U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.

 

Rijn en Maas stijgen even, maar niet voor lang; laagwaterperiode voorlopig nog niet voorbij

De vele regen van de laatste dagen doet vermoeden dat aan de langdurige droogte in het stroomgebied een einde is gekomen en eventjes is dat ook zo, maar zodra de regen later vandaag het stroomgebied heeft verlaten, keren hogedrukgebieden weer terug. Alsof er niets gebeurd is, bepalen zij de komende twee weken het weer in de stroomgebieden en dat betekent droog weer en weer dalende waterstanden vanaf het eind van de komende week, als het water dat nu gevallen is, weer is afgevoerd. De Rijn stijgt ongeveer een meter en de Maas van 30 naar 250 m3/s, maar beide zijn dit extra water over circa 2 weken ook alweer bijna kwijt. In het waterbericht leest u de details.

Water van de week

Net zo snel als de regen kwam, is de nattigheid de komende dagen ook weer voorbij.

De afgelopen paar dagen liet de Atlantische Oceaan zien dat er zich nog steeds lagedrukgebieden kunnen ontwikkelen, die met veel regen en ditmaal ook veel wind, West-Europa kunnen bereiken. Op vrijdag passeerde depressie Austen pal over Nederland en wie die dag een neerslagradar heeft bekeken zag mooie beelden van de regenbanden die om de kern van het lagedrukgebied heen draaien. En in de nacht van zaterdag op zondag passeer de depressie Boelo maar die had een veel noordelijkere koers; over Schotland via het noorden van de Noordzee naar het midden van Scandinavië.

Nederland was deze dagen één van de natste gebieden van West-Europa en in een brede band vanaf het zuidwesten over het rivierengebied naar de Achterhoek viel in 3 dagen tijd 70 tot 80 mm regen, nabij Arnhem viel zelfs meer dan 100 mm. Dat zijn erg grote hoeveelheden voor 3 dagen tijd en het lokale watersysteem kan dat soms ook niet aan en wie nu door deze regio's rijdt zal soms grote plassen op het land zien staan.

Ook in de rest van Nederland viel regen, maar daar bleef het veelal bij 30 tot 50 mm, wat ook al vrij veel is. Oktober wordt in heel Nederland een natte maand, met op veel plaatsen meer dan 100 mm regen (normaal is ca 90) en op sommige plaatsen meer dan 150 mm. Waarschijnlijk hebben deze grote neerslaghoeveelheden te maken met de hoge temperatuur van de Atlantische Oceaan, waardoor de lucht daar veel meer vocht kan bevatten en dat levert bij ons een hoge neerslagintensiteit op als regenzones passeren.

Dat belooft wat voor de komende winter, want in combinatie met de uitzonderlijk sterke El Niño, die zich boven de Grote Oceaan heeft ontwikkeld, is de kans groter dan normaal dat het een winter wordt met een hoge depressieactiviteit. Als al die lagedrukgebieden meer regen met zich meebrengen, dan kan het een erg nat winterseizoen worden en ook nog een nat voorjaar.

Een El Niño is overigens geen garantie op een natte winter, er zijn keren geweest dat het niet natter was dan normaal, maar het weerfenomeen lijkt vaak wel invloed te hebben tot in onze regio. Een voorbeeld daarvan is de zeer natte winter van het jaar 2023/24, toen vanaf oktober t/m mei in De Bilt meer dan 1.000 mm viel, terwijl 550 het langjarig gemiddelde is.

Voorlopig schakelt het weer in onze omgeving trouwens weer terug op een lagere versnelling en krijgen we te maken met het bekende hogedrukweer dat afgelopen maanden dominant was. Vandaag trekt de regen van Boelo naar het zuiden weg, maar daar is het regengebied al minder actief omdat boven de Alpen een rug van hoge druk is blijven liggen, die tegengas geeft. Op dinsdag volgt nog een zwakke regenzone behorend bij een volgend lagedrukgebied dat vanaf Schotland afbuigt naar het noordoosten. Hoge druk is dan al sterker aanwezig boven Centraal-Europa en dit houdt de intensievere regen op afstand.

Daarna strekt de hoge druk zich over vrijwel heel Europa uit en lijkt het tot en met het weekend van 7-8 november vrijwel droog te blijven. Het is opvallend hoe makkelijk de atmosfeer weer terugkeert naar dit weerpatroon. Vooral in Centraal-Europa heeft dat tot nu toe voor een veel droger jaar gezorgd dan normaal en het is daardoor dat Rijn en Maas zo lang al met (zeer) lage afvoeren kampen. Maar van deze lage standen nemen we nu even afscheid, want eerst mogen de rivieren het vele water dat de afgelopen dagen is gevallen naar zee af gaan voeren.

Rijn stijgt nog 1 meter tot ca 7,5 m NAP, daarna weer dalend naar onder 6,5 m NAP.

Vorige week was al duidelijk dat het rondom het huidige weekend flink nat zou gaan worden en de timing van de neerslaggebieden is goed uitgekomen. Toch wel knap van de weermodellen dat ze een week vooruit van lagedrukgebieden die dan nog niet bestaan de koers en kerndruk kunnen voorspellen tot op een paar 100 km nauwkeurig. Het gaat niet altijd zo goed, maar bij dit soort dynamisch weer gaat het opvallend vaak wel goed.

In Nederland viel, zoals ik hierboven al schreef, zeer veel regen en ook in het aan ons land grenzende Duitse deel van het stroomgebied viel vaak meer dan 50 mm. Wat verder naar het zuiden en oosten bleven de hoeveelheden kleiner, met in de omgeving van Frankfurt ongeveer 30 tot 40 mm, en in Zuid-Duitsland nog wat minder en in Zwitserland bleef het bij 10 tot 20 mm. Het zijn daarom vooral de meer noordelijke zijrivieren van de Rijn die nu gaan stijgen; vanuit de Zuid-Duitse Bovenrijn hoeven we niet veel extra water te verwachten.

Bij Lobith is de stand sinds gisteren al gaan stijgen van water dat direct over de grens viel in het stroomgebied van de Lippe en vandaag volgt het eerste water vanuit de Ruhr. De stand die op donderdag nog gedaald was tot 6,24 m NAP (19 cm boven het laagterecord van 30/9) steeg weer wat en passeerde vanmorgen de 6,5 m. De afvoer is in de laatste 2 dagen alweer ruim 100 m3/s gestegen tot 725 m3/s.

In de loop van vandaag en de 3 dagen daarna komt steeds meer water vanuit andere zijrivieren aan en gaat de stand met zo’n 25 tot 30 cm per dag omhoog. Vooral de Moezel zorgt voor extra water (ca 250 m3/s), goed voor bijna de helft van de stijging. In de nacht van maandag op dinsdag verwacht ik dat de 7 m wordt overschreden (900 m3/s) en op dinsdag in de loop van de dag 7,25 m NAP  (1.000 m3/s). De piek van het golfje bij Lobith verwacht ik op woensdag en donderdag 28-29/10 bij een stand rond 7,5 m NAP (+/- 10 cm) en een afvoer van 1.100 m3/s (+/- 50 m3/s).

Dit lijkt heel wat na de lange periode dat de afvoer schommelde rond de 600 m3/s, maar 1.100 m3/s is nog steeds ruim 600 m3/s minder dan het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar. In andere jaren zouden we bij deze afvoer van een lage afvoer spreken. Het is nu nog helemaal duidelijk hoe het water uit de verschillende zijbeken samenvalt in de Rijn, dus misschien stijgt de stand nog 10 cm meer, maar 8 m NAP of meer zit er niet in.

Meer regen wordt vanaf nu niet meer verwacht, dus is al wel duidelijk dat na de piek ook weer een daling volgt. Eerst gaat het nog niet zo snel want Er is ook nog wat water onderweg vanuit Zuid-Duitsland, maar vanaf zaterdag daalt de stand met zo’n 15 cm per dag. In de loop van zondag 1 november verwacht ik dat de 7 m NAP weer wordt onderschreden en op woensdag 4 of donderdag 5 november kan de 6,5 m NAP weer bereikt worden.

Tot die tijd wordt geen regen verwacht en daarom verwacht ik dat de stand ook na 5 november nog blijft dalen, maar dan wat langzamer. In het weekend van 7/8 november zou de 6,3 m NAP zelfs weer bereikt kunnen worden en zijn we weer bijna terug op het niveau van voor de piek. Een meer stabiele stijging lijkt er voorlopig dit najaar nog niet in te zitten.

Maas stijgt vandaag naar ca 250 m3/s, maar afvoer zeer onregelmatig.

De hele afgelopen week bedroeg de Maasafvoer bij Maastricht niet meer dan en zeer lage 25 tot 30 m3/s. De regen vanaf vrijdag heeft daar meteen verandering in gebracht en gisteren al steegs de afvoer flink. Nadat op woensdag en donderdag de neerslaghoeveelheden nog lager uitpakten dan eerder werd verwacht, sloeg het weer vaaf vrijdag om.

Op vrijdag viel al zo’n 10 tot 20 mm, maar het meeste daarvan nog aan de zuidkant ven de Ardennen. Op zaterdag viel 20 tot 30 mm en in de nacht van zaterdag op zondag was de klapper met 25 tot 35 mm en op de hoogste delen van de Ardennen rond 50 mm.  Samen viel er dus zo’n 50 tot 75 mm en dat is doorgaans voldoende voor een flinke stijging. In de winter kan de afvoer daardoor wel 1.000 m3/s stijgen en in de andere jaargetijden is dat voldoende voor 350 tot 500 m3/s. Nu was het nog iets minder omdat de uitgangspositie een langdurige droge periode was.

Het lastige is dat die werkelijke afvoer moeilijk is na te gaan omdat er vanwege het stuwbeheer in Wallonië vooral hogere pieken werden doorgegeven, die de Maas bij Maastricht tot 600 m3/s lieten stijgen, gevolgd door weer een periode met maar weinig water. Als we een beetje optellen wat er uit de zijbeken in de Ardennen is gekomen, dan kom ik op zo’n 275 à 300 m3/s.

De beken in de Ardennen bereiken op dit moment ongeveer hun hoogste afvoer en de verwachting is dat ze de komende uren weer gaan dalen. Voor Maastricht betekent dat dat de afvoer daar eerst nog even hoog blijft en vanaf komende nacht weer gaat dalen. De komende dagen en zelfs weken worden weinig regen verwacht dus gaat de afvoer ook weer heel snel omlaag.

Aan het eind van de komende week verwacht ik dat de afvoer weer tot circa 100 m3/s zal zijn gedaald, en omdat het droge weer zeer waarschijnlijk ook na het komend weekend nog aanhoudt, gaat de afvoer dan verder omlaag naar waarden tussen 70 en 50 m3/s. Ook bij de Maas is er voorlopig geen zicht op een overgang naar meer gemiddelde afvoeren voor de tijd van het jaar en waarschijnlijk hoeven we daar in de eerste helft van november ook niet op te rekenen.

Laagwaterbericht rivieren

Opleving van de waterstanden, maar niet voor heel lang. 

De verwachte regen gaat er komen en de komende 3 tot 4 dagen valt er voldoende regen in de stroomgebieden voor een flinke stijging. De Rijn gaat ongeveer 1 meter omhoog en bereikt daardoor een stand die de rivier al sinds begin juli niet meer heeft gehad. Dat lijkt heel wat, maar zelfs met die stand staat het water nog ruim 1 meter lager dan de gemiddelde stand voor deze tijd van het jaar; die bedraagt ongeveer 8,4 m NAP.

Afgelopen dagen viel er al wat regen in het stroomgebied, maar dat was minder dan aanvankelijk gedacht en we zullen daarom nog iets langer moeten wachten voordat de stijging begint. De stand is sinds het weekend heel licht gedaald, met ongeveer 1 cm per dag en bedraagt nu 6,25 m NAP, 20 cm boven het laagterecord van 3 weken terug. De afvoer is net iets meer dan 600 m3/s,  ca 50 m3/s boven het record.

Vanaf aanstaande zaterdag gaat de stand langzaam stijgen en zondag aan het eind van ed dag wordt de 6,5 m overschreden.  De dagen daarna komt er ca 25 tot 30 cm bij per dag, tot een eerst piekje van iets meer dan 7 m (7,1 tot 7,2 m) op woensdag 28/10. Daarna blijft de waterstand een paar dagen stabiel om vanaf vrijdag 30/10 nog een keer iets te stijgen naar ca 7,3 m NAP (7,1 tot 7,4 m NAP) op 31/10. De afvoer kan bij dit tweede piekje net even boven de 1.000 m3/s uitkomen.

De regen wordt veroorzaakt door actieve lagedrukgebieden, waarvan er een zelfs een zware storm veroorzaakt in het Kanaal en boven de Belgische kust (Nederland lijkt er net buiten te vallen). Vanaf begin volgende week is deze depressieactiviteit echter al weer achter de rug en nemen hogedrukgebieden het weer over. Zij komen boven Centraal-Europa te liggen, maar strekken zich ook ver westelijk uit tot boven de Oceaan en houden regen voorlopig op grote afstand.

De hele periode tot 5 november lijkt er geen regen meer te gaan vallen en zonder extra water gaan de waterstanden van de rivieren weer snel dalen. Vanaf 31 oktober verwacht ik dat de stand weer met zo'n 10 tot 15 cm per dag kan zakken en vanaf 5 november kan de stand dan alweer in de buurt uit gaan komen van 6,5 m en de afvoer in de buurt van de 700 m3/s. We zijn dan weer terug bij een extreme laagwatersituatie.

Maasafvoer stijgt ook even flink

Ook de Maas profiteert van de regenval van de komende dagen. Vanaf vrijdag gaat er 3 dagen lang dagelijks zo'n 10 tot 20 mm regen vallen in de Ardennen en op sommige dagen lokaal nog wat meer. Dit levert vanaf vrijdag in ed loop van ed dag een stijging op van de afvoer: op zaterdag naar ca 50-75 m3/s, op zondag naar 75 tot 125 m3/s, op maandag naar 150 tot 200 m3/s en als er veel regen valt misschien wel 250 m3/s. 

Op dinsdag blijven de afvoeren nog op dit niveau om in de dagen daarna weer snel te gaan dalen. Aan het eind van de week kan de afvoer alweer tot onder de 100 m3/s zijn gezakt en in de wweek daarna zet de daling door naar ca 50 m3/s. 

Deze week nog lage waterstanden, daarna wellicht een flinke stijging

Gaat de langverwachte weeromslag er nu echt komen? Vorig weekend leek het er nog op dat een volgend hogedrukgebied de komende week heer en meester zou zijn en neerslag voorlopig op afstand zou blijven. Nu ziet de verwachting voor komende week er heel anders uit en vooral vanaf woensdag kan flink wat regen gaan vallen. Na het volgend weekend zou er mogelijk nog veel meer regen kunnen vallen, waardoor de waterstanden echt uit het dal kunnen klimmen. Voordat bij de waterbeheerders en mensen die van het water afhankelijk zijn de vlag uit gaat, nog even afwachten tot de regen echt gevallen is. In het waterbericht leest u de details.

In Water Inzicht een terugblik op de twee perioden dat de Rijnafvoeren deze nazomer het verste wegzakten. Welk deel van het stroomgebied leverde toen het meeste water en wat waren de verschillen tussen beide perioden.

Water van de week

Eén, misschien twee flink natte perioden op komt

De neerslagverwachting voor de komende week tot 10 dagen vooruit is de afgelopen dagen flink op de schop gegaan. Vorige week zag het er nog naar uit dat we nu met een sterk hogedrukgebied te maken zouden krijgen, dat langdurig het weer in de stroomgebieden kon gaan bepalen. Mijn verwachting was toen dat de lage afvoeren misschien wel tot het eind van de maand zouden voortduren.

Medio afgelopen week was al duidelijk dat er ook lagedrukgebieden op het toneel zouden kunnen verschijnen, die misschien wel voor een verrassing konden gaan zorgen. Gisteren en vandaag trok zo’n lagedrukgebied over de stroomgebieden en dit bracht al wat regen. Het grote hogedrukgebied komt er nog steeds, het ligt nu al bij Schotland en trekt in onze richting, maar het trekt veel sneller door dan eerder werd verwacht.

Woensdag kan dan al een actief regengebied de stroomgebieden bereiken. Tot en met vrijdag kan er zo’n 25 tot 40 mm regen vallen en dat is voldoende om de Rijn en Maas te laten stijgen. Vanaf komend weekend probeert het hogedrukgebied weer een uitloper te vormen tot over Centraal-Europa, maar de verwachting van vanmorgen laat ook een opvallend sterk lagedrukgebied zien dat vanaf de Atlantische Oceaan richting het noorden van de Noordzee trekt. Dit zou vanaf zondag 25/10 tot het midden van de week daarna (rond 28/10) nogmaals veel regen kunnen brengen.

In totaal komt de hoofdrun van het Europese weermodel voor de komende 10 dagen met 50 tot soms 100 mm regen in de stroomgebieden. Ik hou nog een flinke slag om de arm, zeker voor de tweede regenperiode, maar mocht het uitkomen dan gaan de waterstanden flink in de lift. Een andere mogelijkheid is dat de lage druk toch weer noordelijker blijft en de stroomgebieden buiten schot blijven. Een interessante weersituatie om de komende dagen in de gaten te houden.

Rijn eerst nog rond 6,3 m NAP, vanaf midden van de week stijgend naar 6,7 m, later mogelijk naar 7,5 m.

De afgelopen week verliep grotendeels droog in het stroomgebied, alleen gisteren en vandaag viel er wat regen. De waterstand bij Lobith ging aanvankelijk wat omlaag tot iets onder de 6,3 m NAP, maar bleef daarna stabiel. De afvoer schommelde rond 630 m3/s.

Regen die gisteren vlak over de grens viel, zorgt nu voor een heel beperkte stijging van een paar centimeter. Daarna volgt er ook nog wat water uit de rest van het stroomgebied, maar dit is slechts voldoende voor een stabilisatie van de waterstanden rond 6,3 m NAP. Vanaf woensdag bereikt nieuwe regen het stroomgebied en dit levert vanaf donderdag een langzame stijging op van ca 10 cm per dag. Maandag na het weekend kan de stand dan gestegen zijn tot 6,7 m NAP (+/- 10 cm) en de afvoer stijgt dan naar ca 750 m3/s.

Volgens de laatste verwachting kan er vanaf zondag opnieuw veel regen gaan vallen, al is dat op deze termijn uiteraard nog onzeker. Mocht het uitkomen, dan kan de waterstand na maandag 26/10 verder stijgen naar mogelijk 7,5 m NAP, en misschien nog wat meer, aan het eind van die week. De afvoer stijgt dan voor het eerst sinds maanden weer tot boven de 1.000 m3/s, waarmee er een einde zou komen aan de laagwaterperiode. Maar een en ander is nog erg onzeker en hangt vooral af van de regen die na volgend weekend kan gaan vallen. Mocht die uitblijven, dan blijft de waterstand voorlopig nog onder de 7 m NAP.

Maasafvoer stijgt ook, maar pas na volgend weekend

De Maas daalde afgelopen week weer naar een afvoer van ca 30 tot 35 m3/s bij Maastricht. Het bleef de hele week ook vrijwel droog in het stroomgebied en ook de afgelopen 2 dagen viel er maar weinig. Het blijft de komende dagen nog droog en pas vanaf woensdag kan er wat regen vallen. Ook de dagen daarna ligt het stroomgebied van de Maas net naast het gebied waar veel regen gaat vallen en tot en met vrijdag blijft het bij zo’n 15 tot 25 mm. Voldoende voor een lichte stijging tot ca 50 m3/s op zaterdag. Het is goed mogelijk dat het regengebied ook de Ardennen weet te raken en dan kan de afvoer wel wat verder stijgen tot mogelijk 100 m3/s.

De tweede periode met veel regen, van zondag 25 t/m woensdag 28/10, zou wel veel regen in de Ardennen kunnen brengen en als dat uitkomt, kan de afvoer verder stijgen naar mogelijk 250 m3/s. Maar het is nog uiterst onzeker of die vele regen er wel komt, dus misschien blijft het bij een afvoer tussen 50 en maximaal 100 m3/s.

Water Inzicht

Waar kwam het water vandaan tijdens de momenten dat de Rijnafvoer het laagste was.

Op een kleine onderbreking na is de afvoer al bijna 4 maanden onder de 1000 m³/s. Dat is bijna net zoveel als in het jaar 2018, wat ook een zeer lange periode dan lage afvoeren kende. In een gemiddeld jaar bedraagt het aantal dagen met een zo lage afvoer namelijk maar ca 15 tot 20. De huidige laagwaterperiode kende tot nu toe twee momenten dat de waterstand tot een zeer lage waarde daalde: op 17 augustus, toen de stand bij Lobith naar 6,11 m NAP zakte, bij een afvoer van 560 m³/s, en op 30 september, toen de Rijn nog net iets verder daalde naar respectievelijk 6,05 m NAP en 543 m³/s.

Ik ben voor beide perioden op zoek gegaan naar de herkomst van dit water en ondanks dat de verschillen niet heel groot zijn, was de bijdrage van verschillende delen van het stroomgebied wel heel verschillend. Zo kwam bij de eerste laagwaterperiode nog ca 380 m³/s uit Zwitserland en was dat de tweede keer maar ca 315 m³/s. Dat het verschil bij Lobith toch maar 17 m³/s bedroeg was te danken aan de bijdrage uit Duitsland die toen wat groter was geworden. Het had ondertussen wat geregend en dat leverde nog lang een wat grotere bijdrage vanuit met name Duitsland. In de volgende twee kaarten zijn de afvoeren van de deelstroomgebieden weergegeven voor achtereenvolgens de eerste en de tweede laagwaterperiode.

Afvoeren aug 2026.jpg

Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de Rijnafvoer (in m3/s) bij Lobith tijdens de laagwaterperiode van medio augustus
Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de Rijnafvoer (in m3/s) bij Lobith tijdens de eerste laagwaterperiode van medio augustus

Afvoeren sep 2026.jpg

Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de Rijnafvoer (in m3/s) bij Lobith tijdens de tweede laagwaterperiode van eind september
Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de Rijnafvoer (in m3/s) bij Lobith tijdens de tweede laagwaterperiode van eind september

In de tabel hieronder zijn de afvoeren uit de deelstroomgebieden en de Rijn zelf ook nog op een rij gezet om ze goed te kunnen vergelijken. Als we eerst naar Zwitserland kijken, dan blijkt dat de Alpen tijdens de tweede golf duidelijk minder water aanvoerden: in augustus 235 m³/s en in september nog maar 154 m³/s. Ook procentueel was het aandeel kleiner, in augustus kwam nog 42% van het water dat bij Lobith passeerde vanuit het hooggebergte, in september was dat nog 28%.

Vooral de Aare, die gewoonlijk veel water uit het hooggebergte ontvangt was flink in afvoer achteruitgegaan. Het was vooral vanwege het lange droge weer dat de aanvoer vanuit het hooggebergte kleiner was geworden; gewoonlijk vallen er in de zomer namelijk veel buien in de Alpen en die bleven nu grotendeels achterwege. Voor een deel is gaat het ook om smeltwater van gletsjers, maar dat is zeker niet de hoofdmoot, omdat de gletsjers slechts een beperkt areaal beslaan.

De grote Zwitserse zijrivieren van de Rijn monden aan de voet van de Alpen eerst uit in grote meren en die fungeren als enorme buffers voor het water. In de tabel is weergegeven hoeveel water er in de meren uitstroomt en hoeveel er uitstroomt. Bij de Bodensee bijvoorbeeld stroomde er in augustus 85 m³/s in en 145 m³/s uit. Veel meer dus en dat is allemaal water dat eerder in het voorjaar en de zomer, toen de Rijnafvoer vanuit de Alpen nog veel hoger was, in het meer is opgeslagen.

Scherm­afbeelding 2026-10-18 om 17.06.28.png

Tabel met de bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de Rijnafvoer bij Lobith tijdens de beide laagwaterperioden en de verschillen.
Tabel met de bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de Rijnafvoer bij Lobith tijdens de beide laagwaterperioden en de verschillen.

De Bodensee is in feite een groot natuurlijk buffervat dat langzaam leegloopt, zonder dat daar sluizen en stuwen aan te pas komen. In september was bij de Bodensee de afvoer vanuit de Alpen licht gedaald (naar 72 m³/s), maar was de hoeveelheid uitstromend water veel meer afgenomen (naar 112 m³/s). Leverde de Bodensee in augustus nog ruim 25% van het wat dat bij Lobith binnenstoomde, eind september was dat nog ruim 20%. Het hoort bij deze tijd van het jaar dat zowel de bijdrage vanuit de Alpen als vanuit de meren afneemt, maar dit jaar liggen beide wel op een heel laag niveau.

Als we naar het totale aanbod vanuit de meren kijken in september dan blijkt dit aandeel echter niet afgenomen, maar zelfs nog wat groter te zijn dan in augustus. Dit heeft de Rijn vooral te danken aan de Aare die vanaf de Bielersee ca 35 m³/s extra is gaan afvoeren. Bij de andere meren is de bijdrage vanuit de buffers namelijk overal kleiner geworden, maar bij de Bielersee juist veel groter.

Dit extra water is vooral afkomstig uit het meer van Neufchatel, dat stroomopwaarts van de Bielersee ligt en er via een kanaal mee verbonden is. Waar de Aare de Bielersee uitstroomt ligt een stuw waarmee het peil in beide meren geregeld kan worden. Tijdens de zomer was de uitstroom vanuit de Bielersee steeds ongeveer even groot als de instroom, maar vanaf begin september laat men meer water wegstromen dan er instroomt; door de stuw wat meer te openen.

Beide meren dalen sindsdien met ca 1 cm per dag en dat levert de Aare ongeveer 30 tot 35 m³/s extra op. Zonder deze gestuurde buffer zou de Rijnafvoer in Nederland dus nog flink lager zijn geweest. Bij de andere meren is deze mogelijkheid om extra water te bufferen er niet. Ondanks de flinke bijdrage uit de Zwitserse Bielersee was de afvoer vanuit Zwitserland in september toch ruim 60 m³/s lager. In Duitsland werd dit voor een groot deel weer ingelopen.

De afvoer van de Neckar en de Main was groter en ook andere beken die vanuit het Zwarte Woud en de Vogezen naar de Rijn stroomden zullen een wat hogere afvoer hebben gehad, want bij Kaub, halverwege Duitsland was het verschil nog ca 30 m³/s. Verder stroomafwaarts verschilde de bijdrage uit de meeste zijbeken niet veel tussen de beide perioden. Het verschil tussen beide laagwaterperioden nam hier heel langzaam nog wat verder af; mogelijk dat er ook minder water gebruikt werd, waardoor het verschil afnam.

Alles bij elkaar bedroeg de bijdrage vanuit het Duitse en via de Moezel ook Franse deel in september ca 225 m³/s, dat is 45 m³/s meer dan in augustus. In augustus kwam nog ca 68% uit Zwitserland, in september was dat afgenomen tot 58%. Nog een disclaimer bij al de genoemde afvoeren in deze bijdrage; die zijn namelijk niet 100% betrouwbaar. Afvoeren worden namelijk niet direct gemeten, maar zijn altijd afgeleid van de waterstanden. Veel meetstations in vooral Duitsland, maar ook bij Lobith, daalden verder dan ooit tevoren en voor zo lage waterstanden zijn de afvoergegevens daarom niet helemaal betrouwbaar; maar ze zijn altijd nog wel bruikbaar voor een goede indruk van de bijzondere situatie in deze nazomer.

Laagwaterbericht Rijn

Komende 2 weken nog weinig verandering in de waterstanden.

Hoge druk blijft het weer in de stroomgebieden bepalen, al zijn er wel klein verstoringen van het drukpatroon die lokaal regen kunnen brengen waar de Rijn een beetje van gaat profiteren. Zo droog als ik afgelopen zondag aankondigde zal het daarom waarschijnlijk niet worden en de kans op een niuw laagterecord is voorlopig niet aan de orde.

De waterstand bij Lobith bedraagt al ongeveer een week ca. 6,3 m NAP (afvoer 630 m3/s) en de komende twee dagen komt daar nog maar weinig verandering in. Vanuit Zuid-Duitsland was nog wat extra water onderweg, van regen die eind vorige week is gevallen, en daardoor is de stand nu ongeveer stabiel. Eerder dacht ik dat de stand door dit extra water nog wat zou stijgen, maar dat wordt niet meer dan enkele centimeters.

Vanaf vrijdag al is dit zuidelijke water voorbij en gaat de waterstand weer langzaam wat dalen, eerst naar ca 6,25 m NAP (afvoer 610 m3/s) en begin volgende week naar 6,2 m NAP (afvoer 590 m3/s) op woensdag 21/10. Ondertussen is er op 17 en 18 oktober wel wat regen gevallen in het noordelijk deel van het stroomgebied en daardoor gaat de waterstand maar weinig omlaag. Mocht er daar wat meer regen vallen dan nu verwacht wordt, dan blijft de daling misschien nog wat meer beperkt.

Op 18 en 19 oktober is het regengebied boven Zuid-Duitsland aangekomen en daar gaat het waarschijnlijk wat activeren zodat er voldoende regen valt voor een wat grotere stijging in de Bovenrijn in Zuid-Duitsland vanaf 20 oktober. Deze regen zat eerder nog niet zo prominent in de verwachting en is vandaag nog wat meer geworden. Mogelijk dat de hoeveelheden de komende dagen nog wat verder toenemen, maar de verwachting kan uiteraard ook weer opdrogen zoals we eerder dit jaar vaker hebben gezien.

Als de nu verwachte regen valt, dan kan dat bij Lobith vanaf 21 oktober voor een stijging zorgen van zo’n 30 tot 40 cm naar een stand tussen 6,5 en 6,6 m NAP op 24 en 25 oktober. De afvoer zou dan tot ca 750 m3/s kunnen stijgen. Vanaf 20 oktober krijgt hoge druk weer meer invloed op het weer in het stroomgebied en wordt voorlopig weer voor wat langere tijd weinig regen verwacht. Een verdere stijging vanaf 25 oktober bij Lobith lijkt er daarom nog niet in te zitten en zeer waarschijnlijk gaat de waterstand in de laatste week van oktober weer omlaag.

Eindelijk weer wat regen in de stroomgebieden en de rivieren veren even wat op

De rivieren zijn iets gestegen, maar het is niet voor lange duur, want een volgend hogedrukgebied heeft zich alweer aangediend en als we de verwachtingen erop naslaan, dan is dit nog zeker niet de laatste, want vanaf komend weekend dient zich waarschijnlijk alweer een nieuw en nog wat sterker exemplaar aan. De opleving in de rivieren is dus slechts van korte duur. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek water inzicht één terugblik op het afgelopen zomer half jaar waarin de Rijn gemiddeld minder water afvoerde dan ooit, maar het scheelde niet eens zoveel met het vorige record dat meer dan 100 jaar oud is.

Water van de Week.

Even een nat intermezzo, vooral in Nederland

Na een langere periode van droog weer werden we de afgelopen dagen getrakteerd op flink wat regen. Dat was dan vooral in Nederland het geval want dieper de stroomgebieden in viel minder regen en ook in Nederland waren de verschillen groot. De regen wordt veroorzaakt door een lagedrukgebied dat over het noorden van de Noordzee trekt. De bijbehorende regenzone passeerde vrijdag en gisteren en vandaag stond er een stevige westenwind waarin veel buien werden en nog steeds worden meegevoerd.

De buienactiviteit is het grootst boven het noorden van Nederland, waar lokaal in twee dagen tijd tot 50 mm regen kan vallen, verder naar het zuiden is de activiteit veel minder groot en blijft er bij 10 tot 15 mm. De stroomgebieden van Rijn en Maas krijgen daar dan ook niet zo heel veel van mee, maar daar trok afgelopen woensdag en donderdag al een eerder lagedrukgebied over met een uitgestrekt regengebied waar 20 tot 30 mm regen viel.

Vandaag trekt het lagedrukgebied naar het oosten weg en neemt de buiigheid langzaam af. Hier profiteert het Azoren hogedrukgebied van dat een nieuwe uitloper vormt tot over het midden van Europa. Dit hogedrukgebied houdt de hele komende week stand en de neerslagkansen in de stroomgebieden zijn dan klein. Aan het eind van de week verzwakt dit hogedrukgebied, maar dan ligt op de Atlantische Oceaan ten westen van Ierland alweer een nieuw sterk hogedrukgebied klaar dat in de dagen daarna zijn invloed tot over onze omgeving zal gaan uitbreiden.

Voor het zover is kan op 17 en 18 oktober nog geen regenzone passeren die In de stroomgebieden wat regen kan brengen. Veel moeten we daar niet van verwachten want zo'n regenzone tussen twee sterke hogedrukgebieden in, kan uiteindelijk ook helemaal verpieteren.

De verwachting is nu dat het Ierse hogedrukgebied na het volgend weekend, zeker een week het weer in onze omgeving gaat bepalen. Dat betekent dan opnieuw een droge week en daarmee aanhoudend lage waterstanden in de rivieren. De regenrijke periode die we nu meemaken blijkt dus wederom slechts een korte onderbreking te zijn in de aanhoudende reeks van hogedrukgebieden.

Rijn stijgt nog iets, daarna weer dalend tot 6,2 m NAP, later mogelijk 6,1 m NAP.

De Rijn is de afgelopen dagen een paar decimeter gestegen tot 6,35 m NAP op dit moment; de afvoer steeg 100 m3/s van 540 naar 640 m3/s. Ondanks de stijging is dit nog steeds uitzonderlijk laag en voorlopig gaat daar weinig in veranderen. In Nederland is vandaag en gisteren vrij veel regen gevallen maar een klein stukje verder naar het zuiden bleef de regenval al beperkt tot niet meer dan 10 mm. Dat is onvoldoende om de Rijn veel verder te laten stijgen en de 6,6 m die ik afgelopen vrijdag noemde, zal niet bereikt worden.

Er komt de komende 3 tot 4 dagen nog hoogstens zo'n 5 cm bij de huidige stand, tot ca 6,4 m NAP op woensdag en donderdag. De afvoer bedraagt dan ca 660 m3/s. Omdat het ook de rest van de week zo goed als droog blijft in het stroomgebied, gaat de waterstand vanaf donderdag weer langzaam dalen.

De eerste dagen met ongeveer 5 cm per dag en net na het volgend weekend wordt dan de 6,2 m NAP weer bereikt. De dagen daarna daalt de stand nog wat verder om in de tweede helft van die week (rond 21 oktober) bij 6,1 m NAP uit te komen. Ik ga er dan vanuit dat er op 17 en 18 oktober maar weinig regen valt. Mocht dat regengebied toch wat actiever zijn, dan kan de daling in die week wat trager verlopen, of gaat de stand weer licht omhoog naar 6,15 tot 6,2 m NAP rond 23 oktober.

Omdat het droge weer ook in de week van 19 t/m 26 oktober aan lijkt te gaan houden is de kans groot dat de stand in die week verder blijft dalen, al zal dat heel traag verlopen. Het is niet onwaarschijnlijk dat het droge weer zo lang aanhoudt, dat het laagterecord van de Rijn, dat nu op 6,05 m NAP staat, aan het eind van de maand nogmaals scherper wordt gesteld. Daarover volgende week meer, als duidelijk is of er rond 17 oktober wat regen gaat vallen en hoe lang het Ierse lagedrukgebied het weer in de stroomgebieden gaat bepalen.

Maasafvoer blijft zeer laag, rond 35 m3/s.

De Maas profiteerde de afgelopen week van wat regen die in het stroomgebied viel. Eerst passeerde op woensdag één flink regengebied en dat leverde een opvallende piek op die de afvoer tot 400 m3/s liet stijgen. Dit werd vooral veroorzaakt door het stuwbeheer in Wallonië en de afvoer ging daarna ook weer snel omlaag. Op zaterdag viel er nogmaals wat regen en dat leverde een wat lagere piek op van ongeveer 100 m3/s, maar ook dat water is inmiddels weer doorgevoerd en omdat er vandaag weinig regen is gevallen, gaat de afvoer nu weer terug naar onder de 50 m3/s.

De komende dagen blijft de afvoer laag, zo rond de 35 m3/s, omdat er geen regen meer wordt verwacht. Mogelijk valt op 17 oktober wat regen, die een kleine opleving kan veroorzaken. De dagen daarna blijft het weer voor langere tijd droog en zakt de afvoer weer naar tussen 30 en 35 m3/s.

Water Inzicht.

Zomerhalfjaar leverde record lage gemiddelde Rijnafvoer

Voor het watergebruik in ons land kijken we vooral naar de periode van 1 april tot en met 30 september. In die tijd van het jaar hebben landbouw en natuur het meeste water nodig en is ook het drinkwatergebruik het grootst. We maken dan dankbaar gebruik van het water dat door de rivieren wordt aangevoerd om de tekorten die in droge jaren in de neerslag optreden aan te vullen. De afgelopen zomer was wat dat betreft een spannende zomer want het was langdurig droog en ook was de rivierafvoer erg laag.

De rivierafvoeren zijn nu nog steeds laag, maar omdat het waterverbruik nu veel kleiner is, wordt dat minder sterk gevoeld. Behalve de binnenvaart dan, die nog steeds veel minder vracht mee kan nemen als wat ze graag zouden willen en de natuur in de uiterwaarden, waar veel nevengeulen en moerassen nog steeds droog liggen.

Als we de gemiddelde afvoer berekenen over de periode van 1 april t/m 30 september dan blijkt dat de Rijn iets minder dan de helft van de normale hoeveelheid water heeft aangevoerd in die tijd: 1.011 m3/s om precies te zijn, terwijl het gemiddelde over het zomerhalfjaar over de hele meetreeks ruim 2.000 m3/s bedraagt. In de grafiek hieronder is de gemiddelde zomerafvoer vanaf 1901 uitgezet.

Scherm­afbeelding 2026-10-11 om 14.12.08.png

Gemiddelde Rijnafvoer van het zomerhalfjaar met trendlijn en de 10 jaren met de laagste afvoer ingekleurd.
Gemiddelde Rijnafvoer van het zomerhalfjaar met trendlijn en de 10 jaren met de laagste afvoer ingekleurd.

De 5 jaren met de laagste afvoer zijn rood ingekleurd; naast dit jaar zijn dat 1921, 1949, 1976 en 2022 en ze liggen dus aardig verspreid over de meetreeks. Als we ook de nummers 6 t/m 10 een kleurtje geven, dan vinden we daar opvallend veel jaren in terug uit de afgelopen 25 jaar. De Rijn voer in het zomerhalfjaar dus vaker minder water af en dat zien we ook terug in de trendlijn (grijze streepjeslijn), die duidelijk afloopt.

Het afgelopen jaar komt wat dat betreft dus niet als een verrassing een is een duidelijke trend naar lagere gemiddelde zomerafvoeren. Een lager zomergemiddelde wil overigens nog niet zeggen dat ook de laagste afvoeren gemiddeld steeds lager zijn geworden. Dit jaar zien we dat wel, maar de trendlijn daarin is veel minder duidelijk; ik kom daar een andere keer op terug. In de tabel hierna heb ik de 20 jaren op een rij gezet met de laagste gemiddelde zomerafvoeren. 2026 staat daarin helemaal bovenaan, op de voet gevolgd door een jaar uit een ver verleden.

Scherm­afbeelding 2026-10-11 om 14.11.49.png

Tabel met de 20 jaren met de laagste gemiddelde zomerafvoer (links) en het percentage van de gemiddelde afvoer. Aan de rechterkant staat voor deze jaren het gemiddelde over de periode waarin ook het voorgaande winterhalfjaar is meegenomen.
Tabel met de 20 jaren met de laagste gemiddelde zomerafvoer (links) en het percentage van de gemiddelde afvoer. Aan de rechterkant staat voor deze jaren het gemiddelde over de periode waarin ook het voorgaande winterhalfjaar is meegenomen.

Dat jaar, 1921, leek wat het weer betreft veel op dit jaar.  Het was in een groot deel van het stroomgebied langdurig droog en tot voor dit jaar was het in grote delen van het Duitse deel van het stroomgebied van de Rijn ook het droogste jaar. De kans is groot dat 2026 die positie nu gaat overnemen, vooral in de regio Baden Württemberg waar het Zwarte Woud in ligt, waar tot nu toe dit jaar maar ca 35% van de normale hoeveelheid regen is gevallen.

Ook andere regio’s van de Rijn zoals Rheinland Pfalz en Hessen kampen met extreme droogte. Meer naar het noorden in Nordrhein Westfalen valt het mee met de droogte en daar zal 1921 niet van de troon worden gestoten. Dat geldt ook voor Nederland waar 1921 ook het tot nu toe droogste jaar is, maar dat zal niet veranderen want op enkele droge maanden na, viel in ons land in veel maanden toch nog aardig wat regen. 1921 viel verder op door weinig sneeuw in de Alpen, waardoor de Rijn in het voorjaar tijdens het smeltseizoen niet op veel extra water hoefde te rekenen.

Een ander bekend jaar waarin het langdurig droog was, is 1976, en dat vinden we bij de zomerafvoeren op de 3e plaats; wel met een ruim 100 m3/s hogere afvoer. Het jaar 2018 dat in Nederland ook zeer droog verliep vinden we pas op de 17e plaats in de tabel. In dat jaar was het voorjaar nog relatief nat en de periode van lage afvoeren begon toen pas in juli. Het najaar was toen wel erg droog, maar die periode valt buiten het zomerhalfjaar.

1921 viel nog om een andere reden op en dat is dat de droogte al in het voorgaande winterseizoen was begonnen. Vanaf november 1920 zakten de afvoeren toen naar zeer lage waarden om daar tijdens de winter niet of nauwelijks bovenuit te klimmen. Uiteindelijk zou de afvoer gedurende de periode van najaar 1920 t/m december 1921 op 255 dagen onder de 1.000 m3/s blijven. Ter vergelijking, dit jaar staat de teller pas op 110 en in 2018 kwamen we uiteindelijk uit op 118 dagen.

De lage afvoeren van dit jaar duren dus al wel erg lang, maar het verleden laat zien dat het nog veel langer kan. In de volgende grafiek heb ik ook de afvoer van het voorgaande winterhalfjaar meegenomen in het gemiddelde.

Scherm­afbeelding 2026-10-11 om 14.12.22.png

Gemiddelde Rijnafvoer van het zomerhalfjaar en het voorafgaande winterhalfjaar (dus 12 maanden vanaf 1/10 t/m 30/9) met trendlijn en de 10 jaren met de laagste afvoer ingekleurd.
Gemiddelde Rijnafvoer van het zomerhalfjaar en het voorafgaande winterhalfjaar (dus 12 maanden vanaf 1/10 t/m 30/9) met trendlijn en de 10 jaren met de laagste afvoer ingekleurd.

2026 komt voor die periode van 1 oktober 2025 t/m 30 september dit jaar uit op 1.550 m3/s en dat betekent slechts een 10e plaats in de ranglijst; wat net een oranje kleurtje oplevert. 1921 staat hier uiteraard aan kop met een veel lagere gemiddelde afvoer van 1.172 m3/s; op de voet gevolgd door 1949, een andere jaar met ook langdurig laagwater in de winter. De recente jaren met een lage zomerafvoer komen we in de grafiek niet tegen bij de lage afvoeren. 2026 is het eerste jaar sinds 1976 dat in de top 10 is terechtgekomen.

De tabel hierboven laat ook zien dat de recente jaren met een droge zomer vaak een opvallend hoge positie hebben als ook de winter wordt meegenomen. Zo had 2003, dat een zeer droge zomer kende, juist een winter met hoge afvoeren en ook de droge zomer van 2018 werd voorafgegaan door een natte winter.

We zien dus dat de frequentie van langdurige lage afvoeren in het zomerhalfjaar duidelijk is toegenomen, maar dat het vrijwel niet meer voorkomt dat dit ook door een winter met lage afvoeren wordt voorafgegaan. Dit jaar komt een beetje in de buurt, de droogte in het stroomgebied begon in het zuiden van Duitsland ook al in november 2025, maar in 1921 en 1949 duurde de periode met lage afvoeren langer en begon deze al in de voorgaande winter met zeer lage afvoeren.

Dit gegeven dat de aan droge zomers voorafgaande winters niet droger zijn geworden laat zien dat het zin heeft om in te zetten op het vasthouden van water in het stroomgebied. Voorkomen moet worden dat water dat in de winter valt snel wordt afgevoerd door het te bufferen in het stroomgebied, bijvoorbeeld in de bodem. Dit water stroomt dan in de maanden daarna vertraagd vcia de bodem af om dan een apar maanden later de rivieren te voeden.

Tenslotte nog een blik vooruit, want kunnen we aan de hand van deze jaren met zeer langdurig lage afvoeren iets zeggen over wat ons dit jaar nog te wachten staat. In 1921 duurde het lage water tot eind december, in 1949, 1976 en 2018 tot eind november. Ook in de andere jaren duurde het vaak tot in november, alleen in 2020 en 2022 was het vanaf september al voorbij. Op grond van deze statistiek is de kans dus grote dat de lage afvoeren nog wel tot in november en misschien begin december aan kunnen houden.

Abonneren op