Actuele verwachtingen waterstanden
Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.
Eindelijk weer regen in de stroomgebieden en stijgende waterstanden
April verliep in Nederland en de stroomgebieden erg droog en de waterstanden zijn gedaald naar een zeer laag niveau voor de tijd van het jaar. Maar het einde van de daling is in zicht, want de komende week en misschien wel langer wordt weer regen van betekenis verwacht. Of het genoeg is voor een substantiële stijging s echter nog de vraag. In het waterbericht leest u de details.
In Water Inzicht een analyse van neerslag, zonneschijn en verdamping in de maand april, die als een van de weinige maanden veel droger is geworden en dat merken we ook in de rivieren
Water van de week
Neerslag op komst
Het weer in de maand april werd gedomineerd door hogedrukgebieden die regenzones op grote afstand hielden. Vorige week was al duidelijk dat er beweging zou komen in het weerbeeld en het hogedrukgebied is inderdaad naar het oosten vertrokken en heeft plaats gemaakt voor kleine lagedrukgebieden die nu boven onze omgeving rondtollen. Vorige week leek het er nog op dat Nederland misschien aan de droge kant zou blijven liggen van de neerslagzone die toen over Oost-Frankrijk en Midden-Duitsland werd verwacht. Maar nu het zover is, ligt de zone met de intensieve regengebieden toch wat westelijker en krijgt Nederland er ook wat van mee.
Ook de Ardennen mogen zich vandaag en morgen verheugen op wat regen, waar de Maas (voorlopig een beetje) van profiteert. Duitsland moet nog even wachten voor de regen daar op dinsdag arriveert en als het zover is, zal vooral het centrale deel van Duitsland flink wat regen ontvangen. Meer naar het zuiden en in de Alpen arriveert de regen pas op woensdag en lijken de hoeveelheden die gaan vallen niet heel groot te zijn. Maar al met al wel voldoende om de Rijn weer wat te laten stijgen.
Als de regen naar het (zuid)oosten wegtrekt wordt het in onze omgeving vanaf aanstaande dinsdag alweer droog onder invloed van een nieuw hogedrukgebied. Dit trekt echter snel naar het oosten weg, waarna nieuwe lagedrukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan het weer in Nederlanden en de stroomgebieden gaan beïnvloeden. Op zaterdag kan het alweer buiig worden met (wat) regen in vooral Nederland en België. De dagen daarna trekt deze zone met regen ook naar het oosten en krijgt het stroomgebied van de Rijn ermee te maken. Vooral in het begin van de week na volgend weekend zou daar aardig wat regen kunnen vallen; maar op deze termijn is dat uiteraard nog geen zekerheid.
De week na het volgend weekend blijft onze omgeving onder invloed staan van lage druk en een lange droge periode lijkt er voorlopig niet meer van te komen. Na een zeer droge april gooit mei het dus over een andere boeg, waarbij er alleen al in de eerste helft van de maand zo’n 30 tot 50 mm regen kan vallen in de stroomgebieden. In de Middelgebergten en de Alpen kan dat nog wat meer zijn. Maar er zijn ook plaatsen waar minder regen wordt verwacht, zoals de Nederlandse kustprovincies, waar het bij zo’n 10 tot 20 mm blijft steken.
Rijn stijgt komende week weer tot boven 8 m NAP, maar blijft laag voor de tijd van het jaar
De Rijnafvoer is nu gedaald tot een stand van ca 7,6 m NAP en een afvoer iets onder de 1.200 m3/s. Dat is slechts 50% van het langjarig gemiddelde, maar lang geen uitzonderlijke situatie. In 1921, 1976 en 2011 zakte de afvoer in deze tijd van het jaar zelfs tot onder de 1.000 m3/s. Bijzonder is het wel, want zo’n lage afvoer in deze tijd van het kwam pas zo’n 10 keer eerder voor. De laatste keer was trouwens vorig jaar, toen de 1.200 m3/s op 4 mei werd onderschreden; dit jaar op 1 mei.
Met de regen die nu in aankomst is, verwacht ik dat de afvoer niet veel verder zal dalen. Gisteravond viel net over de grens een flinke bui en dat zorgt later vandaag al voor een stabilisatie of lichte stijging rond de 1.200 m3/s. Vooral op dinsdag gaat veel regen vallen in de regio tussen Duisburg en Frankfurt en dat water zal woensdag al bij Lobith aankomen. Dan gaat de waterstand enkele decimeters omhoog naar tussen de 7,8 en 7,9 m NAP op donderdag 7 en vrijdag 8 mei. De afvoer bedraagt dan weer ca 1.275 m3/s.
De dagen daarna daalt de stand weer iets, naar ca 7,7 m NAP op 9 en 10 mei, omdat dan het water voorbij is dat tijdens de eerste regenperiode is gevallen. Maar deze droge periode lijkt niet lang te gaan duren en na het komend weekend kan opnieuw regen gaan vallen en de hoeveelheden lijken voldoende om de waterstand in de loop van die week, dat is vanaf maandag 11 mei weer te laten stijgen. Op grond van de (nog onzekere) verwachting voor die dagen ga ik nu uit van een mogelijke stijging tot rond 8,25 m NAP en een afvoer rond 1.500 m3/s later in die week; dat is rond 13 mei.
Voorlopig gaat het dus nog maar om een bescheiden stijging van de waterstanden en de laagwaterperiode is nog zeker niet voorbij. Maar dat is ook wel te verwachten na een zo lange droge periode. Mochten de regenhoeveelheden klein blijven, dan kan de stand vanaf half mei zomaar weer dalen tot onder de 8 meter. Voorlopig eerst maar eens afwachten hoe de eerste 10 dagen van mei gaan verlopen.
Maas stijgt een beetje, maar blijft voorlopig aan de lage kant
Het droge weer van de afgelopen weken heeft de Maas laten dalen tot slechts 75 m3/s bij Maastricht. Erg laag, want ca 225 is het langjarig gemiddelde. We moeten ook terug tot het zeer droge voorjaar van 2011 voor een vergelijkbare lage afvoer. Zelfs vorig jaar was de afvoer na een vrijwel droge maart en april nog wat hoger.
De komende dagen krijgt de Maas wat extra water van de regen die gaat vallen. Vooral dinsdag wordt een natte dag als een regenzone lang stil blijft liggen boven de Ardennen. Als dat uitkomt kan er ca 20 tot 30 mm regen vallen en dan is voldoende voor een stijging van 100 tot 150 m3/s. Tot die tijd valt er op zondag en maandag ook al wat regen, maar dat brengt de afvoer misschien net op 100 m3/s. Met de regen van dinsdag daarbovenop kan de afvoer stijgen tot 200 m3/s of iets meer. Maar dan moet de regen niet meer naar het oosten vallen, waardoor de Maas ernaast grijpt.
Woensdag valt ook nog wat regen en daalt de afvoer nog niet, maar daarna volgen enkele droge dagen en gaat de afvoer weer omlaag naar 100 tot 150 m3/s. Vanaf zaterdag volgen weer dagen met regen, geen grote hoeveelheden, maar voldoende om de afvoer rond de 150 m3/s te houden. Mochten er echt natte dagen komen in die periode dan is een wat hogere afvoer ook mogelijk, maar de kans daarop lijkt voorlopig klein.
Water inzicht
April was al de droogste maand en is verder opgedroogd, maar er veranderde meer
April is van alle maanden van het jaar de maand waarin de klimaatveranderingen het grootst zijn. Het was altijd al de droogste maand van het jaar, maar terwijl de meeste andere maanden natter zijn geworden in de afgelopen 30 jaar is april verder opgedroogd. De eerste grafiek hierna laat de procentuele verandering zien in neerslag van de afgelopen 30 jaar met de periode van 1961 t/m 1990, van voor de tijd dat het klimaat versneld is gaan veranderen.
Verandering neerslag ged het jaar.png

Wat verder opvalt is de enorme toename in uren zonneschijn. De zon is steeds meer gaan schijnen en alle maanden profiteren daarvan, maar april het meest. De volgende grafiek laat zien dat in de afgelopen 30 jaar de zon in april gemiddeld bijna 50 uur meer scheen dan in de periode 1961 t/m1990. En als we naar alleen de laatste 10 jaar kijken (geen figuur) dan is dat verschil zelfs bijna 70 uur, dat is ruim 2 uur per dag meer.
Toename zon laatste 30 jr ivm 1961-1990.png

De hogere temperaturen en toename van de zonneschijn zorgen voor veel meer verdamping. In de volgende grafiek is onder elkaar de neerslag, de verdamping en het overschot cq tekort weergegeven. Deze grafiek begint in 1958 omdat vaafdat moment in De Bilt begonnen is met het registreren van de verdamping.
De trendlijnen laten zien dat het droger is geworden en er meer water verdampt. Het gevolg is dat april steeds vaker een maand is met een neerslagtekort (de trendlijn daalt tot onder nul), terwijl het in het begin van de eeuw gemiddeld nog een maand was met een klein neerslagoverschot.
neerslag, verdamping en overschot.png

De afgelopen maand april was in Nederland zeer droog, met in De Bilt slechts 2,5 mm regen, terwijl de verdamping ruim 85 mm bedroeg. Dat leverde een zeer groot neerslagtekort op dat zelfs voor een zomermaand erg hoog zou zijn. Het is er mede de oorzaak van dat de bodem overal al sterk is uitgedroogd en het grondwater naar zeer lage waarden is gezakt. En dan moet de zomer nog beginnen.
Het droge en zonnige weer is er niet alleen in Nederland, maar ook in de landen om ons heen. De Rijnafvoer is dan ook gemiddeld sterk gedaald in april, met meest van alle maanden. De volgende grafiek laat de gemiddelde afvoer in april zien voor de hele meetreeks vanaf 1901 en het 30-jarig gemiddelde, dat start vanaf 1930 als er voor het eerst 30 jaar zijn verstreken. Dit langjarig gemiddelde laat zien dat vooral de laatste 20 jaar de gemiddelde afvoer sterk is gaan dalen, met inmiddels ruim 20% (van 2.800 naar 2.200 m3/s) ten opzichte voor de periode daarvoor.
Rijnafvoer april.png

Nu was dat een periode met een relatief hoog gemiddelde als gevolg van de natte voorjaren in de 80-er en 90-er jaren. Maar inmiddels is het gemiddelde zover gedaald dat het ook lager is dan de periode daarvoor toen het tussen 2.300 en 2.400 m3/s schommelde. Dit betekent dat de Rijnafvoer aan het begin van het zomerseizoen nu gemiddeld lager is dan eerder in de meetreeks en dat het dus meer op de regenval (en sneeuwsmelt) in de komende maanden aankomt om de afvoer niet te veel te laten dalen.
Het goede nieuws is dat in ieder geval mei en juni dat aardig lukt, want als we het langjarig gemiddelde van deze twee maanden naast dat van april (en maart) leggen (zie de volgende grafiek), dan zien we dat deze twee de afgelopen decennia wel zijn gedaald, maar lang niet zoveel als de maand april. Zij zijn ook nog duidelijk hoger dan eerder in de meetreeks. Het sterke opdrogen van april heeft (voorlopig) dus nog geen grote consequenties voor het afvoer verloop in de rest van het voorjaar en de voorzomer.
30-j gem Rijn voorjaarsmaanden.png

April eindigt zeer droog, maar vanaf begin mei mogelijk wel weer regen
De dominantie van de hogedrukgebieden lijkt in ieder geval tot het einde van de maand stand te houden, wat droog weer betekent in de stroomgebieden en waterstanden die dalen tot voor de tijd van het jaar erg lage waarden. De kans dat het weer in mei omslaat is de laatste dagen wat toegenomen en de Maas en vooral de Rijn zouden daarvan kunnen profiteren. In het waterbericht leest u de details. De rubriek water inzicht slaat een weekje over.
water van de week
Mogelijke weersomslag vanaf 2 mei, maar nog niet zeker
Het weer in april werd bijna de hele maand gedomineerd door omvangrijke hogedrukgebieden, die meestal ten noorden of noordwesten van Nederland lagen. Het zorgde voor droog en langdurig zonnig weer in april. Neerslag viel er tot nu toe ook erg weinig en De Bilt is nog niet verder gekomen dan 2,4 mm deze maand, wat een tweede plaats oplevert na 2007, toen slechts 0,3 mm viel. Andere erg droge aprilmaanden zijn 1996, 2011 en 1976 met alle minder dan 10 mm.
April is gemiddeld de droogste maand van het jaar met over de hele maand in totaal slechts 40 mm regen, terwijl dat in de meeste andere maanden ca 60 tot 80 mm is. April is samen met de andere voorjaarsmaanden de afgelopen decennia gemiddeld droger geworden. De meeste andere maanden zijn natter geworden, ook de zomermaanden. Dat we nu een droog voorjaar beleven hoeft dus nog niet te betekenen dat de zomer ook droog verloopt.
Het hogedrukgebied dat het droge aprilweer veroorzaakt schuift de komende dagen langzaam wat op naar het oosten, waardoor de wind bij ons zuidelijk wordt en warmere lucht ons kan bereiken. Daardoor verscherpt de droogte nog wat meer, omdat dan ook de verdamping flink toe zal nemen. Ook in de stroomgebieden van Maas en Rijn blijft het voorlopig nog droog. Dat verandert pas als vanaf 2 mei het hogedrukgebied wat ruimte geeft aan regengebieden die over Frankrijk naar het oosten van Frankrijk en zuiden van België trekken.
De dagen daarna zijn ook Duitsland en Zwitserland aan de beurt. Er zou daar t/m 4 mei zo’n 20 tot 30 mm regen op kunnen leveren en in Zwitserland zelfs 50 à 60 mm. Dat is voldoende om de Rijn vanaf 3 of 4 mei weer wat op te laten veren. De Maas ontvangt op 2 en 3 mei waarschijnlijk ook wat. Zoals het er nu naar uitziet gaat de meeste regen aan Nederland voorbij, op het uiterste (zuid)oosten na.
Of er echt zoveel regen gaat komen is nog niet zeker. Het Europese weermodel komt al enkele dagen met deze verwachting, maar niet bij iedere run van het model zijn de hoeveelheden zo groot en het is niet ondenkbaar dat in de verwachting van morgen of overmorgen de regen toch weer grotendeels verdwenen is. Wat er na de (mogelijke) regen gaat gebeuren is nu ook nog onzeker. Voorlopig lijkt de kans groot dat hoge druk dan weer het heft in handen neemt en weer zijn vertrouwde positie inneemt boven het Verenigd Koninkrijk. Volgende week hierover meer.
Rijn daalt richting 7,6 m NAP rond 5 mei, mogelijk later tot 7,5 m.
Aan het begin van de week was de Rijn nog even stabiel rond 8,3 m NAP vanwege wat extra water uit Midden-Duitsland. De afvoer bleef toen ok nog even boven de 1500 m3/s, maar toen vanaf 22 april de daling inzette ging het snel bergafwaarts. Dagelijks zakte de afvoer met ca 50 m3/s en de waterstand met 8 tot 10 cm. Sinds zaterdag 25/4 is de 8 m NAP onderschreden (bij een afvoer van 1.350 m3/s) en het zal voorlopig wel weer even duren voordat de waterstand daar weer bovenuit stijgt.
De eerstkomende dagen daalt de stand nog met meer dan 5 cm per dag, tot op woensdag de 7,75 m NAP wordt onderschreden en de afvoer bedraagt dan ca 1.225 m3/s. Daarna zal de daling veel trager verlopen met slechts enkele centimeters per dag. In het weekend wordt dan de 7,65 m NAP bereikt en rond 5 mei de 7,6 m NAP, bij een afvoer van 1.150 m3/s.
Voor het waterbeheer in Nederland zijn dat al wel licht problematische afvoeren, vooral omdat het nu ook in Nederland erg droog is. Gewoonlijk is er tot een afvoer van 1.500 m3/s niet zoveel aan de hand, maar onder de 1.250 m3/s wordt de watertoevoer voor bepaalde functies afgeschaald en kunnen niet meer alle innamepunten van voldoende water worden voorzien. Bij een afvoer van 1.150 m3/s neemt bijvoorbeeld de IJsselafvoer naar het IJsselmeer zover af dat de waterschappen die water onttrekken aan het IJsselmeer zuiniger om zullen moeten gaan met het ingenomen water.
Grote problemen zijn er echter nog niet te verwachten, die treden pas op bij een afvoer onder de 1.000 m3/s. De huidige schaarste aan drinkwater heeft ook weinig te maken met de lage rivierafvoeren. Gemiddeld gebruiken we in Nederland voor drinkwater ongeveer 30 tot 35 m3/s en daarvan is minder dan de helft afkomstig uit het rivierwater; al met al dus niet meer dan enkele procenten van het water dat bij Lobith binnenstroomt. Dat er tekorten zijn wordt vooral veroorzaakt doordat de vraag tijdens droge perioden toeneemt en daar is het netwerk niet op toegerust.
Of de daling van de waterstanden na volgend weekend doorzet, hangt af van of er vanaf 2 mei regen gaat vallen in Frankrijk en Duitsland en later Zwitserland. Als dat gebeurt, dan gaat de stand vanaf 4 mei weer langzaam wat stijgen, tot mogelijk ca 8 m NAP op 8 mei. Maar dit is nog erg onzeker en misschien valt er veel minder regen en blijft de stijging veel beperkter. Mocht er helemaal geen regen vallen dan zet de langzame daling door naar ca 7,5 m NAP rond 8 mei.
Maas daalt langzaam verder naar ca 75 m3/s.
De Maasafvoer daalde de hele week heel erg langzaam en dat zet zich de komende dagen voort. Tegen het eind van de week komt de afvoer dan uit op ca 75 m3/s. Op 2 en vooral 3 mei wordt nu verwacht dat er mogelijk regen gaat vallen in de Ardennen. Het meeste lijkt voorlopig in het deel van de Ardennen te vallen dat op de Rijn afwatert, maar mocht er wat regen vallen, dan kan bij Maastricht vanaf 3 mei de afvoer weer wat gaan stijgen.
Ik verwacht echter dat dat niet meer zal zijn dan enkele tientallen m3/s en mogelijk wordt de 100 m3/s niet eens bereikt. Vanaf 5 mei gaat de afvoer dan weer dalen als en volgend hogedrukgebied zich aandient en voor meerdere dagen droog weer gaat zorgen.
Eerste dagen kans op nog wat regen, daarna langere tijd droog; dalende waterstanden
Het is al een aantal weken aan de droge kant in de stroomgebieden en dat merken we aan de waterstanden in de rivieren, die laag zijn voor de tijd van het jaar. Afgelopen dagen viel er wel wat regen in Midden-Duitsland waardoor de Rijn de komende tijd in ieder geval niet verder daalt. Maar de komende 10 tot 14 dagen zouden wel eens geheel droog kunnen verlopen, waardoor de waterstanden op termijn weer gaan dalen naar voor de tijd van het jaar (erg) lage waarden. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek water inzicht een analyse van de maand april, die opnieuw een droge maand gaat worden. Het neerslagoverschot dat we de afgelopen maanden hebben opgebouwd, slinkt daardoor snel, maar zo extreem als vorig jaar zal het niet worden.
Water van de week
Langdurig droog onder invloed van sterke hogedrukgebieden.
Het hogedrukgebied dat de afgelopen weken boven Scandinavië lag, is wat naar het westen opgeschoven en ligt nu boven het zeegebied tussen IJsland en Schotland. Het heeft een uitloper over de Britse eilanden in onze richting, die voorkomt dat neerslag onze kant op kan komen. De eerste dagen ligt er nog een lagedrukgebied in het zeegebied tussen Ierland en Portugal maar dit trekt zich terug in westelijke richting en heeft geen invloed op het weer in de stroomgebieden. Het blijft daarom droog.
Later in de week verschuift ook de kern het IJslandse hogedrukgebied naar onze omgeving en ontstaat er tegelijkertijd een lagedrukgebied boven Scandinavië. Dit blijft te ver van de stroomgebieden af voor neerslag van betekenis. Wel zorgt het bij ons voor een noordelijke stroming die koelere lucht aanvoert. Er kunnen dan wat buien meetrekken, maar de neerslaghoeveelheden blijven heel erg klein.
Het Europese weermodel verwacht dat dit hogedrukgebied tot in de eerste dagen van mei boven onze omgeving blijft liggen en dat betekent dat neerslaggebieden er niet aan te pas komen en het misschien wel 14 dagen droog blijft. Op een enkel buitje na gedurende de tijd dat de wind uit een noordelijke richting waait. Ook het Amerikaanse weermodel ziet geen neerslag in het verschiet en beide modellen houden het op slechts enkele millimeters regen in de komende 10 tot 14 dagen.
De enige uitzondering is de neerslag die vandaag en morgenochtend nog valt boven het midden van Duitsland. Daar kan langs de oostgrens van het stroomgebied van de Rijn lokaal nog zo'n 20 mm regen vallen. In het stroomgebied van de Maas wordt zo goed dat als helemaal niets meer verwacht in de komende twee weken.
Rijn profiteert even van dat neerslag van de afgelopen dagen, maar gaat op langere termijn weer flink dalen.
Na een vrijwel droge week met voor het voorjaar aangename temperaturen, passeerde gisteren over Nederland een koufront. Dit bracht in ons land niet meer dan een enkele millimeter regen, maar verder naar het oosten en zuiden activeerde het koufront en bleef het boven midden Duitsland enige tijd slepen waardoor daar in een uitgestrekt gebied 20 tot 30 mm regen viel. Wat verder naar het zuiden bleef het zo goed als droog, op een beetje neerslag na in de Alpen. Vandaag en morgen trekt dit neerslaggebied naar het oosten weg en wordt het overal droog en dit droge weer houdt langdurig aan.
Neerslag van meer dan een week geleden zorgde bij de Rijn voor een lichte stijging gedurende de afgelopen week. Het ging slechts om een heel bescheiden stijging van circa 8,15 m NAP in het begin van de week naar ca 8,4 m NAP op vrijdag. De afvoer steeg weer even tot boven de 1500 m3/s en tikte vrijdag de 1.575 m3/s, maar is nu weer gaan dalen. Die daling duurt niet heel lang want uit het stroomgebied is wat nieuw water onderweg van de regen die gisteren en vannacht is gevallen. Vooral enkele zijrivieren in het traject tussen Koblenz en Duisburg stijgen nu, maar al met al gaat dit ook om een heel bescheiden stijging en waarschijnlijk komt de stand niet hoger dan de 8,4 m van de afgelopen week.
De hoogste stand verwacht ik aanstaande woensdag 22 april, waarschijnlijk net onder de 8,4 m NAP en de afvoer komt dan tot aan ca 1.550 m3/s. Vanaf donderdag zet de daling in en dat wordt een langdurige daling, omdat er voorlopig geen regen wordt verwacht in het stroomgebied. De eerste dagen daalt de stand met niet meer dan enkele centimeters per dag, zodat in het komend weekend de waterstand rond 8,2 m NAP uitkomt. De afvoer is dan weer tot onder de 1.500 m3/s gedaald. Na het weekend gaat de daling de eerste dagen wat sneller met ca 5 cm per dag en op donderdag 30 april kan dan de 8 m onderschreden worden, bij een afvoer van ca 1.325 m3/s.
Ook de eerste dagen van mei zet deze daling waarschijnlijk nog door en de kans is groot dat de waterstand dan verder zakt tot circa 7,75 m NAP bij een afvoer van ongeveer 1.200 m3/s. Op dit moment is nog niet duidelijk of er begin mei wel weer regengebieden onze kant opkomen, maar daarvoor moet eerst het standvastige hogedrukgebied plaatsmaken en de weersverwachting gaat niet zover vooruit dat daar nu al zicht op is.
Maas eerst even stabiel rond 150 m3/s, later weer dalend.
De Maasafvoer is de afgelopen week langzaam gedaald, passeerde halverwege de week de 150 m3/s en bedraagt nu ca 130 m3/s. In een deel van de Ardennen viel de afgelopen nacht wat regen en dit levert mogelijk een heel klein beetje extra water op voor de Maas, waardoor de afvoer weer een of twee dagen rond de 150 m3/s uit kan komen. Vanaf dinsdag is dat extra water weer op en zet de daling verder door.
Omdat 10 tot 14 dagen lang vrijwel geen neerslag wordt verwacht in het stroomgebied, zou dat wel eens een langdurige daling kunnen worden. Nu verloopt zo'n daling in het voorjaar, als het stroomgebied langzaam leeg stroomt, doorgaans niet zo heel snel; maar aan het eind van deze week verwacht ik toch dat de 125 m3/s wordt onderschreden. In de loop van de week na het volgend weekend zet die daling verder door zodat begin mei de afvoer rond de 100 m3/s uit zou kunnen komen.
Ook voor het stroomgebied van de Maas wordt tot en met het eind van de maand geen nieuwe neerslag verwacht en ook voor de eerste dagen van mei lijkt het er nu op dat het droog blijft. Misschien dat er volgende week wel zicht is op een wat nattere periode. Een droge aprilmaand hoeft namelijk niet te betekenen dat ook de maand mei droog verloopt. We zullen zien of dat dit jaar ook uitkomt.
Water Inzicht
De afgelopen winter leverde een gemiddeld neerslagoverschot op, maar is het voldoende voor het komende zomerhalfjaar
Op 1 april zijn we halverwege het hydrologisch jaar, dat loopt vanaf 1oktober t/m 30 september. De komende 6 maanden (van april t/m september) zijn de temperatuur en de zonkracht zo groot dat de verdamping van vocht gemiddeld groter is, dan wat er als neerslag valt. De andere 6 maanden van het jaar, van oktober t/m maart, is de verdamping juist gering en valt er gewoonlijk meer regen dan er kan verdampen. De volgende grafiek laat het verloop van de hoeveelheid neerslag en verdamping zien gedurende het hydrologische jaar.
Neerslagoverschot afgelopen 5 jaar kopie.jpg

De blauwe lijn is de neerslag die er, van dag tot dag opgeteld, gedurende een jaar valt. Dit is gebaseerd op de neerslaggegevens over de periode van 1991 t/m 2020. Deze lijn loopt vrij gestaag op, want in Nederland zijn namelijk alle maanden ongeveer even nat. Alleen het voorjaar is droger en dat zien we aan het feit dat de lijn even wat afvlakt. In totaal valt er in een jaar ca 850 mm regen. De rode lijn is de hoeveelheid verdamping van dag tot dag opgeteld, deze loopt in de eerste helft van het hydrologisch jaar maar langzaam op en gaat vanaf nu sneller oplopen tot in totaal gemiddeld 580 mm.
De groene lijn geeft de hoeveel weer als we neerslag en verdamping van elkaar aftrekken. Deze lijn loopt de eerste 6 maanden sterk op; er valt dan immers veel meer neerslag dan dat er verdampt. In de tweede helft van het jaar zien we deze naar beneden lopen. Dat is de periode dat er meer water verdampt dan dat er als neerslag valt. Het hoogste punt in de groene lijn wordt ongeveer rond 1 april bereikt; dan is het neerslagoverschot het grootst en bedraagt dan ongeveer 330 mm. In de maanden daarna daalt dit overschot tot ongeveer 240 mm op het laagste punt halverwege augustus, om dan in september weer langzaam wat op te lopen. Uiteindelijk resteert er, aan het eind van het hydrologisch jaar ongeveer 270 mm.
Om de komende drogere periode door te komen is het belangrijk om het, in de winter opgebouwde overschot zo lang mogelijk vast te kunnen houden. Waterschappen doen daarvoor hun best en zetten vaak in de winter het water langer vast zodat er meer overblijft voor tijdens het droge seizoen. Dit kan door het op te slaan in het grondwater of de peilen van sloten en meren extra hoog op te zetten. Maar of dat altijd goed uitpakt, is maar de vraag, want niemand kan maanden ver vooruitkijken.
Er zijn namelijk ook natte zomers, waarin er veel meer neerslag valt dan gemiddeld. Dit komt dan boven op het water dat gebufferd is, waardoor er al snel overlast ontstaat door veel te hoge (grond)waterpeilen. Gewassen verdrinken dan op het land en burgers klagen over natte kelders. Maar als het water wel snel afgevoerd wordt en er volgt dan een droge zomer, dan zakken de (grond)waterpeilen zo ver dat er ook weer problemen ontstaan. Dan verdrogen de gewassen en klagen de burgers dat hun huizen verzakken of er scheuren in de muren ontstaan door te lage grondwaterstanden.
De grafiek hierboven liet het gemiddelde zien over de afgelopen 30 jaar, dat is de periode waar het KNMI mee rekent om het klimaat mee in beeld te brengen. Van jaar tot jaar zijn daarin echter grote verschillen en dat laat de volgende grafiek zien. Hierin is voor de afgelopen 4,5 jaar het verloop weergegeven van neerslag, verdamping en neerslagoverschot.
Neerslagoverschot afgelopen 5 jaar kopie.jpg

Ieder jaar in de figuur begint op 1 oktober, bij aanvang van het hydrologisch jaar. De cijfers in de grafieken geven de stand aan voor ieder jaar op 1 april. Als we rechts beginnen bij het huidige jaar, dan blijkt de eerste helft van het hydrologisch jaar vrijwel precies volgens het gemiddelde te zijn verlopen. Alleen verdampte er iets meer, maar er viel ook iets meer regen, zodat het overschot uitkomt op 320 mm, waar 330 mm het langjarig gemiddelde is.
Het huidige hydrologische jaar is echter pas halverwege; het zomerseizoen, en daarmee de periode van het verdampingsoverschot, staat voor de deur en april is alvast begonnen met een lange droge periode. Is dit een voorbode voor de komende zomer, of slaat het weer toch nog om. Als we op zoek gaan naar lessen uit de voorgaande jaren, dan blijken die er maar weinig te zijn, of het moet zijn dat het nog alle kanten op kan gaan.
Als we het huidige hydrologisch jaar vergelijken met de 4 voorgaande, dan lijkt dit jaar tot nu toe het meeste op het jaar 2021/22. Het neerslagoverschot aan het eind van de winter was toen wel iets hoger (370 mm), maar net als dit jaar verliepen de maanden maart en april vrij droog waardoor het overschot in april al flink ging dalen. Vooral de zomermaanden juli en augustus waren toen erg droog, waardoor het overschot, ondanks het hogere begin, daalde tot onder de 150 mm; veel lager dan gemiddeld.
Het jaar daarna waren de begintotalen vergelijkbaar, een overschot van 380 mm. April was toen echter een natte maand, waardoor het overschot nog wat opliep. Grote kans dat de waterschappen toen veel water hebben afgevoerd, want bijna niemand zit in het zomerseizoen te wachten op hoge peilen. Begin mei werd het echter plotseling droog en brak de langste droge periode aan uit de meetreeks van het KNMI. Het overschot halveerde in die periode en alle seinen stonden op rood voor misschien wel grote watertekorten in de zomer.
Maar op 1 juli sloeg het weer opnieuw om en volgden natte zomermaanden, waardoor de balans gelijk bleef en het jaar uiteindelijk eindigde op een gemiddeld niveau. Het najaar van 2023 bleef het nat, met de natste oktobermaand uit de meetreeks en dit natte weer zou een groot deel van dit volgende hydrologische jaar aanhouden. We zien het aan de blauwe lijn die alsmaar op bleef lopen begin 2024, tot bijna 1400 mm aan het eind van dat jaar. Het neerslagoverschot aan het eind van het winterhalfjaar bedroeg 675 mm, het dubbele van normaal. Maar alsof dat nog niet genoeg was bleef het ook in de voorzomer nog verder oplopen tot 765 mm in de loop van juni.
Zo nat hadden we het in Nederland nog nooit meegemaakt en het watersysteem was er op veel plekken ook niet op berekend om deze grote hoeveelheden af te voeren. Grondwaterstanden bleven stijgen, kelders liepen onder en akkerbouwers konden vaak tot in de zomer niet het land op. Alleen de natuur profiteerde volop. Zo steeg het grondwater onder de Veluwe zo sterk dat beken weer gingen stromen, die dat soms al 10 jaar niet meer hadden gedaan. Uiteindelijk zou dat hydrologisch jaar eindigen met een neerslag overschot van ruim 700 mm, drie keer zoveel als normaal.
Een mogelijke verklaring voor het zeer natte jaar was de El Niño, die zich in de voorgaande winter in het zuidelijk deel van de Grote Oceaan ontvouwde. Uit historisch onderzoek blijkt dat in die jaren de winter en het voorjaar in Nederland natter kunnen verlopen; maar dat het zo nat kon worden, dat had waarschijnlijk niemand van tevoren verwacht.
Het volgende hydrologische jaar, dat op 1 oktober 2024 begon, tapte uit een heel ander vaatje. Nu was het winterhalfjaar aan de droge kant met slechts 330 mm neerslag en omdat er verdamping ook vrij groot was, bedroeg het neerslagoverschot op 1 april slechts 200 mm. Eerder in die winter in februari was het wel iets hoger geweest, maar de maand maart verliep toen al zeer droog zodat het overschot al deels gebruikt was toen het droge seizoen nog aan moest breken. Uiteindelijk zou ook de zomer droog verlopen en bleef de hoeveelheid neerslag in dat jaar steken op niet veel meer dan 600 mm.
Heel bijzonder was dat in dit jaar de hoeveelheid verdamping bijna 100 mm groter was dan de hoeveelheid neerslag. We hadden dus te maken hadden met een hydrologisch jaar met een neerslagtekort; iets wat in Nederland vrijwel nog nooit gebeurd was. Tot grote problemen met droogteschade en degelijke heeft dit echter bijna niet geleid en dat is wel bijzonder want in veel opzichten leek dit jaar op het beruchte jaar 1976, één van de droogste jaren uit de Nederlandse geschiedenis.
Dat dit toch meeviel heeft waarschijnlijk te maken met het zeer natte jaar dat eraan voorafging, waardoor het grondwater nog relatief hoog stond. Ook was er in de zomer van dat jaar geen sprake van een lange aaneengesloten droogteperiode, maar viel er toch geregeld regen, zodat het nergens extreem opdroogde. Het huidige hydrologische jaar begon dus met een achterstand maar liep dat in het najaar al snel in, zodat we nu toch op een respectabel overschot uit zijn gekomen van 320 mm. Wat er de komende maanden met dit overschot gaat gebeuren is nu nog niet te zeggen. De komende weken verlopen droog dus zal er een flinke aanslag op worden gedaan. Maar mochten mei in juni wat de neerslag betreft ongeveer normaal verlopen dan is er nog weinig aan de hand.
Er is echter al wel een voorbode die ons mogelijk iets kan vertellen over wat ons de komende winter en het volgend voorjaar te wachten staat. De verwachting is namelijk dat zich opnieuw een El Niño gaat ontwikkelen in de Stille Oceaan; en misschien wordt dat zelfs een sterke El Niño, sterker dan die van enkele jaren terug. Misschien is dat dan een voorbode voor opnieuw een natte winter en nat voorjaar. Niet dat we ons daar nu al op kunnen voorbereiden, want dit duurt nog veel te lang maar het is in ieder geval interessant om dit in de gaten te blijven houden. En voorlopig staat ons eerst nog een zomer te wachten.
Een vrijwel droge week voor de boeg en weinig nieuw water voor de rivieren
Het blijft voorlopig droog in de stroomgebieden, op vandaag en morgen nog een enkele bui na in Duitsland. In de Rijn is nog wel wat water onderweg en daar volgt eerst een lichte stijging voordat de daling begint, bij de Maas zet de huidige daling zich langzaam voort. Op wat langere termijn kan het wel wat wisselvalliger worden. Geen grote hoeveelheden regen maar langdurige droogte met verder dalende waterstanden lijkt er dan ook niet in te zitten. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek water inzicht ga ik in op de relatief lage Rijnafvoeren van dit moment. Afgelopen week daalde de afvoer tot onder de 1.500 m3/s en als dat zo vroeg in het voorjaar al gebeurt, is dat een wake up call voor de waterbeheerders in ons land. Want bij die hoeveelheid water kunnen niet meer alle functies probleemloos van water worden voorzien; en dan moet de zomer nog komen.
Water van de week
Neerslaggebieden blijven voorlopig op afstand, vanaf volgend weekend weer kans op regen.
Nederland en de stroomgebieden van Rijn en Maas bevinden zich weerkundig gezien in een zogenaamd zadelgebied. Hogedrukgebieden bevinden zich zowel ten noordoosten als zuidwesten van ons en lagedrukgebieden in de andere kwadranten: ten noordwesten en zuidoosten. In zo'n zadelgebied kan het wat het weer betreft twee kanten op: soms maken de hogedrukgebieden een connectie en blijft het een aantal dagen droog in de stroomgebieden en soms verzwakt de verbinding tussen de hogedrukgebieden en zijn de lagedrukgebieden aan zet en is er kans op regen in het zadelgebied.
De afgelopen dagen bepaalde de lage druk even het weer en kon wat neerslag met buien tot de stroomgebieden doordringen. Grote hoeveelheden vielen er niet, wat ook te verwachten is van buien zo vroeg in het zomerhalfjaar. Vanaf nu gaan de beide hogedrukgebieden, boven Finland en de Azoren, weer een rug opbouwen boven onze omgeving en keert het droge weer terug. Voor het zover is kunnen vandaag en morgen boven vooral het zuiden van Duitsland en de Alpen nog wel buien vallen waar de Rijn van profiteert.
Daarna volgen een paar droge dagen, totdat aan het eind van de week de rug van hoge druk waarschijnlijk verzwakt en neerslaggebieden weer tot onze omgeving door kunnen dringen. In de week na het volgende weekend blijft het daardoor niet droog, maar hoeveel regen er gaat vallen is nu nog moeilijk te zeggen. Weermodellen hebben het altijd lastig met zadelgebieden Want als maar één van de 4 hoge- of lagedrukgebieden zich wat andersontwikkelt, dan heeft dat meteen veel invloed op het weer in het zadelgebied.
Als bijvoorbeeld het hogedrukgebied boven Finland zwakker wordt, of zich verplaatst, dan wordt het voor de lagedrukgebieden makkelijker om een connectie te maken en dat betekent al snel meer neerslag in het zadelgebied. Als we afgaan op de huidige verwachting dan zou in die volgende week voldoende regen kunnen vallen om Rijn en Maas in de loop van die week weer wat te laten stijgen. Maar we zullen de verwachting van volgend weekend moeten afwachten of dat er ook daadwerkelijk van gaat komen.
Rijn stijgt deze week licht, daarna weer dalend.
De Rijn daalde bij Lobith halverwege de afgelopen week onder de 1.500 m3/s, dat is ruim 1.000 m3/s minder dan het langjarig gemiddelde voor begin april. Voor de waterstand, die daalde tot ca 8,15 m NAP, betekent dat een stand van ruim 1,5 m onder het gemiddelde voor deze tijd van het jaar. De regen van de afgelopen dagen zorgt nu voor een lichte stijging stroomopwaarts en dit water bereikt vanaf vandaag Lobith. Vanaf nu gaat de waterstand met zo'n 5 cm per dag omhoog tot in hoogste stand op vrijdag 17 april van ongeveer 8,5 m NAP. De afvoer is dan gestegen tot iets boven de 1.600 m3/s.
Vanaf het komend weekend gaat de stand weer dalen en dat gaat na zondag 19/4 wat sneller dan de stijging van deze week. Dagelijks gaat er zo’n 10 cm af om rond het midden van de week na komend weekend weer uit te komen rond de 8,2 m NAP. Vanaf maandag 20 of dinsdag 21 april zakt de afvoer dan ook weer onder de 1500 m3/s.
Mocht de daling daarna nog verder doorzetten, dan zal dat wel wat langzamer gaan. Maar de kans is nu wat groter dat vanaf het midden van die week (rond 22 april) weer een lichte stijging volgt. Dit hangt af van de neerslaggebieden die vanaf het komend weekend al dan niet het stroomgebied weten te bereiken; als de hogedrukgebieden daarvoor een beetje ruimte willen maken. We zullen nog even af moeten wachten of dit er ook daadwerkelijk van gaat komen.
Maasafvoer blijft de komende tijd langzaam dalen.
De Ardennen ontvingen de afgelopen week maar heel weinig regen, op de meeste plekken bleef het bij slechts enkele millimeters en dat is onvoldoende om de Maas van extra water te voorzien. De afvoer bij Maastricht daalde dan ook de hele week langzaam verder en is inmiddels uitgekomen rond 150 m³/s. Dat is ruim onder het langjarig gemiddelde dat voor deze tijd van het jaar nog meer dan 300 m³/s bedraagt.
Voorlopig zal de Maas deze afvoer niet bereiken want de buien die vandaag en morgen nog boven centraal Europa vallen gaan ook aan het stroomgebied van de Maas voorbij. We zullen een week moeten wachten voordat de kans op neerslag weer wat gaat toenemen. Tot die tijd daalt de afvoer langzaam verder al gaat dat in deze tijd van het jaar niet zo heel snel meer. Dagelijks zal de afvoer met maximaal toen 3 tot 5 m³/s dalen, zodat deze in het komend weekend rond de 125 m³/s zal zijn uitgekomen.
Mocht de rug van hoge druk sterk genoeg zijn dan blijft het ook na het komend weekend droog in het stroomgebied en kan de afvoer in die week verder dalen tot rond de 100 m³/s. Maar zoals het er nu naar uitziet is de kans wat groter dat het toch neerslag gaat vallen. Dat is dan vanaf zondag en als dat uitkomt dan zou de afvoer al in het begin van die week weer wat kunnen gaan stijgen. De verwachte neerslaghoeveelheden zijn echter niet heel erg groot, dus ook op wat langere termijn hoeven we er niet op te rekenen dat de Maasafvoer een waarde rond het langjarig gemiddelde zal bereiken.
Water Inzicht
Rijnafvoer daalde dit voorjaar al vroeg onder de 1500 m³/s. Wat betekent dat voor de rest van het laagwaterseizoen.
De maand maart verliep in het stroomgebied van de Rijn vrij droog en ook april is droog begonnen. De rivierafvoer is daardoor gedaald tot onder de 1.500 m3/s, wat een lage afvoer is voor deze maand want het langjarig gemiddelde bedraagt nog bijna 2.500 m3/s. Een afvoer van minder dan 1.500 m3/s is een eerste signaal voor het waterbeheer in Nederland want onder die afvoer kunnen er lokaal problemen ontstaan met de levering van zoet water bij de verschillende innamepunten.
Zo dringt bij deze afvoer het zoute Noordzeewater via de nieuwe Waterweg zover naar binnen dat het tot stroomopwaarts van Rotterdam kan komen en innamepunten hier met beperkingen te maken krijgen. Om dit nog zo lang mogelijk te beperken wordt de Haringvlietdam bij deze afvoeren al vrijwel gesloten gehouden, zodat al het Rijnwater via de Nieuwe Waterweg moet stromen en zo het zoute water zoveel mogelijk terugdringt. Ook is de stuw bij Driel dan grotendeels gesloten om voldoende water naar het IJsselmeer te sturen.
Vanaf nu houden de waterbeheerders de situatie extra goed in de gaten want als de afvoer nog verder zakt dan kunnen er grotere problemen ontstaan om overal voldoende zoetwater naartoe te voeren. Je zou verwachten dat lage afvoeren vooral iets is van de zomer en het najaar, maar ook in april komt het regelmatig voor. Gemiddeld bedraagt het aantal dagen met een afvoer <1.500 m3/s ongeveer 7 in deze maand. Er zijn wel grote verschillen zoals de volgende grafiek laat zien: zo zijn er jaren geweest dat de afvoer de hele maand lager bleef dan 1.500 m3/s.
<1500 april.png

De laatste keer was dat in 2014 en kort daarvoor ook in 2011. Daartegenover staan een groot aantal jaren waarin de afvoer de hele maand boven de 1.500 m3/s bleef, zoals recent nog in 2022 en 2023. De laatste 30 tot 35 jaar is er wel sprake van een toename: zo gebeurt het tegenwoordig in de helft van de jaren dat de afvoer tot onder de 1.500 m3/s zakt, terwijl het voor 1990 maar eens in de ca. 4 jaar gebeurde. Het 30-jarig gemiddelde (de oranje lijn in de grafiek) is dan ook gaan stijgen in de laatste decennia van ca 3 dagen rond 1990 naar 7,5 dag op dit moment.
De oorzaak moeten we zoeken in de steeds drogere maand april van de afgelopen decennia. April was altijd al de droogste maand van het jaar en waarschijnlijk als gevolg van klimaatverandering is dat nog wat extremer geworden. Het goede nieuws is dat de maand mei niet droger is geworden dan vroeger en ook is dat de maand waarin tegenwoordig de meeste sneeuw hogerop in de Alpen smelt. In de volgende grafiek heb ik voor de 3 lentemaanden het verloop van het dertigjarig gemiddelde weergegeven.
<1500 lentemaanden.png

In de grafiek zien we dat in het voorjaar alleen in de maand april het 30-jarig gemiddelde duidelijk is gaan stijgen en dat mei in de laatste decennia stabiel is. In vergelijking met eerder in de meetreeks is in mei de kans op dagen met een lage afvoer zelfs duidelijk afgenomen. In het midden van de vorige eeuw daalde de afvoer in mei gemiddeld nog op 9 dagen per jaar tot onder de 1.500 m3/s, terwijl dat nu nog maar circa 5 is. Deze afname is vooral het gevolg van een toename van smeltwater in mei vanuit de Alpen.
Medio vorige eeuw lag de piek van het smeltseizoen nog in juni, maar dat is door het warmere klimaat enkele weken naar voren geschoven. Daardoor wordt de Rijn tegenwoordig in mei al extra gevoed en komen dagen met een lage afvoer gemiddeld minder vaak voor. Een geruststellend idee voor de waterbeheerders, dat dagen met een afvoer <1.500 m3/s in april niet meteen betekenen dat deze trend zich doorzet in mei. Dankzij de Alpen veert de Rijn dan meestal weer op.
De toename van smeltwater in mei heeft wel een keerzijde want het betekent dat er minder smeltwater overblijft voor later in de zomer. Dat zien we nog niet meteen terug in juni, zoals de volgende grafiek laat zien, want daar is nog maar sprake van een lichte toename. Het is vooral de maand juli waar een duidelijke toename is te zien van het aantal dagen met een afvoer <1.500 m3/s. Waren dat er rond de eeuwwisseling gemiddeld nog maar 3 tot 4, inmiddels is dat aantal ruim verdubbeld en de we mogen verwachten dat die trend zich voorlopig nog wel doorzet.
<1500 zomer.png

Wat opvalt is dat deze sterke toename zich niet doorzet in augustus. Het gemiddeld aantal dagen met een afvoer <1.500 m3/s is wel hoger (circa 12), maar dat was rond het jaar 2000 en ook medio vorige eeuw ook al zo. Ook dat is te verklaren vanuit het smeltseizoen in de Alpen. Augustus was namelijk altijd al een maand dat er nog maar relatief weinig smeltwater werd afgevoerd en het eerdere smelten van de sneeuw heeft voor augustus daarom geen grote gevolgen gehad.
Voor het waterbeheer in Nederland is dat ook goed nieuws want het betekent dat in de maanden met gemiddeld de laagste afvoeren, waarvan augustus de eerste is, de kans op lage afvoeren niet is toegenomen. Dat zien we ook als we nog wat verder kijken in het naseizoen (volgende grafiek), want in de najaarsmaanden is het aantal dagen met een afvoer <1.500 m3/s ongeveer gelijk gebleven (september) of zelfs afgenomen (oktober en november). Dat is gunstig, want gewoonlijk zijn dit de maanden met de grootste kans op lage tot zeer lage afvoeren en de kans daarop neemt dus niet toe.
<1500 herfst.png

Die verminderde kans op lage afvoeren zien we nog sterker terug in de winter (zie de volgende grafiek), waar het aantal dagen met een lage afvoer in alle 3 de maanden meer dan is gehalveeerd. Dit heeft niet te maken met de situatie in de Alpen, want die spelen In de winter voor de Rijn nauwelijks een rol. Het water dat de Rijn in de wintermaanden afvoert komt vooral uit de lagere delen van het stroomgebied en als gevolg van de klimaatverandering zijn vooral de winters daar sterk veranderd.
<1500 winter.png

Koud en droog winterweer komt bijna niet meer voor en vroeger waren dat de omstandigheden waarbij de afvoer tot onder de 1.500 m3/s kon zakken. Ook valt er meer regen omdat de luchtstroming vaker westelijk is. Voor het beheer van zoetwater voor landbouw en drinkwater heeft dat weinig gevolgen, want die hebben in de winter weinig water nodig, maar de binnenvaart profiteert wel, want die kunnen in de wintermaanden vaker vol beladen varen.
Als we het aantal dagen met een afvoer <1.500 m3/s in de huidige tijd vergelijken met de tweede helft van de vorige eeuw, dan zien we een aantal duidelijke veranderingen. Zo zijn er twee maanden met een duidelijke toename (april en juli), maar daar staan 4 maanden tegenover met een sterke afname (mei en de 3 wintermaanden). Bij de andere maanden zien we of een lichte toename (juni en september), een lichte afname (maart, oktober en november) of het is ongeveer gelijk gebleven (augustus).
Als we alles optellen dan blijkt dat het totaal aantal dagen met een afvoer <1.500 m3/s ongeveer gelijk te zijn gebleven. Dat schommelt gedurende de hele meetreeks van de Rijn altijd al rond de 100 dagen per jaar zoals de volgende grafiek laat zien. Medio vorige eeuw was het ca 10% hoger, eind vorige eeuw ca 10% lager en nu alweer enige tijd precies honderd. De gevolgen van de klimaatverandering zien we dus niet terug in het totaal aantal dagen, maar vooral in de verdeling over de maanden. In het zomerhalfjaar is het vooral het warmere klimaat en het verschuiven van het smeltseizoen in de Alpen dat voor de veranderingen zorgt, in de winter vooral het nattere klimaat in de rest van het stroomgebied.
<1500 jaar.png

Komende weken weinig neerslag en dalende waterstanden
Rijn en Maas zijn naar een relatief lage stand gedaald voor de tijd van het jaar. Soms valt er wel wat regen, maar net voldoende om de waterstand dan even te stabiliseren voordat de daling weer inzet. Een overgang naar nattere omstandigheden met wat hogere waterstanden is voorlopig niet in zicht. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek Water Inzicht een terugblik op maart; een maand die de laatste decennia opvallend vaak relatief lage afvoeren kende, terwijl het aan het eind van de vorige eeuw nog even de maand met gemiddeld de hoogste afvoer was van het jaar.
water van de week
Hogedrukgebieden houden de neerslag op afstand, met soms een korte onderbreking met wat neerslag.
Vorige week was al voorzien dat een hogedrukgebied rond deze tijd vanaf de Atlantische Oceaan naar het Europese continent zou trekken, maar waar het precies zou komen te liggen was toen nog niet duidelijk. Nu het hogedrukgebied inderdaad is ontstaan, verwachten de weermodellen dat het over onze omgeving naar Scandinavië trekt, waar het medio komende week arriveert. Omdat dit hogedrukgebied ook in uitloper in stand houdt richting de Azoren, kunnen lagedrukgebieden vanaf dat Atlantische Oceaan onze omgeving dan niet bereiken.
In de tweede helft van de week schuift het Scandinavische hogedrukgebied echter zo ver naar het oosten dat er een kansje is dat het een lagedrukgebied toch net wel lukt om zich tussen het Azoren-hogedrukgebied en het Scandinavische hogedrukgebied in te positioneren. Dat is dan precies boven onze omgeving en dat zou betekenen dat er dan wel neerslag kan gaan vallen, maar het is allemaal nog erg onzeker wat er dan gebeurt. Dat zien we ook terug in de meerdaagse verwachting die soms voor donderdag en vrijdag een flinke hoeveelheid regen verwachten en een dag later is dat uit de verwachting weer verdwenen. Als het zo uitkomt als de verwachting nu aangeeft, dan zou er 10 tot lokaal 20 mm regen kunnen vallen in Nederland, het midden van Duitsland en de Ardennen. Dat is dan voldoende voor een lichte stijging van de rivieren.
Vanaf zaterdag herstelt de verbinding zich tussen de beide hogedrukgebieden en dat betekent een terugkeer van het droge weertype. Vanaf dinsdag of woensdag in de week na het volgend weekend lijkt zich dit patroon te herhalen: de hogedrukgebieden wijken wat uit elkaar en ongeveer boven onze omgeving kan zich dan weer een klein lagedrukgebied ontwikkelen, dat neerslag gaat brengen. Ook dan worden geen grote hoeveelheden verwacht, maar misschien dat het de rivieren net weer een zetje kan geven, zodat ze niet, voor de tijd van het jaar, te ver wegzakken.
Rijn daalt eerst naar ca 8,1 m NAP; eind van de week weer iets stijgend.
Het verloop van de waterstand in de Rijn bij Lobith was de afgelopen week opvallend stabiel; tussen 8,4 m en 8,45 m NAP. Voor de tijd van het jaar is dat aan de lage kant want gewoonlijk bedraagt de waterstand begin april ongeveer 9,4 m NAP. In de rubriek Water Inzicht ga ik hier wat dieper op in dat zo’n wat lagere stand eind maart tegenwoordig geen uitzondering meer is. De lage waterstand is het gevolg van een vrij droge tweede helft van maart.
Dat de waterstand toch niet verder daalt, is weer het gevolg van zo nu en dan een korte opleving van de neerslag. In het begin van de afgelopen week waren dat de buien die vanaf de Noordzee over het stroomgebied werden aangevoerd. Die noordwestelijke stroming leverde vooral voor de noordzijde van de Alpen nog een aardige hoeveelheid extra sneeuw op. Een week eerder was het sneeuwdek al flink gestegen, maar de afgelopen week kwam daar op een aantal plekken nog meer dan 1 m bij.
Inmiddels ligt boven de 2000 m een sneeuwdek dat is aangegroeid tot ruim boven het gemiddelde voor deze tijd van het jaar. Als niet te veel sneeuw in de komende weken verdampt door intensieve zonnestraling op het sneeuwdek, kan de Rijn vanaf half april nog aardig wat smeltwater verwachten. Dit zou dan voorkomen dat de waterstand in mei en juni al te ver daalt, zelfs bij droog weer in de rest van het stroomgebied.
De komende week lijkt wat het de neerslag betreft een beetje op de voorgaande mits er inderdaad In de tweede helft van de week weer wat neerslag gaat vallen. Tot die tijd daalt de waterstand met zo’n 5 cm per dag vanaf de huidige 8,45 m naar ca 8,1 tot 8,2 m NAP aan het eind van de week. De afvoer die nu nog ca 1.600 m3/s bedraagt zal dan gedaald zijn tot ca 1.400 m3/s. Vanaf het komend weekend arriveert weer wat extra water van de neerslag die vanaf donderdag aanstaande gaat vallen. De hoeveelheden zijn echter klein en de stijging zal niet meer dan enkele decimeters bedragen, tot ca 8,3 m NAP op maandag 13 april; bij een afvoer van ca 1.500 m3/s.
Mocht de regen uitblijven, dan zou er zelfs helemaal geen stijging kunnen komen. In de rest van de week daalt de waterstand dan weer langzaam verder en als de hoeveelheid regen die in die week zou kunnen vallen, ook beperkt blijft dan is de kans groot dat de waterstand daalt naar ca 8 m NAP in de tweede helft van die week, dat is vanaf 16 april. De afvoer is dan gedaald tot ca 1.350 m3/s, wat laag is voor de tijd van het jaar. Net als de maand maart is april de laatste decennia ook vaak droog verlopen, dus uitzonderlijk is een lage afvoer niet voor deze tijd van het jaar.
Maas schommelt komende tijd rond 200 m3/s.
De Maasafvoer daalde de afgelopen week langzaam, van ca 250 naar 220 m3/s. Het was dan ook overwegend droog in het stroomgebied en het beetje regen dat in de tweede helft van de week viel, leverde geen stijging op. De eerstkomende dagen blijft het nog droog en daalt de afvoer verder naar net onder de 200 m3/s op donderdag. Vanaf die dag zou er weer regen kunnen vallen in de Ardennen als een klein lagedrukgebied zich tot over onze omgeving uitbreidt.
De exacte positie en ook de hoeveelheden regen die tot op gaat leveren is echter nog onzeker maar mocht het zo'n 15 tot 20 mm worden op donderdag en vrijdag waar nu vanuit wordt gegaan, dan kan dat vanaf donderdag een lichte stijging van de Maas betekenen. Maar veel meer dan 250 m3/s op vrijdag en zaterdag verwacht ik niet. Daarna gaat de afvoer ook weer dalen, want vanaf het weekend breken weer een aantal drogere dagen aan. Rond 15 april zou de afvoer dan weer tot onder de 200 m3/s kunnen zijn gedaald.
Mogelijk dat het daarna weer tot een nieuwe lichte opleving komt, als er ook in die week rond dinsdag of woensdag weer wat regen gaat vallen. Deze verwachting is nog erg onzeker en Het is ook niet uit te sluiten dat die week vrijwel droog verloopt zodat de waterstanden verder dalen richting 175 en later 150 m3/s. Daarvoor zullen we de verwachting van volgende week moeten afwachten.
Water Inzicht
De maand maart is vooral in het stroomgebied van de Rijn de laatste 20 jaar droger geworden
In de Rijn bij Lobith kwam de gemiddelde afvoer over de maand maart uit op circa 2.235 m3/s. Dat is 15% minder dan het langjarig gemiddelde dat in maart ruim 2.600 m3/s bedraagt. Maart heeft de laatste tijd opvallend vaak een lager dan gemiddelde afvoer gehad. Sinds 2009 was er maar één jaar (2010) met een duidelijk hoger dan gemiddelde afvoer, in alle andere jaren was de afvoer lager. Soms zelfs fors lager zoals vorig jaar toen maar net de helft van de normale afvoer ons land binnenstroomde.
Al deze jaren met een relatief lage afvoer hebben ervoor gezorgd dat de 30-jarig gemiddelde afvoer over maart in de afgelopen decennia duidelijk is gedaald. Aan het eind van de vorige eeuw en de eerste jaren van de huidige eeuw was de situatie nog heel anders, toen waren er relatief veel maartmaanden met een hoge afvoer en steeg het langjarig gemiddelde nog .Deze was zelfs even hoger dan 3.000 m3/s en maart was toen de maand met de gemiddeld hoogste Rijnafvoer van het jaar. Maar sinds 2009 heeft een kentering ingezet en is de afvoer langzaam af gaan nemen. De grafiek hieronder laat van jaar tot jaar de afvoer in maart zien en het 30-jarig gemiddelde.
Schermafbeelding 2026-04-05 om 11.58.18.png

Dit afname van de gemiddelde afvoer in maart wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt doordat het met name in Duitsland in maart droger is geworden. In bijvoorbeeld de deelstaat Baden Württemberg, waar het Zwarte Woud ligt en waar de Rijn veel water uit ontvangt, is er een duidelijke trend zichtbaar naar steeds drogere maartmaanden. Of deze trend de komende tijd doorzet is nu nog niet te zeggen. Als we in de meetreeks terugkijken, zien we vaker perioden van enkele decennia dat het natter of juist droger is, maar de mate waarin maart nu droger is geworden in Zuid-Duitsland is wel de meest extreme sinds het begin van de metingen.
Dat nog geen sprake is van een doorgaande negatieve trend laat ook de trendlijn zien over de hele meetreeks, deze loopt ondanks de vele lage afvoeren van de laatste 20 jaar, toch nog steeds een beetje op. Wat wel definitief veranderd is, is het aantal dagen dat er in maart nog sneeuw lag in de Duitse Middelgebergten. Zo bedroeg dat aantal rond 1980 in Baden Württemberg nog gemiddeld 8 terwijl dat inmiddels is afgenomen tot 1 à 2 en ook in Nordrhein Westfalen, waar bijvoorbeeld het Sauerland ligt, is het aantal dagen met een sneeuwdek in maart teruggelopen tot bijna nul. Op smeltwater in maart hoeft de Rijn daarom ook niet meer te rekenen en dat betekent dat de Rijn aan de start van het zomerseizoen vaker te maken zal krijgen met een al lagere afvoer.
Voor het waterbeheer in Nederland hoeft een lage maartafvoer nog niet meteen een probleem te zijn want ook met een gemiddelde afvoer van ruim 2000 m3/s kunnen alle gebruikers van het water nog prima worden voorzien. Voor de natuur is een lage maart afvoer echter wel ongunstig want juist in het begin van het groeiseizoen is het belangrijk dat de moerassen en het grondwater in de uiterwaarden goed gevuld zijn. Met een laag beginpeil is de kans namelijk veel groter dat dit later in het jaar niet meer wordt aangevuld en deze gebieden in de zomer opdrogen. Veel soorten die afhankelijk zijn van de nattigheid verdwijnen dan uit de uiterwaarden.
Voor de andere gebruikers van het rivierwater in Nederland geldt dat zij na een drogere start in maart meer afhankelijk worden van hoe het zomerhalfjaar zich verder ontwikkeld. Een droge periode van enkele weken groeit dan al snel uit tot een probleem, terwijl dat vroeger, toen er ook al wel langere droge perioden waren, minder snel een probleem was.
Schermafbeelding 2026-04-05 om 11.58.31.png

Ook de Maas (zie grafiek hierboven) had een lager dan gemiddelde afvoer in maart. Deze kwam uit op 335 m3/s, terwijl 385 m3/s het langjarig gemiddelde is. Dat de afvoer nog redelijk hoog was had de Maas vooral te danken aan het kleine hoogwatergolfje dat eind februari door de Maas stroomde. Daardoor was de afvoer vooral in de eerste 10 dagen van maart nog relatief hoog.
Ook bij de Maas is de afvoer in maart In de afgelopen 20 jaar wel wat afgenomen maar minder sterk dan bij de Rijn. Het dertigjarig gemiddelde bij Maastricht is na een piek rond 2007, wel wat gedaald, maar bedraagt nog steeds ongeveer 420 m3/s. Er waren hier de laatste ca 20 jaar ook meer jaren met een hoger dan gemiddelde afvoer. Maar net als bij de Rijn waren er ook aardig wat jaren met een heel lage maart-afvoer zoals bijvoorbeeld vorig jaar toen de Maas ook maar 50% van de normale gemiddelde afvoer naar Nederland afvoerde.
Het huidige opdrogen van de maand maart is in het stroomgebied van de Maas dan ook wat minder extreem als verder naar het zuiden zoals we bij Baden Württemberg zagen. De gevolgen daarvan zien we ook terug in de trendlijn, die bij de Maas nog wel duidelijk oploopt, veel meer dan bij de Rijn.