbreken. Deze jaren heb ik zwart gemarkeerd en op een paar jaar met een korte periode met lage afvoer na in maart, komen we deze jaren in de periode van april t/m juni niet meer tegen bij de lagere afvoeren. Blijkbaar viel er in die jaren in het voorjaar voldoende regen en waren de voorjaarsafvoeren niet zeer laag. Bij de meeste van deze jaren zien we pas vanaf juli of augustus een sterke daling die dan maandenlang aanhoudt om te eindigen met zeer lage afvoeren in oktober of november.
Een mooi voorbeeld hiervan is het recente jaar 2018, dat in de grafiek is weergegeven met een zwart streepjeslijn. 2018 kende in het voorjaar nog relatief hoge afvoeren en is daar niet in de grafiek te vinden, om pas vanaf begin juli aan een lange daling te beginnen en uiteindelijk eind oktober uit te komen op een zeer lage 735 m3/s. Andere jaren die een vergelijkbaar patroon laten zien zijn oa. 1947, 1949 en meer recent 2003 en 2022. De lage najaarsstanden gingen bij geen van deze jaren vooraf door lage voorjaarsstanden.
Het is een opvallend patroon en dit moet met de weerpatronen te maken hebben. Blijkbaar wordt droogte in het voorjaar meestal gevolgd door een zomer en najaar met voldoende neerslag om de waterstanden niet te ver te laten zakken. En andersom worden de jaren met zeer lage afvoeren in het najaar vrijwel altijd voorafgegaan door een voorjaar met wel voldoende neerslag en geen lage afvoeren. Je zou het ook kunnen uitleggen als dat langdurige droge perioden in het stroomgebied van de Rijn nooit langer duren dan zo’n 3 tot 4 maanden.
Er is wel een uitzondering en dat is het jaar 1921 toen de droogte van het voorjaar naadloos doorliep in de najaarsdroogte. Ook 1976 komt in de buurt, maar minder uitzonderlijk, omdat de meest extreem lage standen toen na augustus achter de rug waren. Het is de vraag welk pad 2026 zal gaan lopen, want resultaten uit het verleden zijn ook bij de waterstanden geen garantie voor de toekomst. Het huidige jaar is groen ingekleurd, tot aan eind mei; zover als we nu vooruit kunnen kijken.
Op grond van de statistieken is de grootste kans dat de droogte niet de hele zomer aanhoudt en de afvoeren in de komende maanden niet dalen naar zeer lage afvoeren. Het zou wel eens een herhaling kunnen worden van vorig jaar, toen de waterstand in mei op ongeveer hetzelfde moment een voor de tijd van het jaar laag niveau bereikte. Later in 2025 waren er ook in juli en augustus nog weken dat de afvoer flink daalde, maar er viel dan steeds weer juist op tijd voldoende regen om de afvoeren weer wat te laten stijgen.
Langere droge periode op komst en dalende waterstanden
In Nederland en de stroomgebieden is de afgelopen weken aardig wat regen gevallen en de waterstanden zijn weer wat opgekrabbeld. Heel veel is het echter niet en de opleving lijkt ook van korte duur te zijn, want vanaf halverwege komende week breekt weer een wat langere droge periode aan. In het waterbericht leest u wat dat betekent voor de waterstanden in de rivieren in de komende periode.
April was een zeer droge maand, hoe uitzonderlijk is dat en neemt de kans daarop toe. In Water Inzicht een analyse van de frequentie waarin heel droge en heel natte maanden in Nederland voorkomen.
Water van de Week
Overgang naar droger weer, mogelijk voor langere tijd.
De afgelopen weken stonden onder de invloed van lagedrukgebieden die in Nederland en de stroomgebieden regelmatig voor neerslag zorgen. De komende dagen verandert dit weerbeeld nog maar weinig en blijft er kans op buien terwijl we in vrij koele lucht verblijven. Vandaag is er de grootste kans op buien in Nederland, vanaf morgen ook in Duitsland en Frankrijk.
De meeste neerslag lijkt te gaan vallen in een zone die vanaf Noordwest-Frankrijk over Nederland naar Noord-Duitsland loopt. De stroomgebieden komen er daardoor wat bekaaid vanaf en de hoeveelheden die daar vallen zijn waarschijnlijk te klein om de waterstanden in de rivieren wat op te tillen.
Vanaf halverwege de komende week trekt het belangrijkste lagedrukgebied, dat nu bij Ierland ligt, zich wat terug op de Atlantische Oceaan en krijgt hoge druk meer invloed op ons weer. Er ontwikkelt zich dan een lange rug van hogedruk die vanaf de Azoren tot aan Scandinavië loopt en neerslaggebieden komen er dan niet aan te pas. Het weerpatroon lijkt veel op dat wat we ook in de maand april zagen toen het langdurig droog was.
Tot en met de pinksterdagen blijft het droog onder invloed van het hogedrukgebied en daarna wordt het wat onzekerder wat het gebeurt. De kans is groot dat het hogedrukgebied wel wat verschuift Maar dat de invloed toch groot blijft zodat het overwegend droog blijft In de stroomgebieden. Het zou ook kunnen dat het hogedrukgebied zich opsplitst en er boven onze omgeving weer invloed komt van lagedrukgebieden. Vanaf dinsdag 26 mei neemt de kans op buien dan weer toe, maar ook in die situatie worden voorlopig geen grote hoeveelheden regen verwacht.
We mogen ons daarom gaan voorbereiden op een wat langere overwegend droge periode met dalende waterstanden in de rivieren. Het komt goed uit dat na de droge aprilmaand de maand mei nu wel wat regen heeft gebracht. Maar of dat voldoende is om een lange droge periode het hoofd te bieden, moeten we nog even afwachten.
Rijn daalt komende week tot onder de 8 m NAP.
Nadat de waterstand van de Rijn bij Lobith in de zeer droge maand april gedaald was tot net boven de 7,6 m NAP, en de afvoer tot onder 1200 m3/s, is de stand de afgelopen 2 weken weer iets opgekrabbeld. Heel veel is het niet, want de afvoer steeg ongeveer 300 m3/s tot bijna 1.500 m3/s en de stand met ca 60 cm tot 8,2 m NAP.
Gewoonlijk dragen de Alpen in deze tijd van het jaar ook bij aan de extra afvoer omdat in mei het meeste smeltwater beschikbaar komt vanuit de Alpen boven de ca 1500 tot 2000 meter hoogte. Ondanks dat er na het winterhalfjaar aardig wat sneeuw in de Alpen lag, heeft dat de Rijn tot nu toe maar weinig smeltwater opgeleverd. Vanwege het droge en zonnige weer is een groot deel van de sneeuw dit jaar namelijk verdampt ipv dat het smeltwater is geworden.
Vorige week schreef ik nog over een paar mogelijk zeer natte dagen in de Alpen die de hoeveelheid smeltwater zouden hebben opgekrikt, maar enkele dagen later was dat weer uit de verwachting verdwenen. Ook de komende weken beloven wat dat betreft weinig goeds want de temperaturen gaan wel weer omhoog in de Alpen, maar tegelijkertijd blijft het erg droog en in die situaties levert het smelten doorgaans maar weinig extra water op. Het extra water van de afgelopen weken wat gaan ook vooral afkomstig uit de Duitse zijrivieren van de Rijn en dat aandeel zal de komende weken weer af gaan nemen als er een droge periode aan gaat breken.
De waterstand bij Lobith gaat vanaf vandaag langzaam dalen met zo'n 3 tot 5 cm per dag. Vanaf donderdag 21 mei verwacht ik dat de 8 m NAP weer wordt onderschreden. De afvoer zakt dan weer tot onder de 1.350 m3/s, ca 1.000 m3/s lager dan het langjarig gemiddelde. Ook in en na het komend weekend daalt de waterstand langzaam verder en halverwege de week na volgend weekend (dat is rond 27 mei) verwacht ik dat de stand bij ca 7,75 m NAP zal zijn uitgekomen en de afvoer is dan gedaald tot ca 1.250 m3/s.
Voorlopig ziet het er niet naar uit dat er eind mei een zodanige weersomslag komt dat de waterstand daarna wel weer gaat stijgen, maar we zullen tot volgende week moeten wachten om daar wat meer zekerheid over te krijgen.
Maas zet langere daling in tot onder 100 m3/s.
Regenval in de Ardennen aan het begin van de week liet de Maas voor het eerst sinds lange tijd weer even tot boven de 250 m3/s stijgen. Ook op woensdag en donderdag viel er nog aardig wat regen en leefde de afvoer nogmaals wat op. Gemiddeld over de dag kwam de afvoer uit op 150 tot 175 m3/s in de Maas bij Maastricht en dat is het dubbele van enkele weken terug. Sinds vrijdag zijn de neerslaghoeveelheden weer afgenomen en daalt de afvoer bij Maastricht ook weer langzaam.
Later vandaag en morgen kunnen er nogmaals buien vallen en dat levert mogelijk weer een kleine opleving op, maar vanaf dinsdag nemen de dagelijkse regenkansen af en zal de dalende lijn weer ingezet worden. Aan het eind van de week verwacht ik dat de afvoer bij Maastricht (dag-gemiddeld) weer onder de 125 m3/s zakt.
Omdat het komend weekend droog verloopt en ook in het begin van de week daarna nauwelijks tot geen regen wordt verwacht, blijft de afvoer voorlopig dalen, tot onder de 100 m3/s in de loop van de week na het weekend. Op langere termijn is de kans groot dat de afvoer verdere daalt tot rond de 75 m3/s aan het eind van de maand.
Water Inzicht
Hoe vaak komen zeer doge en zeer natte maanden toe en zijn er trends in te herkennen
In april viel in De Bilt slechts 2,4 mm regen en daarmee was het de op 4 na droogste maand sinds het begin van de metingen. De koppositie wordt ingenomen door april 2007 met slechts 0,3 mm. De andere zeer droge maanden waren februari 1986 (0,4 mm), maart vorig jaar (1,5 mm) en februari 1985 (1,9 mm). De volgende figuur laat het aantal maanden zien met minder dan 10 mm regen in De Bilt, verdeeld over de 12 perioden van 10 jaar sinds 1906. In totaal zijn dit er 26 en per 10 jaar verdeeld zijn het er gemiddeld iets meer dan 2, maar de laatste 50 jaar zijn het er gemiddeld 3, dus iets meer. Maanden met minder dan 5 mm vinden we ook vooral in de laatste 50 jaar. In de afgelopen decennia is het aantal wel wat hoger, maar er geen toenemende trend; wat ook verwacht mag worden in een klimaat dat langzaam natter wordt.
Schermafbeelding 2026-05-17 om 15.06.26.png

Vóór 1950 waren het er wel minder en waren er soms ook perioden van 10 jaar zonder een zo'n droog jaar. Uitzondering is de periode van 1926 t/m 1935, toen er kort na elkaar enkele wintermaanden waren met heel weinig neerslag. Als we het optreden van de droge maanden nog wat grondiger onder de loep nemen, dan volgt daaruit de volgende figuur. Hierin zijn voor de hele meetreeks van De Bilt de 15% droogste maanden ingekleurd.
Droge maanden tm april 2026.jpg

De meetreeks van De Bilt begint in 1906 en t/m vorig jaar zijn er dus 120 jaren verstreken. Bij de 15% droogste maanden gaat het dan in totaal om 216 maanden (15% van 12 x 120) en om voor een maand om daarbinnen te vallen, heb ik berekend dat er dan minder dan 47% van de gemiddelde hoeveelheid regen moest vallen. Om tot de 10% droogste te behoren was dat minder dan 37% en voor de 5% droogste minder dan 26%. Als we als voorbeeld april nemen, dan valt in die maand gemiddeld 42 mm neerslag. Om tot de droogste 15% te behoren moet er minder dan ca 20 mm regen vallen in die maand en om tot de droogste 5% minder dan 11 mm. April dit jaar bleef daar met 2,4 mm ruim onder en in de figuur is deze maand daarom donkerrood ingekleurd.
Als we dat voor alle maanden sinds januari 1906 doen, dan ontstaat het bovenstaande beeld. Recente droge jaren zoals maart 2025, het voorjaar van 2020 en de zomer van 2018 kleuren daarin ook donkerrood, maar ook vorig jaar augustus en december waren aan de droge kant. Als we dit vergelijken met eerder in de reeks, dan is er zo op het eerste gezicht geen duidelijke trend zichtbaar van meer of minder droge jaren in de laatste decennia. Zo zijn er sinds 2000 vrij veel droge april- en juni-maanden, maar vrijwel geen droge meimaanden en ook weer niet zoveel droge augustusmaanden als tussen 1970 en 1995.
In de grafiek hierna heb ik per periode van 10 jaar uiteengezet hoeveel maanden er waren die in de 3 categorieën vielen. Ook hieruit komt geen duidelijke trend naar voren. De meeste decennia ligt het aantal droge tot zeer droge maanden soort tussen de 15 en 20, een enkele keer (van 1976-1985) was het hoger, maar soms ook lager; bv van 1996 t/m 20025. In de afgelopen 10 jaar waren er maar liefst 9 zeer droge maanden en dat was het hoogste aantal sinds 1906, maar in de 2 decennia hiervoor was dit aantal weer niet verhoogd, dus het kan goed nog een toevalstreffer zijn.
droge maanden in het jaar.png

Nu is de verwachting dat vooral de zomermaanden droger worden en bovenstaande figuur betreft nog het hele jaar. Daarom heb ik de meetreeks verdeeld over het winter- en het zomerhalfjaar (zie volgende grafiek), maar ook dan zien we bij de zomermaanden geen duidelijke toename. Het gaat vrij sterk op en neer, maar de afgelopen decennia vallen niet speciaal op. Wel zien we over de laatste 10 jaar ook hier een hoog aantal zeer droge maanden (7 stuks), maar dat was in de periode 1976 t/m 1985 ook al eens zo hoog. In de grafiek hierna zijn ook de droge wintermaanden weergegeven. Ook daarin zijn de veranderingen niet heel groot maar er lijkt wel vanaf het midden van de vorige eeuw een langzame afname zichtbaar te zijn: van zo'n gemiddeld 10 stuks per 10 jaar naar nu nog ongeveer 7.
droge maanden in zomer en winter.png

Ook komen in de winter zeer droge maanden nu niet vaak meer voor. Maar al met al zijn de veranderingen beperkt en zijn ook in het huidig klimaat in het winterhalfjaar droge maanden nog steeds goed mogelijk. Zoals ook afgelopen winter bleek, toen in december slechts 30% van de normale hoeveelheid regen viel.
Een duidelijke trend naar meer droge maanden gedurende het jaar en dan vooral in de zomer blijkt dus niet uit de meetgegevens van de Bilt. Het is wel de verwachting dat droge zomermaanden vaker voor gaan komen, maar een duidelijke toename is nu nog niet te zien. Dat wil echter nog niet zeggen dat de impact van droge maanden niet is veranderd. Want door klimaatverandering (hoge temperaturen en meer zonneschijn) is de mate van verdamping tegenwoordig veel groter dan ca. 50 jaar geleden en de gevolgen van een droge periode zijn daardoor ook groter dan vroeger. Je zou het kunnen samenvatten met: ‘droge maanden zijn van alle tijden, maar als ze optreden, zijn de gevolgen ervan veel groter dan vroeger’.
Eenzelfde analyse heb ik uitgevoerd voor de natte maanden in het jaar. In de volgende figuur zijn de 15% natste maanden aangegeven voor de hele meetreeks. Een maand behoort tot de 15% natste als er meer dan 155% van de langjarig gemiddelde hoeveelheid neerslag viel, tot de 10% natste als er meer dan 171% viel en tot de 5% natste als meer dan 196% van de normale hoeveelheid viel.
Natte maanden tm april 2026.jpg

In veel maanden valt er in Nederland zo’n 80 mm neerslag, dus om dan tot de natste te behoren moet er ca 150 mm neerslag in die maand zijn gevallen. Maar voor de maand april met een langjarig gemiddelde van slechts 42 mm zou iets meer dan 80 mm al genoeg zijn. Dat lijkt daardoor makkelijker haalbaar, maar is voor april toch geenszins het geval, slechts 3 keer gebeurde dat in april, waaronder recent in 2024, toen bijna 100 mm viel; een enorme hoeveelheid voor deze gemiddeld droogste maand van het jaar.
natte maanden in het jaar.png

Als we het aantal natte en zeer natte maanden in een grafiek uitzetten (zie hierboven), dan zien we een duidelijke toename. De laatste 4 decennia lag het aantal steeds tussen de 21 en 24 terwijl dat aan het begin van de vorige eeuw nog tussen de 12 en 17 lag. Vooral na 1985 is het aantal toegenomen en wat daarbij opvalt is dat het aantal maanden tussen 10 en 15% (lichtblauw) ongeveer hetzelfde gebleven, wat betekent dat vooral de toename vooral is opgetreden bij de meest natte maanden. Dit bedraagt nu per decennium gemiddeld 10 bedraagt en de afgelopen 10 jaar waren het er zelfs 13, terwijl dat er in de vorige eeuw vaak maar 3 tot 6 waren.
Als we nagaan hoe de aantallen verdeeld zijn over het winters en het zomerhalfjaar dan zien we dat het vooral het winterhalfjaar is waarin de aantallen sterk zijn toegenomen. Van de 13 zeer natte maanden uit de afgelopen 10 jaar, vielen er ook 9 in de winter. Bij de zomer zien we geen grote veranderingen, maar dat betekent dat er ook geen afname is van natte zomermaanden. Ze komen tegenwoordig ongeveer evenveel voor als vroeger, gemiddeld zo'n 1 per jaar.
natte maanden in winter en zomer.png

In tegenstelling tot de droge maanden zien we bij de natte maanden dus wel een duidelijke verandering; die zich vooral afspeelt in de winter. Natte maanden nemen duidelijk toe, al blijven er hier ook verschillen en zijn er soms ook perioden dat er wat minder natte maanden zijn. Maar daar staat tegenover dat, zoals in de afgelopen 10 jaar er soms ook zeer veel natte maanden kunnen voorkomen kort na elkaar. Berucht is wat dat betreft het winterhalfjaar van 2023/24, toen 3 van de 6 wintermaanden extreem nat verliepen.
Niet toevallig was dit een jaar waarin er boven de Stille Oceaan een El Niño jaar optrad en het dat zijn vaak jaren met in Nederland een nat winterhalfjaar. Laat nu de komende winter zeer waarschijnlijk ook weer een jaar met sterke El Niño worden. De kans is groot dat ons land dan weer een aantal zeer natte maanden te wachten staat, wat het aantal zeer natte maanden over de laatste 10 jaar verder zou doen toenemen.
Nieuwe regen op komst en licht stijgende waterstanden
Na de in Nederland en de stroomgebieden zeer droge maand april heeft de maand mei al voor aardig wat regen gezorgd en de rivieren zijn weer wat gestegen. De komende week herhaalt dit weerbeeld zich en kan er opnieuw aardig wat regen vallen. De waterstanden stijgen dan weer wat verder, maar ze blijven voorlopig aan de lage kant voor de tijd van het jaar. Zeer lage waterstanden hoeven we voorlopig echter ook niet te verwachten, want het blijft wisselvallig. In het waterbericht leest u de details.
Water van de week
Kleine lagedrukgebiedjes zorgen komende week voor regen.
Boven de Atlantische Oceaan is de druk relatief hoog, dus daar komen voorlopig geen regengebieden vandaan, maar boven het Europese continent is de druk juist laag en dat zorgt wel voor regenval. Afhankelijk van de ligging van de lagedrukgebieden komt de wind bij ons uit het (warmere) zuiden, als een lagedruk-kern ten westen van ons ligt, of het (koelere) noorden als deze ten oosten van ons ligt.
Vandaag zondag is de stroming in de stroomgebieden nog zuidelijk, maar vanaf morgen wordt dat noordwestelijk als een lagedrukgebiedje over Frankrijk naar het noordoosten trekt. Dit brengt in de baan van het lagedrukgebied flinke buien, als daar de koele noordelijke en warme zuidelijke lucht met elkaar ontmoeten. In een strook die over de Ardennen, de Eiffel en het Sauerland loopt kan dan zo’n 20 tot 30 mm (lokaal misschien 40 mm) regen vallen.
Ook verder zuidelijk in het zuiden van Duitsland en Zwitserland kunnen zich (in de warme lucht die daar nog hangt) flinke buien ontwikkelen. Al met al genoeg om de rivieren wat te laten stijgen. Nederland blijft net buiten deze regenzone op het uiterste zuiden van Limburg na.
Vanaf dinsdag stroomt de koelere lucht met een noordwestelijke stroming over heel West-Europa uit en volgen er enkele dagen met buien. Dan kan er ook in Nederland aardig wat regen vallen onder invloed van een klein lagedrukgebiedje dat zich in onze omgeving ontwikkelt. Vanaf vrijdag gaat een rug van hoge druk zich vanaf de Atlantische Oceaan tot over onze omgeving uitbreiden en wordt het bij ons enkele dagen droog.
Waarschijnlijk ontwikkelt zich dan tegelijkertijd een lagedrukgebiedje boven Centraal-Europa dat op vrijdag en zaterdag veel neerslag kan brengen in Zuid-Duitsland en Zwitserland. Een interessante ontwikkeling omdat dit ook veel smeltwater op kan leveren van hogerop uit de Alpen. Niet dat dit meteen naar Nederland doorstroomt, want het wordt altijd eerst gebufferd in de Zwitserse meren, waarna het in de komende maanden vertraagd verder wordt gevoerd.
In de week na het komend weekend zien we een wat groter lagedrukgebied dat zich over de Atlantische Oceaan naar de Britse eilanden verplaatst. De rug van hoge druk die zich eerder over onze omgeving had uitgebreid, verplaatst zich dan wat naar het oosten en de stroomgebieden komen in het grensgebied te liggen tussen beide drukgebieden. Dit levert een zuidwestelijke stroming op waarin zo nu en dan regengebieden mee worden gevoerd. Heel grote hoeveelheden worden voorlopig niet verwacht, maar ook geen langdurig droog weer. Uiteraard is deze verwachting voor zover vooruit nog met een slag om de arm.
Rijn stijgt tot boven de 8 m NAP, later tot ca 8,3 m NAP, later misschien nog wat hoger.
De regen van de afgelopen week heeft de waterstand in de Rijn weer wat opgetild, maar de stijging bedroeg slecht ca 25 cm, tot ca 7,85 m op donderdag 7 mei. De afvoer steeg iets meer dan 100 m3/s en bleef net onder de 1.300 m3/s. Nog steeds veel te laag voor de tijd van het jaar, want normaal is dat nu ca 2.250 m3/s. In de waterstand scheelt dat bijna 1,5 meter. Het goede nieuws is dat de waterstand in ieder geval weer wat is gaan stijgen, maar met de vrijwel de hele zomer nog voor de boeg. is de kans dat de stand later nog eens flink gaat dalen uiteraard groot.
Voorlopig is daar nog geen sprake van want ook de komende week gaat er aardig wat regen vallen. Dat begint al op zondagavond als een regengebied met 20 tot 30 mm net ten zuiden van Nederland langs trekt. Enkele zijrivieren in Midden Duitsland kunnen daarvan profiteren en het levert de Rijn een beperkte stijging op van de huidige 7,75 m NAP naar tussen de 7,9 en 8 m NAP op woensdag 11/5. De afvoer is dan gestegen tot iets boven de 1.300 m3/s.
De dagen daarna schommelt de stand rond de 8 m NAP, maar er is nog wat extra water onderweg vanuit Zuid-Duitsland, dat vanaf vrijdag de stand bij Lobith nog wat verder kan laten stijgen naar ca 8,3 m NAP en de afvoer naar ca 1.500 m3/s. In het begin van de week na het komend weekend gaat de waterstand dan weer omlaag omdat het in de tweede helft van de komende week een aantal dagen droog blijft in het stroomgebied. Ik verwacht dat rond 20 mei de stand weer dichtbij 8 m NAP uit zal gaan komen.
Hierboven in het weerbericht schreef ik al over de kans dat er aan het eind van de komende week veel regen kan gaan vallen in het zuiden van het stroomgebied. Als dat uitkomt, dan bereikt dat water vanaf ca 20 mei ons land en zou dat betekenen dat de stand dan weer wat omhooggaat. Hoeveel is nu nog niet te zeggen, maar mogelijk wordt dan de 8,5 m NAP ook weer eens bereikt.
Al met al zien we dat het een beetje sprokkelen is met de waterstanden de komende weken. Gemiddeld genomen is de waterstand (ruim) aan de lage kant (maar niet extreem laag) en ieder beetje regen is nodig om ze een beetje op te tillen, zodat ze niet te ver wegzakken. Het wordt spannend hoe dat de komende zomer uit gaat pakken.
Maas stijgt weer wat aan het begin van de week iets, later weer dalend.
De Maasafvoer profiteerde in het begin van de week van enkele dagen met flink wat regen. Van maandag t/m woensdag viel er zo’n 30 tot 50 mm regen in de Ardennen. Toch leverde dit slechts een bescheiden stijging op van niet meer dan 100 m3/s; van ca 90 tot 175 m3/s. In de winter zou zo een hoeveelheid al snel goed zijn geweest voor 500 m3/s extra en ook onder normale zomerse omstandigheden kan het nog wel 200 tot 250 m3/s extra afvoer opleveren.
Dat het nu zo weinig was heeft te maken met de lange droogte die het stroomgebied heeft doorgemaakt. In april viel vrijwel regen en zo’n eerste plens water is dan nodig om de voorraden in de bodem weer een beetje aan te vullen en weinig komt dan direct tot afstroom. Vannacht en morgen passeert er opnieuw een regengebied over de Ardennen en ook dit kan weer zo’n 30 tot 40 mm regen opleveren. De bodem is nu wat meer verzadigd dan de vorige week, dus is de verwachting dat de afvoer er ook wat meer door zal stijgen.
Inmiddels is de afvoer bij Maastricht weer tot onder de 100 m3/s gezakt en ik verwacht de komende dagen een stijging naar ca 200 tot 250 m3/s op maandag, misschien zelfs even 300 m3/s als er inderdaad stevige buien gaan vallen met een hoge intensiteit. Na het piekje gaat de afvoer vanaf dinsdag weer omlaag, naar onder de 150 m3/s op woensdag.
Woensdag en donderdag kan er opnieuw aardig wat regen vallen. De details daarvan zijn nog niet bekend, want het lagedrukgebied dat het moet brengen, moet zich nog ontwikkelen en waar de meeste regen valt is nu nog onbekend. Mocht het weer tot 20 mm of meer komen, dan kan de afvoer opnieuw stijgen en naar 250 m3/s of wat meer. Maar als de neerslag uitblijft in de Ardennen dan zal er van een stijging nauwelijks sprake zijn.
Na donderdag 14 mei breekt een wat langere droge periode aan en gaat de afvoer wel weer flink dalen. Pas vanaf het midden van de week na volgend weekend wordt dan weer regen verwacht en tegen die tijd al de afvoer weer tot dicht bij de 100 m3/s zijn gedaald. Of de afvoer daar ook weer onder komt, hangt af van hoeveel regen er de komende week gaat vallen. Als dat vrij veel is, dan zijn de voorraden in de bodem weer wat verder aangevuld en zal de daling ook wat langzamer verlopen.
Eindelijk weer regen in de stroomgebieden en stijgende waterstanden
April verliep in Nederland en de stroomgebieden erg droog en de waterstanden zijn gedaald naar een zeer laag niveau voor de tijd van het jaar. Maar het einde van de daling is in zicht, want de komende week en misschien wel langer wordt weer regen van betekenis verwacht. Of het genoeg is voor een substantiële stijging s echter nog de vraag. In het waterbericht leest u de details.
In Water Inzicht een analyse van neerslag, zonneschijn en verdamping in de maand april, die als een van de weinige maanden veel droger is geworden en dat merken we ook in de rivieren
Water van de week
Neerslag op komst
Het weer in de maand april werd gedomineerd door hogedrukgebieden die regenzones op grote afstand hielden. Vorige week was al duidelijk dat er beweging zou komen in het weerbeeld en het hogedrukgebied is inderdaad naar het oosten vertrokken en heeft plaats gemaakt voor kleine lagedrukgebieden die nu boven onze omgeving rondtollen. Vorige week leek het er nog op dat Nederland misschien aan de droge kant zou blijven liggen van de neerslagzone die toen over Oost-Frankrijk en Midden-Duitsland werd verwacht. Maar nu het zover is, ligt de zone met de intensieve regengebieden toch wat westelijker en krijgt Nederland er ook wat van mee.
Ook de Ardennen mogen zich vandaag en morgen verheugen op wat regen, waar de Maas (voorlopig een beetje) van profiteert. Duitsland moet nog even wachten voor de regen daar op dinsdag arriveert en als het zover is, zal vooral het centrale deel van Duitsland flink wat regen ontvangen. Meer naar het zuiden en in de Alpen arriveert de regen pas op woensdag en lijken de hoeveelheden die gaan vallen niet heel groot te zijn. Maar al met al wel voldoende om de Rijn weer wat te laten stijgen.
Als de regen naar het (zuid)oosten wegtrekt wordt het in onze omgeving vanaf aanstaande dinsdag alweer droog onder invloed van een nieuw hogedrukgebied. Dit trekt echter snel naar het oosten weg, waarna nieuwe lagedrukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan het weer in Nederlanden en de stroomgebieden gaan beïnvloeden. Op zaterdag kan het alweer buiig worden met (wat) regen in vooral Nederland en België. De dagen daarna trekt deze zone met regen ook naar het oosten en krijgt het stroomgebied van de Rijn ermee te maken. Vooral in het begin van de week na volgend weekend zou daar aardig wat regen kunnen vallen; maar op deze termijn is dat uiteraard nog geen zekerheid.
De week na het volgend weekend blijft onze omgeving onder invloed staan van lage druk en een lange droge periode lijkt er voorlopig niet meer van te komen. Na een zeer droge april gooit mei het dus over een andere boeg, waarbij er alleen al in de eerste helft van de maand zo’n 30 tot 50 mm regen kan vallen in de stroomgebieden. In de Middelgebergten en de Alpen kan dat nog wat meer zijn. Maar er zijn ook plaatsen waar minder regen wordt verwacht, zoals de Nederlandse kustprovincies, waar het bij zo’n 10 tot 20 mm blijft steken.
Rijn stijgt komende week weer tot boven 8 m NAP, maar blijft laag voor de tijd van het jaar
De Rijnafvoer is nu gedaald tot een stand van ca 7,6 m NAP en een afvoer iets onder de 1.200 m3/s. Dat is slechts 50% van het langjarig gemiddelde, maar lang geen uitzonderlijke situatie. In 1921, 1976 en 2011 zakte de afvoer in deze tijd van het jaar zelfs tot onder de 1.000 m3/s. Bijzonder is het wel, want zo’n lage afvoer in deze tijd van het kwam pas zo’n 10 keer eerder voor. De laatste keer was trouwens vorig jaar, toen de 1.200 m3/s op 4 mei werd onderschreden; dit jaar op 1 mei.
Met de regen die nu in aankomst is, verwacht ik dat de afvoer niet veel verder zal dalen. Gisteravond viel net over de grens een flinke bui en dat zorgt later vandaag al voor een stabilisatie of lichte stijging rond de 1.200 m3/s. Vooral op dinsdag gaat veel regen vallen in de regio tussen Duisburg en Frankfurt en dat water zal woensdag al bij Lobith aankomen. Dan gaat de waterstand enkele decimeters omhoog naar tussen de 7,8 en 7,9 m NAP op donderdag 7 en vrijdag 8 mei. De afvoer bedraagt dan weer ca 1.275 m3/s.
De dagen daarna daalt de stand weer iets, naar ca 7,7 m NAP op 9 en 10 mei, omdat dan het water voorbij is dat tijdens de eerste regenperiode is gevallen. Maar deze droge periode lijkt niet lang te gaan duren en na het komend weekend kan opnieuw regen gaan vallen en de hoeveelheden lijken voldoende om de waterstand in de loop van die week, dat is vanaf maandag 11 mei weer te laten stijgen. Op grond van de (nog onzekere) verwachting voor die dagen ga ik nu uit van een mogelijke stijging tot rond 8,25 m NAP en een afvoer rond 1.500 m3/s later in die week; dat is rond 13 mei.
Voorlopig gaat het dus nog maar om een bescheiden stijging van de waterstanden en de laagwaterperiode is nog zeker niet voorbij. Maar dat is ook wel te verwachten na een zo lange droge periode. Mochten de regenhoeveelheden klein blijven, dan kan de stand vanaf half mei zomaar weer dalen tot onder de 8 meter. Voorlopig eerst maar eens afwachten hoe de eerste 10 dagen van mei gaan verlopen.
Maas stijgt een beetje, maar blijft voorlopig aan de lage kant
Het droge weer van de afgelopen weken heeft de Maas laten dalen tot slechts 75 m3/s bij Maastricht. Erg laag, want ca 225 is het langjarig gemiddelde. We moeten ook terug tot het zeer droge voorjaar van 2011 voor een vergelijkbare lage afvoer. Zelfs vorig jaar was de afvoer na een vrijwel droge maart en april nog wat hoger.
De komende dagen krijgt de Maas wat extra water van de regen die gaat vallen. Vooral dinsdag wordt een natte dag als een regenzone lang stil blijft liggen boven de Ardennen. Als dat uitkomt kan er ca 20 tot 30 mm regen vallen en dan is voldoende voor een stijging van 100 tot 150 m3/s. Tot die tijd valt er op zondag en maandag ook al wat regen, maar dat brengt de afvoer misschien net op 100 m3/s. Met de regen van dinsdag daarbovenop kan de afvoer stijgen tot 200 m3/s of iets meer. Maar dan moet de regen niet meer naar het oosten vallen, waardoor de Maas ernaast grijpt.
Woensdag valt ook nog wat regen en daalt de afvoer nog niet, maar daarna volgen enkele droge dagen en gaat de afvoer weer omlaag naar 100 tot 150 m3/s. Vanaf zaterdag volgen weer dagen met regen, geen grote hoeveelheden, maar voldoende om de afvoer rond de 150 m3/s te houden. Mochten er echt natte dagen komen in die periode dan is een wat hogere afvoer ook mogelijk, maar de kans daarop lijkt voorlopig klein.
Water inzicht
April was al de droogste maand en is verder opgedroogd, maar er veranderde meer
April is van alle maanden van het jaar de maand waarin de klimaatveranderingen het grootst zijn. Het was altijd al de droogste maand van het jaar, maar terwijl de meeste andere maanden natter zijn geworden in de afgelopen 30 jaar is april verder opgedroogd. De eerste grafiek hierna laat de procentuele verandering zien in neerslag van de afgelopen 30 jaar met de periode van 1961 t/m 1990, van voor de tijd dat het klimaat versneld is gaan veranderen.
Verandering neerslag ged het jaar.png

Wat verder opvalt is de enorme toename in uren zonneschijn. De zon is steeds meer gaan schijnen en alle maanden profiteren daarvan, maar april het meest. De volgende grafiek laat zien dat in de afgelopen 30 jaar de zon in april gemiddeld bijna 50 uur meer scheen dan in de periode 1961 t/m1990. En als we naar alleen de laatste 10 jaar kijken (geen figuur) dan is dat verschil zelfs bijna 70 uur, dat is ruim 2 uur per dag meer.
Toename zon laatste 30 jr ivm 1961-1990.png

De hogere temperaturen en toename van de zonneschijn zorgen voor veel meer verdamping. In de volgende grafiek is onder elkaar de neerslag, de verdamping en het overschot cq tekort weergegeven. Deze grafiek begint in 1958 omdat vaafdat moment in De Bilt begonnen is met het registreren van de verdamping.
De trendlijnen laten zien dat het droger is geworden en er meer water verdampt. Het gevolg is dat april steeds vaker een maand is met een neerslagtekort (de trendlijn daalt tot onder nul), terwijl het in het begin van de eeuw gemiddeld nog een maand was met een klein neerslagoverschot.
neerslag, verdamping en overschot.png

De afgelopen maand april was in Nederland zeer droog, met in De Bilt slechts 2,5 mm regen, terwijl de verdamping ruim 85 mm bedroeg. Dat leverde een zeer groot neerslagtekort op dat zelfs voor een zomermaand erg hoog zou zijn. Het is er mede de oorzaak van dat de bodem overal al sterk is uitgedroogd en het grondwater naar zeer lage waarden is gezakt. En dan moet de zomer nog beginnen.
Het droge en zonnige weer is er niet alleen in Nederland, maar ook in de landen om ons heen. De Rijnafvoer is dan ook gemiddeld sterk gedaald in april, met meest van alle maanden. De volgende grafiek laat de gemiddelde afvoer in april zien voor de hele meetreeks vanaf 1901 en het 30-jarig gemiddelde, dat start vanaf 1930 als er voor het eerst 30 jaar zijn verstreken. Dit langjarig gemiddelde laat zien dat vooral de laatste 20 jaar de gemiddelde afvoer sterk is gaan dalen, met inmiddels ruim 20% (van 2.800 naar 2.200 m3/s) ten opzichte voor de periode daarvoor.
Rijnafvoer april.png

Nu was dat een periode met een relatief hoog gemiddelde als gevolg van de natte voorjaren in de 80-er en 90-er jaren. Maar inmiddels is het gemiddelde zover gedaald dat het ook lager is dan de periode daarvoor toen het tussen 2.300 en 2.400 m3/s schommelde. Dit betekent dat de Rijnafvoer aan het begin van het zomerseizoen nu gemiddeld lager is dan eerder in de meetreeks en dat het dus meer op de regenval (en sneeuwsmelt) in de komende maanden aankomt om de afvoer niet te veel te laten dalen.
Het goede nieuws is dat in ieder geval mei en juni dat aardig lukt, want als we het langjarig gemiddelde van deze twee maanden naast dat van april (en maart) leggen (zie de volgende grafiek), dan zien we dat deze twee de afgelopen decennia wel zijn gedaald, maar lang niet zoveel als de maand april. Zij zijn ook nog duidelijk hoger dan eerder in de meetreeks. Het sterke opdrogen van april heeft (voorlopig) dus nog geen grote consequenties voor het afvoer verloop in de rest van het voorjaar en de voorzomer.
30-j gem Rijn voorjaarsmaanden.png
