Actuele verwachtingen waterstanden
Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.
Komende weken weinig neerslag en dalende waterstanden
Rijn en Maas zijn naar een relatief lage stand gedaald voor de tijd van het jaar. Soms valt er wel wat regen, maar net voldoende om de waterstand dan even te stabiliseren voordat de daling weer inzet. Een overgang naar nattere omstandigheden met wat hogere waterstanden is voorlopig niet in zicht. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek Water Inzicht een terugblik op maart; een maand die de laatste decennia opvallend vaak relatief lage afvoeren kende, terwijl het aan het eind van de vorige eeuw nog even de maand met gemiddeld de hoogste afvoer was van het jaar.
water van de week
Hogedrukgebieden houden de neerslag op afstand, met soms een korte onderbreking met wat neerslag.
Vorige week was al voorzien dat een hogedrukgebied rond deze tijd vanaf de Atlantische Oceaan naar het Europese continent zou trekken, maar waar het precies zou komen te liggen was toen nog niet duidelijk. Nu het hogedrukgebied inderdaad is ontstaan, verwachten de weermodellen dat het over onze omgeving naar Scandinavië trekt, waar het medio komende week arriveert. Omdat dit hogedrukgebied ook in uitloper in stand houdt richting de Azoren, kunnen lagedrukgebieden vanaf dat Atlantische Oceaan onze omgeving dan niet bereiken.
In de tweede helft van de week schuift het Scandinavische hogedrukgebied echter zo ver naar het oosten dat er een kansje is dat het een lagedrukgebied toch net wel lukt om zich tussen het Azoren-hogedrukgebied en het Scandinavische hogedrukgebied in te positioneren. Dat is dan precies boven onze omgeving en dat zou betekenen dat er dan wel neerslag kan gaan vallen, maar het is allemaal nog erg onzeker wat er dan gebeurt. Dat zien we ook terug in de meerdaagse verwachting die soms voor donderdag en vrijdag een flinke hoeveelheid regen verwachten en een dag later is dat uit de verwachting weer verdwenen. Als het zo uitkomt als de verwachting nu aangeeft, dan zou er 10 tot lokaal 20 mm regen kunnen vallen in Nederland, het midden van Duitsland en de Ardennen. Dat is dan voldoende voor een lichte stijging van de rivieren.
Vanaf zaterdag herstelt de verbinding zich tussen de beide hogedrukgebieden en dat betekent een terugkeer van het droge weertype. Vanaf dinsdag of woensdag in de week na het volgend weekend lijkt zich dit patroon te herhalen: de hogedrukgebieden wijken wat uit elkaar en ongeveer boven onze omgeving kan zich dan weer een klein lagedrukgebied ontwikkelen, dat neerslag gaat brengen. Ook dan worden geen grote hoeveelheden verwacht, maar misschien dat het de rivieren net weer een zetje kan geven, zodat ze niet, voor de tijd van het jaar, te ver wegzakken.
Rijn daalt eerst naar ca 8,1 m NAP; eind van de week weer iets stijgend.
Het verloop van de waterstand in de Rijn bij Lobith was de afgelopen week opvallend stabiel; tussen 8,4 m en 8,45 m NAP. Voor de tijd van het jaar is dat aan de lage kant want gewoonlijk bedraagt de waterstand begin april ongeveer 9,4 m NAP. In de rubriek Water Inzicht ga ik hier wat dieper op in dat zo’n wat lagere stand eind maart tegenwoordig geen uitzondering meer is. De lage waterstand is het gevolg van een vrij droge tweede helft van maart.
Dat de waterstand toch niet verder daalt, is weer het gevolg van zo nu en dan een korte opleving van de neerslag. In het begin van de afgelopen week waren dat de buien die vanaf de Noordzee over het stroomgebied werden aangevoerd. Die noordwestelijke stroming leverde vooral voor de noordzijde van de Alpen nog een aardige hoeveelheid extra sneeuw op. Een week eerder was het sneeuwdek al flink gestegen, maar de afgelopen week kwam daar op een aantal plekken nog meer dan 1 m bij.
Inmiddels ligt boven de 2000 m een sneeuwdek dat is aangegroeid tot ruim boven het gemiddelde voor deze tijd van het jaar. Als niet te veel sneeuw in de komende weken verdampt door intensieve zonnestraling op het sneeuwdek, kan de Rijn vanaf half april nog aardig wat smeltwater verwachten. Dit zou dan voorkomen dat de waterstand in mei en juni al te ver daalt, zelfs bij droog weer in de rest van het stroomgebied.
De komende week lijkt wat het de neerslag betreft een beetje op de voorgaande mits er inderdaad In de tweede helft van de week weer wat neerslag gaat vallen. Tot die tijd daalt de waterstand met zo’n 5 cm per dag vanaf de huidige 8,45 m naar ca 8,1 tot 8,2 m NAP aan het eind van de week. De afvoer die nu nog ca 1.600 m3/s bedraagt zal dan gedaald zijn tot ca 1.400 m3/s. Vanaf het komend weekend arriveert weer wat extra water van de neerslag die vanaf donderdag aanstaande gaat vallen. De hoeveelheden zijn echter klein en de stijging zal niet meer dan enkele decimeters bedragen, tot ca 8,3 m NAP op maandag 13 april; bij een afvoer van ca 1.500 m3/s.
Mocht de regen uitblijven, dan zou er zelfs helemaal geen stijging kunnen komen. In de rest van de week daalt de waterstand dan weer langzaam verder en als de hoeveelheid regen die in die week zou kunnen vallen, ook beperkt blijft dan is de kans groot dat de waterstand daalt naar ca 8 m NAP in de tweede helft van die week, dat is vanaf 16 april. De afvoer is dan gedaald tot ca 1.350 m3/s, wat laag is voor de tijd van het jaar. Net als de maand maart is april de laatste decennia ook vaak droog verlopen, dus uitzonderlijk is een lage afvoer niet voor deze tijd van het jaar.
Maas schommelt komende tijd rond 200 m3/s.
De Maasafvoer daalde de afgelopen week langzaam, van ca 250 naar 220 m3/s. Het was dan ook overwegend droog in het stroomgebied en het beetje regen dat in de tweede helft van de week viel, leverde geen stijging op. De eerstkomende dagen blijft het nog droog en daalt de afvoer verder naar net onder de 200 m3/s op donderdag. Vanaf die dag zou er weer regen kunnen vallen in de Ardennen als een klein lagedrukgebied zich tot over onze omgeving uitbreidt.
De exacte positie en ook de hoeveelheden regen die tot op gaat leveren is echter nog onzeker maar mocht het zo'n 15 tot 20 mm worden op donderdag en vrijdag waar nu vanuit wordt gegaan, dan kan dat vanaf donderdag een lichte stijging van de Maas betekenen. Maar veel meer dan 250 m3/s op vrijdag en zaterdag verwacht ik niet. Daarna gaat de afvoer ook weer dalen, want vanaf het weekend breken weer een aantal drogere dagen aan. Rond 15 april zou de afvoer dan weer tot onder de 200 m3/s kunnen zijn gedaald.
Mogelijk dat het daarna weer tot een nieuwe lichte opleving komt, als er ook in die week rond dinsdag of woensdag weer wat regen gaat vallen. Deze verwachting is nog erg onzeker en Het is ook niet uit te sluiten dat die week vrijwel droog verloopt zodat de waterstanden verder dalen richting 175 en later 150 m3/s. Daarvoor zullen we de verwachting van volgende week moeten afwachten.
Water Inzicht
De maand maart is vooral in het stroomgebied van de Rijn de laatste 20 jaar droger geworden
In de Rijn bij Lobith kwam de gemiddelde afvoer over de maand maart uit op circa 2.235 m3/s. Dat is 15% minder dan het langjarig gemiddelde dat in maart ruim 2.600 m3/s bedraagt. Maart heeft de laatste tijd opvallend vaak een lager dan gemiddelde afvoer gehad. Sinds 2009 was er maar één jaar (2010) met een duidelijk hoger dan gemiddelde afvoer, in alle andere jaren was de afvoer lager. Soms zelfs fors lager zoals vorig jaar toen maar net de helft van de normale afvoer ons land binnenstroomde.
Al deze jaren met een relatief lage afvoer hebben ervoor gezorgd dat de 30-jarig gemiddelde afvoer over maart in de afgelopen decennia duidelijk is gedaald. Aan het eind van de vorige eeuw en de eerste jaren van de huidige eeuw was de situatie nog heel anders, toen waren er relatief veel maartmaanden met een hoge afvoer en steeg het langjarig gemiddelde nog .Deze was zelfs even hoger dan 3.000 m3/s en maart was toen de maand met de gemiddeld hoogste Rijnafvoer van het jaar. Maar sinds 2009 heeft een kentering ingezet en is de afvoer langzaam af gaan nemen. De grafiek hieronder laat van jaar tot jaar de afvoer in maart zien en het 30-jarig gemiddelde.
Schermafbeelding 2026-04-05 om 11.58.18.png

Dit afname van de gemiddelde afvoer in maart wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt doordat het met name in Duitsland in maart droger is geworden. In bijvoorbeeld de deelstaat Baden Württemberg, waar het Zwarte Woud ligt en waar de Rijn veel water uit ontvangt, is er een duidelijke trend zichtbaar naar steeds drogere maartmaanden. Of deze trend de komende tijd doorzet is nu nog niet te zeggen. Als we in de meetreeks terugkijken, zien we vaker perioden van enkele decennia dat het natter of juist droger is, maar de mate waarin maart nu droger is geworden in Zuid-Duitsland is wel de meest extreme sinds het begin van de metingen.
Dat nog geen sprake is van een doorgaande negatieve trend laat ook de trendlijn zien over de hele meetreeks, deze loopt ondanks de vele lage afvoeren van de laatste 20 jaar, toch nog steeds een beetje op. Wat wel definitief veranderd is, is het aantal dagen dat er in maart nog sneeuw lag in de Duitse Middelgebergten. Zo bedroeg dat aantal rond 1980 in Baden Württemberg nog gemiddeld 8 terwijl dat inmiddels is afgenomen tot 1 à 2 en ook in Nordrhein Westfalen, waar bijvoorbeeld het Sauerland ligt, is het aantal dagen met een sneeuwdek in maart teruggelopen tot bijna nul. Op smeltwater in maart hoeft de Rijn daarom ook niet meer te rekenen en dat betekent dat de Rijn aan de start van het zomerseizoen vaker te maken zal krijgen met een al lagere afvoer.
Voor het waterbeheer in Nederland hoeft een lage maartafvoer nog niet meteen een probleem te zijn want ook met een gemiddelde afvoer van ruim 2000 m3/s kunnen alle gebruikers van het water nog prima worden voorzien. Voor de natuur is een lage maart afvoer echter wel ongunstig want juist in het begin van het groeiseizoen is het belangrijk dat de moerassen en het grondwater in de uiterwaarden goed gevuld zijn. Met een laag beginpeil is de kans namelijk veel groter dat dit later in het jaar niet meer wordt aangevuld en deze gebieden in de zomer opdrogen. Veel soorten die afhankelijk zijn van de nattigheid verdwijnen dan uit de uiterwaarden.
Voor de andere gebruikers van het rivierwater in Nederland geldt dat zij na een drogere start in maart meer afhankelijk worden van hoe het zomerhalfjaar zich verder ontwikkeld. Een droge periode van enkele weken groeit dan al snel uit tot een probleem, terwijl dat vroeger, toen er ook al wel langere droge perioden waren, minder snel een probleem was.
Schermafbeelding 2026-04-05 om 11.58.31.png

Ook de Maas (zie grafiek hierboven) had een lager dan gemiddelde afvoer in maart. Deze kwam uit op 335 m3/s, terwijl 385 m3/s het langjarig gemiddelde is. Dat de afvoer nog redelijk hoog was had de Maas vooral te danken aan het kleine hoogwatergolfje dat eind februari door de Maas stroomde. Daardoor was de afvoer vooral in de eerste 10 dagen van maart nog relatief hoog.
Ook bij de Maas is de afvoer in maart In de afgelopen 20 jaar wel wat afgenomen maar minder sterk dan bij de Rijn. Het dertigjarig gemiddelde bij Maastricht is na een piek rond 2007, wel wat gedaald, maar bedraagt nog steeds ongeveer 420 m3/s. Er waren hier de laatste ca 20 jaar ook meer jaren met een hoger dan gemiddelde afvoer. Maar net als bij de Rijn waren er ook aardig wat jaren met een heel lage maart-afvoer zoals bijvoorbeeld vorig jaar toen de Maas ook maar 50% van de normale gemiddelde afvoer naar Nederland afvoerde.
Het huidige opdrogen van de maand maart is in het stroomgebied van de Maas dan ook wat minder extreem als verder naar het zuiden zoals we bij Baden Württemberg zagen. De gevolgen daarvan zien we ook terug in de trendlijn, die bij de Maas nog wel duidelijk oploopt, veel meer dan bij de Rijn.
Nog een paar dagen met buien, daarna vrijwel droog, standen eerst stabiel, daarna dalend
Een noordwestelijke luchtstroming met buien bracht de afgelopen week wat extra water voor de rivieren, maar het was maar net voldoende om de waterstanden licht te laten stijgen. De komende dagen houdt dit weertype nog even aan, maar halverwege de week neemt de invloed van hogedrukgebieden toe en de neerslagkansen af. Dat leidt op termijn tot dalende afvoeren in Rijn en Maas. Positief voor de Rijn is dat er de afgelopen week veel sneeuw in de Alpen is gevallen, wat vanaf half april voor extra water kan zorgen als de sneeuw smelt. De kans op zeer lage standen is daardoor klein dit voorjaar. In het waterbericht leest u de details.
Water van de week
Eerst nog wat regen, op termijn droog als hogedrukgebiedenb dichterbij komen
Boven de Golf van Biskaje ligt een sterk hogedrukgebied dat boven Nederland en de stroomgebieden een westelijke tot noordwestelijke luchtstroming in stand houdt. Hiermee wordt vrij koele lucht aangevoerd met buien. In Nederland levert dat de komende 2 dagen nog aardig wat neerslag op, er wordt zo’n 5 tot 15 mm verwacht. Verderop in de stroomgebieden vangen de Ardennen, Eiffel en het Sauerland ook vrij veel regen, omdat de lucht daar zo’n 500 m moet stijgen en dat zorgt voor extra neerslag.
In de rest van Duitsland valt veel minder neerslag, tot de lucht het Zwarte Woud bereikt en daar naar ca 1000 tot 1500 m moet stijgen moet, waardoor ook daar zo’n 20 mm neerslag kan vallen. Dit patroon herhaalt zich daarna nog een keer: in het noordelijke, lage deel van Zwitserland blijft het vrijwel droog, maar aan de noordkant van de Alpen, waar de lucht naar 2000 tot 4000 m moet stijgen, wordt tenslotte het laatste vocht uit de lucht geperst, wat een laag verse sneeuw oplevert.
Deze neerslagverdeling is kenmerkend voor een noordwestelijke stroming en deze zien we daarom ook terug in de hoeveelheden die in de afgelopen week zijn gevallen, met 20 tot 30 mm in de Ardennen, 30 tot 50 mm in het Zwarte Woud en meer dan 1 meter in de Alpen. Omdat de lucht vrij koud was viel de neerslag hogerop in de heuvels en gebergten al snel als sneeuw en vanaf ongeveer 500 m hoogte bleef deze sneeuw ook liggen, wat daar een laag opleverde van enkele decimeters dik.
De komende dagen vormt zich vanuit het hogedrukgebied een uitloper in noordoostelijke richting, die zich tot over de stroomgebieden uitstrekt. De neerslagactiviteit neemt daardoor op dinsdag af vanaf woensdag wordt het een aantal dagen droog. Deze uitloper van hogedruk zakt later in de week wat in en daardoor kan een neerslagzone van een lagedrukgebied boven de Atlantische Oceaan ons passeren. Het lagedrukgebied trekt over het noorden van de Noordzee naar het oosten en daardoor kan er vanaf vrijdag tot en met zondag wat neerslag vallen in de stroomgebieden. Maar geen grote hoeveelheden en de rivieren zullen er waarschijnlijk weinig van merken.
Vanaf zondag vormt zich een nieuwe uitloper van het hogedrukgebied, die zich opnieuw tot over centraal Europa zal uitbreiden. Dit hogedrukgebied gaat in de dagen daarna het weer in onze omgeving bepalen, maar het is nog niet duidelijk waar de kern precies komt te liggen. Mocht dat boven centraal Europa zijn dan krijgen we te maken met een zuidelijke, vrij zachte stroming, maar mocht het boven de Britse eilanden zijn, dan gaat de wind opnieuw naar het noordwesten en volgt een herhaling van het koele weer met wat buien. Maar het zou ook nog kunnen dat het hogedrukgebied boven Scandinavië terecht komt, waardoor we met een vrij droge oostelijke wind te maken krijgen en gematigde temperaturen.
In alle gevallen zal er echter maar weinig regen vallen en de rivieren hoeven daardoor niet op veel neerslag te rekenen. Alles samengevat, de eerste dagen nog buien met aardig wat neerslag in de Middelgebergten en Alpen, daarna even droog en aan het eind van de week en in het weer wat regen, maar geen grote hoeveelheden en na het komend weekend zou het zomaar eens meer dan een week helemaal droog kunnen blijven.
Rijn komende week vrijwel stabiel rond 8,3 m NAP, op termijn wel dalend.
De buien die door de noordwestenwind werden meegevoerd brachten in het stroomgebied vooral hogerop In de heuvels nog aardig wat neerslag, Maar de hoeveelheden waren te klein voor een duidelijke stijging van de Rijn. Dit kwam ook omdat een deel van de neerslag als sneeuw viel die nog niet gesmolten is. De meeste sneeuw viel uiteraard in de Alpen en daar groeide het sneeuwdek aan tot rond de normale waarde voor deze tijd van het jaar of nog iets daarboven. Dat is dan vooral tegen de noordkant van de Alpen aan, want net ten zuiden daarvan, waar de Boven-Rijn ontspringt is het sneeuwdek wat minder dik.
De situatie is daarmee wel veel beter dan vorig jaar, toen het vanaf eind februari lang droog bleef en rond deze tijd van het jaar nog maar ca 50% van het normale sneeuwdek aanwezig was. De Rijn mag de komende 2 maanden, als de sneeuw gaat smelten dus op wat extra water rekenen. Dit kan oplopen tot zo’n 500, soms wel 1000 m3/s extra. Voor Lobith betekent dit een waterstand die zo’n 50 tot 100 cm hoger is dan zonder dat er smeltwater zou zijn.
Smeltwater vanuit de Alpen zorgt daarmee dus nooit voor en hoogwater, hoogstens draagt het er wat aan bij als er net op dat moment ook veel regen valt in Duitsland en het oosten van Frankrijk. Het smeltwater in de Rijn is dus vooral een constante bron omdat het maandenlang in voorjaar en zomer voor extra afvoer zorgt. Zolang de noordwestelijke luchtstroming aanhoudt, dat is t/m dinsdag, groeit het sneeuwdek in de Alpen nog wat verder aan, met zo’n 30 tot 60 cm. Al met al ligt er dan een mooie voorraad voor de komende maanden, die de kans op lage afvoeren dit jaar in mei en juni een stuk kleiner zal maken.
De komende dagen is het vooral de smeltende sneeuw vanuit de Middelgebergten en de nieuwe neerslag die er nog gaat vallen, die voor wat extra water voor de Rijn gaat zorgen. De waterstand was afgelopen zaterdag tot circa 8,3 m NAP gedaald en de afvoer tot net boven de 1.500 m3/s, en daar komt de komende dagen wat bij, maar ik verwacht niet meer dan een stand van 8,5 m NAP en een afvoer van ca 1.600 m3/s. Vanaf woensdag daalt de stand dan weer tot ongeveer 8,3 m om vanaf vrijdag weer licht te gaan stijgen tot circa 8,4 m net na het volgend weekend.
Tegen die tijd is het extra water op, dat de Rijn nog op voorraad heeft als smeltwater in de Middelgebergten en wat er de komende dagen valt als neerslag. En omdat de sneeuw in de Alpen voorlopig nog niet gaat smelten, zal de stand vanaf ca 6 april toch gaan dalen. Dagelijks verwacht ik dan een daling van zo'n 5 tot 10 cm en rond 10 april zou dan ook de 8 m NAP bij Lobith bereikt kunnen worden, bij een afvoer van ca 1.350 m3/s. Het is nu nog niet te zeggen wat er na die tijd gaat gebeuren, daarvoor moeten we afwachten hoe het weer zich na de Paasdagen gaat ontwikkelen.
Maas nog een paar dagen boven 300 m3/s, daarna dalend naar <225 m3/s.
De Maas ontving de afgelopen dagen ook wat neerslag vanuit de buien die met de noordwestenwind werd aangevoerd. Er viel wat minder neerslag dan waar ik vorige week van uitging en de afvoer steeg daarom maar weinig tot ca 300 m3/s op dit moment. Vandaag en vooral morgen kunnen er nog buien vallen in de Ardennen en dat levert dan nog een keer wat extra water op waardoor de afvoer nog wat kan stijgen; naar mogelijk 400 m3/s op dinsdag 31/3.
Vanaf dinsdag neemt de kans op neerslag af en gaat de afvoer weer voor langere tijd dalen. Aan het eind van de week en in het weekend kan er wel wat regen vallen maar geen grote hoeveelheden en die we zullen niet voor een stijging van de Maas zorgen. Ik verwacht daarom dat de afvoer vanaf dinsdag gaat dalen en dat op donderdag 2/4 de 300 m3/s weer wordt onderschreden. De dagen daarna zet de daling door met gemiddeld per dag zo'n 10 m3/s.
Op dinsdag op woensdag na Pasen wordt dan de 250 m3/s weer bereikt en omdat het waarschijnlijk die hele week droog blijft zet de daling ook daarna door tot ca 225 m3/s aan het eind van die week. Wat daarna gebeurt hangt af van of er weer regen gaat vallen in de dagen na Pasen; daarover volgende week meer.
Weersomslag naar koel en buiig weer; daling Rijn en Maas slaat weer om naar licht stijgend
Een voorjaar met langdurig droog weer lijkt het voorlopig niet te gaan worden. De Maartmaand als geheel verloopt tot nu toe wel droog in Nederland en de stroomgebieden, maar de droge en nattere perioden wisselen elkaar ook af, zodat de waterstand niet heel ver terugzakt. Na een droge week volgt komende week weer een overgang naar een nattere periode waarin voldoende neerslag valt voor een lichte stijging van Rijn en Maas. De wat langere termijn is echter nog onzeker. In het waterbericht leest u de details. De rubriek Water Inzicht slaat nog een weekje over.
water van de week
Koel en buiig, na volgend weekend nog onzeker of dit aanhoudt of het toch weer langer droog wordt
Het weer in de stroomgebieden werd de afgelopen week bepaald door een langgerekte rug van hoge druk die eerst ten zuiden en later ten noorden van ons lag. Het zorgde voor een oostelijke tot noordoostelijke stroming en het bleef zo goed als droog. Dit weertype houden we nog een paar dagen totdat in de nacht van dinsdag op woensdag een koufront passeert en de stroming voor langere tijd noordwestelijk tot noordelijk wordt.
Het koufront hoort bij een lagedrukgebied dat vanaf de noordelijke Atlantische Oceaan naar het midden van Scandinavië trekt. Tegelijkertijd breidt ten westen van ons het Azoren hogedrukgebied zich naar het noorden uit en vormt een aparte kern van hoge druk boven de Britse eilanden. Lage en hoge druk samen zorgen voor een glijbaan van koude lucht over onze omgeving en de stroomgebieden waarin veel buien meetrekken.
Tot en met zaterdag 28 maart kan er in Nederland zo’n 15 tot 20 mm neerslag vallen en omdat de lucht zo koud is kan zich in het oosten en zuidoosten soms tijdelijk ook een sneeuwdekje vormen. In de Ardennen en Duitse middelgebergten (Sauerland en Eiffel) kan zich zelfs een langduriger sneeuwdek vormen van zo'n 15 tot 20 cm, dat maar langzaam wegsmelt. Wat verder naar het zuiden in Duitsland is de stroming een deel van zijn vocht alweer kwijt en valt minder neerslag. In de Alpen echter moet de noordwestelijke stroming zover stijgen dat in de afkoelende lucht toch weer veel neerslag ontstaat. Daar vormt zich hogerop in de Alpen een verse sneeuwlaag van 50 tot 75 cm dik.
Vanaf zondag breidt het hogedrukgebied boven de Britse eilanden zich wat verder uit naar het oosten en de luchtstroming boven de stroomgebieden draait dan weer wat naar het oosten. Het wordt dan een paar dagen droog en de sneeuw in de middelgebergten kan weer gaan smelten. De sneeuw hogerop in de Alpen smelt voorlopig nog niet, dat gebeurt pas in mei of juni en vormt daarmee een mooi appeltje voor de dorst voor de Rijn later in het voorjaar.
Het is nog onduidelijk hoe lang het droge weer aanhoudt in het begin van de week na het volgend weekend. Gisteren verwachtte het Europese weermodel nog dat het hogedrukgebied sterk genoeg was om de stroomgebieden een droge week te bezorgen maar in de laatste verwachting blijft het hogedrukgebied op wat grotere afstand en herstelt de noordwestelijke stroming zich. We krijgen dan een herhaling van het weer van de komende week met opnieuw buien die hogerop in de middelgebergten opnieuw een vers sneeuwdek kunnen vormen. En ook in de Alpen groeit het verse sneeuwdek verder aan; tot lokaal, over de twee weken samen, 100 tot 150 cm verse sneeuw.
Het is uiteraard nog even afwachten of die noordwestelijke stroming wel aanhoudt want er is ook goede kans dat het hogedrukgebied wel sterk genoeg wordt om deze luchtstroming zover af te laten nemen dat er maar weinig neerslag valt in de stroomgebieden. We zullen nog een weekje moeten wachten om hier meer zekerheid over te krijgen.
Rijn daalt naar ca 8,25 m NAP, vanaf komend weekend weer wat stijgend.
De Rijn profiteerde in het begin van de afgelopen week nog van de neerslag in de week daarvoor en het extra water dat vanuit het stroomgebied onderweg was leverde een klein piekje op van circa 9,4 m NAP; de afvoer steeg tot 2.350 m3/s. Ondanks dat het om een piekje ging, is dit toch circa 200 m3/s onder het langjarig gemiddelde en de waterstand van 9,4 m was ca 30 cm lager dan gemiddeld. De winter verliep relatief droog in het stroomgebied en daarom zakt de Rijn steeds weer makkelijker terug naar eenn afvoer onder het langjarig gemiddelde.
De rest van de afgelopen week na het piekje, daalde de afvoer en inmiddels is deze gezakt tot circa 1.850 m3/s bij een stand van 8,9 m NAP. Deze daling zet nog de hele komende week door tot op vrijdag en zaterdag een stand van circa 8,25 meter NAP wordt bereikt en de afvoer is dan gedaald tot circa 1.500 m3/s. Vanaf zaterdag arriveert het eerste water van de regenbuien die vanaf woensdag in het stroomgebied gaan vallen. Een deel van die neerslag valt in de middelgebergten als sneeuw en zal wat trager tot de afstroom komen.
Heel veel neerslag wordt tot en met zaterdag ook niet verwacht en de stijging van de Rijn zal daarom beperkt blijven tot circa 50 cm. Rond de maandwissel van maart naar april verwacht ik een stand van circa 8,75 m NAP en een afvoer van ca 1.750 m3/s. Bij wat meer neerslag kan misschien nog net de 9 m bereikt worden op 1 april. Als ik uitga van een drogere week na het volgend weekend dan gaat de waterstand vanaf 1 april weer dalen en eindigen we die week met een stand van ergens tussen de 8,2 en 8,5 m NAP.
Mocht toch het wat nattere scenario uitkomen dan kan de waterstand wel weer stijgen in de eerste week van april. tot 9 m en misschien nog ietsje hoger. Maar ook in dit nattere scenario wordt er niet heel veel neerslag verwacht, dus is een grotere stijging onwaarschijnlijk.
Maas daalt eerst tot ca 225 m3/s, daarna een lichte stijging tot ca 400-500 m3/s
In de Maas was er in het vorige weekend een klein piekje van circa 650 m3/s, Maar omdat de hele week vervolgens vrijwel droog verliep, daalde de afvoer weer snel tot ongeveer 250 m3/s op dit moment. Het droge weer houdt nog een paar dagen aan en de afvoer daalt nog wat verder tot circa 225 m3/s op woensdag. Van woensdag tot en met zaterdag worden flink wat buien verwacht en met name tegen de noordflank van de Ardennen aan kan er in totaal zo'n 30 tot 40 mm neerslag vallen.
Boven de 300 m zal dit een sneeuwdek opleveren dat kan aangroeien tot circa 20 cm op de hogere toppen van de Ardennen. In de week daarna smelt dit sneeuwdek weer langzaam en het water van de neerslag die gaat vallen, stroomt daardoor wat verspreid over de tijd naar de Maas af. Ik verwacht dat de afvoer bij Maastricht vanaf woensdag langzaam gaat stijgen, na ca 300 m3/s op donderdag en daarna iedere dag een beetje meer tot tussen 400 en 500 m3/s op zaterdag.
Omdat er vanaf zondag een paar dagen met weinig neerslag worden verwacht, zal in dagen na het weekend de Maas weer langzaam dalen naar ca 300 tot 350 m3/s op dinsdag en als het droge weer aanhoudt tot circa 250 m3/s aan het eind van die week. Maar het weer voor de week na volgend weekend is nog onzeker en mogelijk houdt de noordwestelijke luchtstroming aan met opnieuw veel buien. In dat geval blijft de afvoer bij Maastricht licht verhoogd, maar veel meer dan 500 m3/s verwacht ik niet dat het gaat worden.
Hogedrukgebieden weer aan zet, droog weer en na een lichte stijging weer dalende waterstanden
Na een paar dagen met aardig wat regen in het stroomgebied en licht stijgende waterstanden, herstelt het hogedrukgebied zich en volgt er nu weer een langere periode van droog weer, die waarschijnlijk ook na het komend weekend nog wel even aanhoudt. Na de stijging van de komende dagen gaan de waterstanden daardoor in de loop van de week weer dalen. In het water bericht leest u de details. De rubriek water inzicht slaat een weekje over.
Water van de week
Hoge druk herstelt zich en voorlopig voor langere tijd droog.
De regen die vorige weekend voor het einde van de afgelopen week was verwacht, is uitgekomen en heeft aardige neerslagsommen opgeleverd met lokaal 20 tot 40 mm. Dat is nog wat meer dan waar het vorige week naar uitzag en dat merken we aan de waterstanden in de rivieren die wat meer stijgen dan waar het toen naar uitzag. Maar deze stijgging is van korte duur, want inmiddels is het weer even gedaan met de regen. Een hogedrukgebied verplaatst zich de komende dagen naar Centraal-Europa en dit houdt de regengebieden voorlopig op afstand.
Alleen morgen, maandag, kan er nog wat regen vallen, maar geen grote hoeveelheden waar de rivieren iets van merken. In de tweede helft van de week vormt het hogedrukgebied een uitloper in westelijke richting, zodat er een langgerekte rug van hoge druk ontstaat van west naar oost over Europa. Deze verschuift vervolgens naar het noorden en enige blijft daar een aantal dagen liggen. De windrichting boven de stroomgebieden wordt daardoor oostelijk en dat staat garant voor een langere periode van droog weer.
Pas vanaf de tweede helft van de week na het volgend weekend, dat is vanaf 25 maart, neemt de invloed van het hogedrukgebied op het weer in de stroomgebieden waarschijnlijk af. Maar dat is nog ver weg en of er dan weer regen komt, is nog lang niet zeker. Mogelijk dat de luchtstroming tegen die tijd noordelijk wordt, wat doorgaans weinig regen oplevert, maar wel lagere temperaturen.
Rijn stijgt licht, tot circa 9,3 m NAP, daarna weer snel dalend tot onder 9 m.
De regen van de afgelopen dagen levert de Rijn een paar honderd m3/s extra water op. Vooral in het stroomgebied van de Moezel viel op vrijdag en zaterdag vrij veel regen toen een langgerekt regengebied daar voor langere tijd stil bleef hangen. De hoogste stand wordt bij Koblenz, waar de Moezel in de Rijn uitmondt, komende nacht verwacht en dit water is dan over een dag of 2 tot 3 bij Lobith. In het zuiden van Duitsland viel ook wel wat neerslag maar dit leverde slechts een bescheiden stijging op in de Bovenrijn.
In de Alpen viel ook neerslag en daar was het al vanaf ca 600 m sneeuw. Boven de 2000 m viel een verse laag van circa 50 cm. De meeste sneeuw viel echter aan de zuidkant van de Alpen met lokaal bijna 1 m. Hier gaat de Po van in Italië; als de sneeuw daar in april en mei gaat smelten. Het sneeuwdek aan de noordzijde van de Alpen, waar de Rijn zijn water van ontvangt, is nu ongeveer gemiddeld en lokaal iets minder dan gemiddeld voor deze tijd van het jaar. De grafiek hieronder geeft de ontwikkeling van het sneeuwdek voor een meetstation op circa 2150 m hoogte aan de noordzijde van de Alpen. Met enkele horten en stoten is het sneeuwdek daar uitegkomen op het langjarig gemiddelde.
Schermafbeelding 2026-03-15 om 11.36.37.png

Vanaf de komende weken gaat hogerop in de Alpen de eerste sneeuw smelten en het smeltseizoen duurt daar tot begin juni als ook de sneeuw boven de 2500 tot 3000 m aan de beurt is om de Rijn van smeltwater te gaan voorzien. Niet al de sneeuw die daaar is gevallen levert trouwens smeltwater op. Vooral als het zonnig weer is en de temperatuur tot boven nul graden stijgt, kan de sneeuw ook meteen verdampen en dan is er dus geen smeltwater. Vooral als de maanden april en mei zonnig verlopen gaat er zo voor de Rijn veel smeltwater verloren.
Dat het sneeuwdek nu een ongeveer gemiddelde dikte heeft, hoeft dus nog niet te betekenen dat de Rijn in het voorjaar ook de gemiddelde hoeveelheid smeltwater mag ontvangen. Het is vooral opletten hoe dominant de hogedrukgebieden worden in de komende maanden, want dat zijn de brengers van zonnig weer waardoor de sneeuw verdampt zonder dat het smeltwater wordt.
De waterstand bij Lobith daalde afgelopen week tot net onder de 9 m NAP (en de afvoer tot onder 2000 m3/s) voordat het eerste water van de regen arriveerde. Inmiddels bedraagt de stand ongeveer 9,1 m NAP en daar komt de komende dagen nog zo'n 20 cm bij. Op dinsdag en woensdag verwacht ik een stand van ongeveer 9,3 m NAP en een afvoer van ca 2.200 m3/s. Dit is een voor de tijd van het jaar iets lager dan gemiddelde afvoer; die bedraagt namelijk ongeveer 2.500 m3/s. Daar gaat de Rijn de komende tijd ruim onder zakken, want vanaf woensdag zet de daling weer in, met de eerste dagen zo'n 10 tot 15 centimeter per dag.
In de loop van de vrijdag verwacht ik dat de 9 m (en 2.000 m3/s) weer wordt onderschreden en omdat het voorlopig langere tijd droog blijft, gaat de stand nu verder gaan dalen dan de afgelopen week. In de loop van de week na het komend weekend (rond 25/3) kan, bij een dan iets langzamere daling, de 8,5 m NAP (afvoer 1.600 m3/s) bereikt worden. Of de daling ook daarna nog doorzet is nu nog niet met zekerheid te zeggen; dat hangt ervan af of het rond die tijd weer natter gaat worden in het stroomgebied. Voorlopig ziet het daar overigens niet echt naar uit, dus als ik een inschatting moet geven, dan verwacht ik ook na 25 maart nog een verdere, lichte daling van de waterstanden.
Maas steeg wat verder dan verwacht, tot ca 650 m3/s, maar gaat vanaf nu weer snel dalen.
Het stroomgebied van de Maas lag precies binnen de zone waar de afgelopen dagen de meeste viel en in een groot deel van de Ardennen viel meer dan 30 mm regen, lokaal zelfs 40 mm. Voor de regen uit was de afvoer op 13 maart bij Maastricht gedaald tot ca 300 m3/s en de regen leverde een snelle stijging op tot tussen de 650 en 700 m3/s op zaterdag. Ook vandaag blijft de afvoer nog boven de 600 m3/s, maar omdat het inmiddels al weer enige tijd droog is in de Ardennen, zet later vanmiddag de daling weer in.
Voorlopig blijft de afvoer dan dalen want de komende week tot 10 dagen vooruit wordt er vrijwel geen regen verwacht. Op dinsdag verwacht ik dat de 500 m3/s weer wordt onderschreden, op donderdag de 400 en in het weekend is de afvoer weer terug op het niveau tussen 300 en 350 m3/s. Ook na het komend weekend zet de daling verder door omdat het droog blijft, maar dan met een wat lager tempo. Aan het eind van die week zou dan de 250 m3/s bereikt kunnen worden en het is niet onwaarschijnlijk dat ook daarna de daling nog doorzet omdat er voorlopig geen regen in het verschiet is.
Komende week eerst nog droog en dalende waterstanden, daarna kans op wat regen.
De hoogwatergolven die vorig weekend via Rijn en Maas door Nederland stroomden, zijn inmiddels al lang en breed naar zee afgevoerd en dankzij het droge weer zijn de waterstanden razendsnel gaan dalen. Voorlopig blijft het nog droog en dalen de waterstanden verder, maar over ongeveer een week verandert het weerbeeld weer, wordt het natter en stopt waarschijnlijk de daling. Of dat ook weer een stijging oplevert leest u in het waterbericht.
In de rubriek water inzicht volgen we de hoogwatergolf in de IJssel die via het IJsselmeer naar de Waddenzee moest worden afgevoerd. De aanvoer van ed rivier was daar enige tijd hoger dan de afvoer naar zee, waardoor het meerpeil langzaam steeg.
Water van de week
Droog weer houdt voorlopig aan.
De afgelopen week werd het weer in de stroomgebieden bepaald door een hogedrukgebied boven Oost-Europa. De komende dagen trekt dit weer systeem naar het zuidoosten weg, maar het houdt de eerste dagen nog een uitloper in westelijke richting over Centraal-Europa richting de Azoren. Lagedrukgebieden komen dan vanaf de noordelijke Atlantische Oceaan dichterbij maar vanwege de hoge druk ten zuiden van ons blijft de invloed voorlopig nog beperkt.
Dat verandert als in de tweede helft van de week dit langgerekte hogedrukgebied in twee stukken opbreekt en lagedrukgebieden zich daartussen kunnen wurmen. Het weer wordt dan een paar dagen bepaald door deze lagedrukgebieden boven centraal Europa maar ook dat lijkt geen lang leven beschoren te zijn want vanaf ongeveer 18 maart lijkt de hoge druk zich weer te gaan herstellen.
Samengevat betekent dat eerst nog een vrijwel droog, vanaf woensdag of donderdag aanstaande een aantal dagen met grotere neerslagkansen maar waarschijnlijk geen grote hoeveelheden regen en vanaf circa 18 maart weer een overgang naar een wat langere droge periode.
Rijn daalt tot onder de 9 m NAP, maar voorlopig niet veel verder.
De Rijn is de afgelopen week snel gedaald, vanaf bijna 13 m op 26/2 naar 9,5 m vanmorgen. Voor zover uiterwaarden waren overstroomd, stromen ze nu ook weer snel leeg. De afvoer meer dan halveerde van ruim 5.500 m3/s naar nog maar 2.300 m3/s op dit moment. Waterstand en afvoer blijven voorlopig nog dalen, maar veel minder snel dan vorige week. De eerste dagen gaat er nog ca 10 cm per dag van de stand af en op woensdag verwacht ik dat de 9 m wordt bereikt. Daarna neemt de daling nog wat verder af om in het weekend tussen 8,8 en 8,9 m NAP uit te komen, bij een afvoer van ca 1.800 m3/s.
In het komend weekend arriveert ook het eerste water van de neerslag die in de tweede helft van de week gaat vallen. Er worden echter geen grote hoeveelheden verwacht en daarom blijft de stijging beperkt tot misschien niet meer dan enkele decimeters. Nu kan zo’n lagedrukgebied boven Centraal-Europa ook nog wel eens voor een verrassing zorgen, maar dat geven de weermodellen nu nog niet aan.
Voorlopig houd ik het daarom op een stand zo rond de 9 meter NAP voor de eerste helft van de week na volgend weekend (16 – 18/3) en daarna waarschijnlijk weer een langzame daling als de hoge druk zich inderdaad weet te herstellen.
Maas daalt nog iets verder, rond volgend weekend wat stijgend.
De piek (van ca 1.300 m3/s) in de Maas ligt al bijna 2 weken achter ons en inmiddels is de afvoer alweer ver gezakt tot net onder de 300 m3/s. De eerste helft van de week blijft het nog droog en daalt de afvoer nog wat verder tot tussen 250 en 275 m3/s. Op woensdag en donderdag kan er al een enkele bui vallen maar geen grote hoeveelheden die invloed gaan hebben op de afvoer.
Dat verandert als op vrijdag een actiever regengebied over de Ardennen trekt, die mogelijk 20 mm regen brengt. Als dat inderdaad valt, dan kan de afvoer weer even snel stijgen naar ca 500 m3/s. Zaterdag is de regen het stroomgebied voorbij, maar er volgen dan nog een paar dagen dat er niet ver ten oosten van de Maas wel aardig wat regen valt onder invloed van de lagedrukgebieden die zich boven centraal Europa ontwikkelen.
Voorlopig lijkt dat voor de Maas weinig regen op te leveren, maar wellicht volgt er een verrassing. Als we daar niet vanuit gaan, dan daalt de afvoer na de korte opleving weer snel naar ca 300 m3/s na het volgend weekend en als het droge weer dan weer terugkeert dan zet de daling door naar 250 m3/s en lager naar het eind van de weke na volgend weekend.
Water Inzicht
Hoge IJsselafvoer liet het IJsselmeer enkele decimeters stijgen.
De hoogwatergolf die eind vorige week via de Rijn Nederland binnenstroomde had een afvoer van iets meer dan 5500 m3/s. Net na binnenkomst in ons land verdeelt dit water zich over de Waal, die ca. 3.800 m3/s (69%) afvoerde, de Neder-Rijn kreeg 935 m3/s (17%) en de IJssel, ontving met 750 m3/s het kleinste aandeel (14%). We volgen vandaag het water dat via de IJssel naar zee stroomde.
Onderweg door Gelderland en Overijssel ontvangt de IJssel nog water uit tal van zijbeken, zodat er uiteindelijk tijdens de piek van de hoogwatergolf op 2 maart ca 800 m3/s in het IJsselmeer uitstroomde. Daar vlakbij mondt ook de Overijsselse Vecht in het IJsselmeer uit en die voerde op dat moment zo’n 60 m3/s aan en vanuit Drenthe en Friesland werd via gemalen ook nog wat water aangevoerd zodat er in totaal tijdens de piek zo’n 900 m3/s het IJsselmeer bereikte.
Dat betekent dat het watervolume van het meer op één dag met ongeveer 78 miljoen m3/s toeneemt. Het IJsselmeer is ca 1.100 km2 groot en omgerekend is dat een waterschijf van 7 cm dik. Via de sluiscomplexen bij Den Oever en Kornwerderzand wordt dit water vervolgens op de Waddenzee geloosd, want het is niet de bedoeling dat het waterpeil boven het streefpeil (van -40 cm NAP) uitstijgt.
Dit spuien van het water gebeurt onder vrij verval en kan daarom alleen als het waterpeil op de Waddenzee lager is dan het peil van het IJsselmeer. In de figuur hieronder heb ik aan de hand van de meetgegevens van Rijkswaterstaat de waterstanden uitgezet van het IJsselmeer en de Waddenzee (bij Den Oever). Van het waterpeil in de Waddenzee is alleen het gedeelte weergegeven dat het peil daar lager staat dan NAP.
Schermafbeelding 2026-03-08 om 14.02.24.png

Naast de datum onderaan de grafiek heb ik aangegeven hoe groot de dagelijkse peilstijging zou zijn geweest als gevolg van het instromen van het water uit de IJssel en de Overijsselse Vecht. Uit de metingen blijkt dat het peil, tot aan het moment dat de piek het IJsselmeer bereikt, wel langzaam stijgt, maar gemiddeld met niet meer dan ca 2 cm. Het overige water stroomde naar de Waddenzee uit en in de grafiek is goed te zien dat dat alleen gebeurde in de perioden dat het eb was buitengaats.
Tijdens het spuien daalde het peil in enkele uren tijd zo’n 4 tot 5 cm, om daarna weer langzaam te gaan stijgen als de sluizen gesloten zijn. Op 28 februari was er even een grotere stijging, maar die was het gevolg van de op dat moment harde westenwind die het peil aan de oostkant van het IJsselmeer, waar het meetpunt ligt dat ik gebruikt heb, korte tijd ca 20 m extra opzette. Voor de rest van de periode was er meestal weinig wind, waardoor de peilschommelingen als gevolg van het in- en uitstromen van water vrij goed zichtbaar zijn.
Na 3 maart daalt de gemiddelde stand van het IJsselmeer weer. De instroom van water nam toen langzaam af en ook duurden de laagwaterperioden op die dagen extra lang, omdat de wind uit het oosten waaide en de ebstand extra ver kon uitzakken.
In de volgende grafiek heb ik de waterstand van een langere periode, van circa 3 weken, uitgezet. Als we de groene lijn volgen dan zien we dat de instroom van het extra water rond eind februari voor een relatief hoog peil zorgde van het IJsselmeer. Het streefpeil tijdens de winter bedraagt namelijk -40 cm NAP en tijdens de periode van hoogwater steeg het peil zelfs tot boven het zomerpeil, dat min 20 cm NAP bedraagt.
Schermafbeelding 2026-03-08 om 13.08.47.png

In het peilbesluit van het IJsselmeer is vastgelegd dat de overgang van winter- naar zomerpeil plaatsvindt halverwege maart. Dit jaar gebeurde dat door de instroom van het hoge water al wat eerder, maar ik verwacht niet dat dat nu al de bedoeling is en je ziet ook aan het eind dat het peil weer terugzakt. Boven op het zomerpeil is het trouwens mogelijk om nog circa 10 cm extra water op te zetten (de bovenste streepjeslijn). Dit peil wordt vooral ingesteld als de verwachting is dat er een langere periode van lage afvoeren aanbreekt in het voorjaar of de zomer; bijvoorbeeld als er weinig sneeuw in de Alpen ligt.
Op dit moment zijn de sneeuwhoeveelheden in de Alpen ongeveer gemiddeld, maar het was wel een relatief droge winter in delen van Duitsland en de waterstanden in de zijrivieren van de Rijn zakken in Duitsland na het laatste piekje ook alweer snel terug. Het is daarom niet onverstandig om misschien nu al een wat hoger peil aan te gaan houden. Mocht later toch weer een nattere periode aanbreken dan kan daar vooruit altijd wel weer een paar dagen extra gespuid worden om het peil wat te laten zakken.
In de figuur heb ik bovenaan in blauw de dikte van de waterschijf aangegeven die in deze periode door de rivieren dagelijks werd aangevoerd. Van 13 t/m 17 februari liep dat al wel langzaam op, maar de piek in het meerpeil die toen in korte tijd ontstond was het gevolg van de noordwestenwind. Vanwege de wind bleef het peil op 16 en 17 februari in de Waddenzee de hele dag boven NAP en er kon toen ca 48 uur niet gespuid worden. Dit leidde ertoe het IJsselmeerpeil ca 10 cm steeg en daarbovenop zorgde deze harde wind op 17 februari ook nog voor ca 20 cm peilopzet aan de oostkant van het meer.
Het kwam goed uit dat op 18 februari de wind naar het oosten draaide en het waterpeil in de Waddenzee meteen ver daalde. Er kon extra lang gespuid worden en het overschot in het IJsselmeer werd weer afgevoerd naar zee. Ondertussen was de afvoer van de IJssel langzaam verder gaan toenemen en steeg dankzij een zuidwestelijke wind het peil in de Waddenzee ook weer wat. De tijd dat er gespuid kon worden werd weer korter en het peil in het meer liep langzaam verder op. De stand is pas weer gaan dalen na de piek op 2 maart, toen zowel de aanvoer vanuit de IJssel snel afnam en de wind op zee zich rustig hield.
De afgelopen periode van 4 weken was zeker niet uniek: de afvoer uit de IJssel en Overijsselse Vecht bedroeg samen ongeveer 900 m3/s, maar bij een meer extreme hoogwatersituatie waarbij de Rijn zo’n 12.000 m3/s aanvoert (zoals in 1995 het geval was) en de Overijsselse Vecht ook een hoge afvoer heeft, dan kan dit ook het dubbele zijn. In die situatie stijgt het meerpeil ook dubbel zo snel, met ca 15 cm per dag. Mocht zo’n periode samenvallen met enkele dagen dat er niet of weinig gespuid kan worden, dan kan het meerpeil wel 1 m stijgen.
En als er dan ook nog een (noord)westerstorm opsteekt, en dat hoeft niet eens een heel zware te zijn, dan kan het peil aan de oostkant van het IJsselmeer daarbovenop in korte tijd nog 1 meter extra stijgen. Dit scenario is nog nooit opgetreden, maar een zo hoge rivierafvoer al wel een paar keer; dus is de kans zeker aanwezig dat het in de toekomst nogmaals gebeurt en dat het dan net wel een keer stormt.
Dit scenario is overigens nog niet eens het meest extreme waar door Waterschappen en Rijkswaterstaat rekening mee wordt gehouden. Voor de Rijn gaat men daarbij uit van een nog hogere afvoer(tot 16.000 m3/s). Via de IJssel levert dit samen met de Overijsselse vecht een nog ca 25% grotere aanvoer op in het IJsselmeer en daarmee een peilopzet van ca 20 cm per dag. Het is voor die situatie in combinatie met een zware storm dat de dijken rondom het IJsselmeer op voldoende sterkte moeten worden gebracht.
Alsof dat nog niet genoeg is moeten we in de verwachtingen voor de toekomst ook nog rekenen met een steeds sneller stijgende zeespiegel. Dat zorgt ervoor dat de tijd dat er bij de Afsluitdijk IJsselmeerwater naar de Waddenzee kan worden gespuid ook nog eens steeds korter wordt. Alleen al de huidige zeespiegelstijging zorgt ervoor dat per jaar er tijdens een laagwaterperiode gemiddeld een paar minuten korter gespuid kan worden. Wat dat op termijn voor gevolgen heeft, was in de winter van 23/24 al even te zien.
De IJsselafvoer was toen vrij hoog, met een afvoer die gemiddeld eens in de 10 jaar optreedt, en het was dagenlang hoogwater op de Waddenzee zodat er nauwelijks gespuid kon worden. Het peil van het IJsselmeer steeg toen extra ver zodat veel oeverzones met bv haventerreinen en (langs het Markermeer) ook buitendijks gelegen woningen overstroomden.
Om dit soort overlast het hoofd te bieden zijn medio 2024 zes grote pompen geïnstalleerd bij Den Oever, die een deel van het overschot aan water kunnen wegpompen naar de Waddenzee. Daarmee hebben we afscheid genomen van het principe om al het water onder vrij verval te kunnen spuien. Met de verdere stijgende zeespiegel in het vooruitzicht, zal de tijd van onder vrij verval spuien veder afnemen en zal nog veel meer pompcapaciteit moeten worden geinstalleerd om het IJsselmeerpeil binnen de perken te houden. Of we zullen moeten accepteren dat het peil soms wat verder stijgt dan we prettig vinden.