U bent hier

Actuele verwachtingen waterstanden

Het water in de Nederlandse rivieren en delta is altijd in beweging. De hoeveelheid neerslag en smeltwater zorgen ervoor dat de waterstand in de rivieren stijgt of daalt en in de delta en langs de kust zijn het vooral stormen die de waterstanden bepalen. Op deze pagina met actuele verwachtingen schrijf ik iedere week onder de kop Water van de Week een prognose hoe de waterstanden zich op korte termijn ontwikkelen. Als de waterstanden in de rivieren sterk gaan stijgen en er zich een hoogwater ontwikkelt of als er een storm met hoogwater langs de kust op komst is, verschijnen de hoogwaterberichten met een hogere frequentie van eens in de 2 of 3 dagen. Naast de waterverwachtingen probeer ik ook iedere week een onderwerp wat verder uit te diepen in de rubriek Water Inzicht in het tweede deel van het wekelijkse waterbericht.

 

Deze week nog lage waterstanden, daarna wellicht een flinke stijging

Gaat de langverwachte weeromslag er nu echt komen? Vorig weekend leek het er nog op dat een volgend hogedrukgebied de komende week heer en meester zou zijn en neerslag voorlopig op afstand zou blijven. Nu ziet de verwachting voor komende week er heel anders uit en vooral vanaf woensdag kan flink wat regen gaan vallen. Na het volgend weekend zou er mogelijk nog veel meer regen kunnen vallen, waardoor de waterstanden echt uit het dal kunnen klimmen. Voordat bij de waterbeheerders en mensen die van het water afhankelijk zijn de vlag uit gaat, nog even afwachten tot de regen echt gevallen is. In het waterbericht leest u de details.

In Water Inzicht een terugblik op de twee perioden dat de Rijnafvoeren deze nazomer het verste wegzakten. Welk deel van het stroomgebied leverde toen het meeste water en wat waren de verschillen tussen beide perioden.

Water van de week

Eén, misschien twee flink natte perioden op komt

De neerslagverwachting voor de komende week tot 10 dagen vooruit is de afgelopen dagen flink op de schop gegaan. Vorige week zag het er nog naar uit dat we nu met een sterk hogedrukgebied te maken zouden krijgen, dat langdurig het weer in de stroomgebieden kon gaan bepalen. Mijn verwachting was toen dat de lage afvoeren misschien wel tot het eind van de maand zouden voortduren.

Medio afgelopen week was al duidelijk dat er ook lagedrukgebieden op het toneel zouden kunnen verschijnen, die misschien wel voor een verrassing konden gaan zorgen. Gisteren en vandaag trok zo’n lagedrukgebied over de stroomgebieden en dit bracht al wat regen. Het grote hogedrukgebied komt er nog steeds, het ligt nu al bij Schotland en trekt in onze richting, maar het trekt veel sneller door dan eerder werd verwacht.

Woensdag kan dan al een actief regengebied de stroomgebieden bereiken. Tot en met vrijdag kan er zo’n 25 tot 40 mm regen vallen en dat is voldoende om de Rijn en Maas te laten stijgen. Vanaf komend weekend probeert het hogedrukgebied weer een uitloper te vormen tot over Centraal-Europa, maar de verwachting van vanmorgen laat ook een opvallend sterk lagedrukgebied zien dat vanaf de Atlantische Oceaan richting het noorden van de Noordzee trekt. Dit zou vanaf zondag 25/10 tot het midden van de week daarna (rond 28/10) nogmaals veel regen kunnen brengen.

In totaal komt de hoofdrun van het Europese weermodel voor de komende 10 dagen met 50 tot soms 100 mm regen in de stroomgebieden. Ik hou nog een flinke slag om de arm, zeker voor de tweede regenperiode, maar mocht het uitkomen dan gaan de waterstanden flink in de lift. Een andere mogelijkheid is dat de lage druk toch weer noordelijker blijft en de stroomgebieden buiten schot blijven. Een interessante weersituatie om de komende dagen in de gaten te houden.

Rijn eerst nog rond 6,3 m NAP, vanaf midden van de week stijgend naar 6,7 m, later mogelijk naar 7,5 m.

De afgelopen week verliep grotendeels droog in het stroomgebied, alleen gisteren en vandaag viel er wat regen. De waterstand bij Lobith ging aanvankelijk wat omlaag tot iets onder de 6,3 m NAP, maar bleef daarna stabiel. De afvoer schommelde rond 630 m3/s.

Regen die gisteren vlak over de grens viel, zorgt nu voor een heel beperkte stijging van een paar centimeter. Daarna volgt er ook nog wat water uit de rest van het stroomgebied, maar dit is slechts voldoende voor een stabilisatie van de waterstanden rond 6,3 m NAP. Vanaf woensdag bereikt nieuwe regen het stroomgebied en dit levert vanaf donderdag een langzame stijging op van ca 10 cm per dag. Maandag na het weekend kan de stand dan gestegen zijn tot 6,7 m NAP (+/- 10 cm) en de afvoer stijgt dan naar ca 750 m3/s.

Volgens de laatste verwachting kan er vanaf zondag opnieuw veel regen gaan vallen, al is dat op deze termijn uiteraard nog onzeker. Mocht het uitkomen, dan kan de waterstand na maandag 26/10 verder stijgen naar mogelijk 7,5 m NAP, en misschien nog wat meer, aan het eind van die week. De afvoer stijgt dan voor het eerst sinds maanden weer tot boven de 1.000 m3/s, waarmee er een einde zou komen aan de laagwaterperiode. Maar een en ander is nog erg onzeker en hangt vooral af van de regen die na volgend weekend kan gaan vallen. Mocht die uitblijven, dan blijft de waterstand voorlopig nog onder de 7 m NAP.

Maasafvoer stijgt ook, maar pas na volgend weekend

De Maas daalde afgelopen week weer naar een afvoer van ca 30 tot 35 m3/s bij Maastricht. Het bleef de hele week ook vrijwel droog in het stroomgebied en ook de afgelopen 2 dagen viel er maar weinig. Het blijft de komende dagen nog droog en pas vanaf woensdag kan er wat regen vallen. Ook de dagen daarna ligt het stroomgebied van de Maas net naast het gebied waar veel regen gaat vallen en tot en met vrijdag blijft het bij zo’n 15 tot 25 mm. Voldoende voor een lichte stijging tot ca 50 m3/s op zaterdag. Het is goed mogelijk dat het regengebied ook de Ardennen weet te raken en dan kan de afvoer wel wat verder stijgen tot mogelijk 100 m3/s.

De tweede periode met veel regen, van zondag 25 t/m woensdag 28/10, zou wel veel regen in de Ardennen kunnen brengen en als dat uitkomt, kan de afvoer verder stijgen naar mogelijk 250 m3/s. Maar het is nog uiterst onzeker of die vele regen er wel komt, dus misschien blijft het bij een afvoer tussen 50 en maximaal 100 m3/s.

Water Inzicht

Waar kwam het water vandaan tijdens de momenten dat de Rijnafvoer het laagste was.

Op een kleine onderbreking na is de afvoer al bijna 4 maanden onder de 1000 m³/s. Dat is bijna net zoveel als in het jaar 2018, wat ook een zeer lange periode dan lage afvoeren kende. In een gemiddeld jaar bedraagt het aantal dagen met een zo lage afvoer namelijk maar ca 15 tot 20. De huidige laagwaterperiode kende tot nu toe twee momenten dat de waterstand tot een zeer lage waarde daalde: op 17 augustus, toen de stand bij Lobith naar 6,11 m NAP zakte, bij een afvoer van 560 m³/s, en op 30 september, toen de Rijn nog net iets verder daalde naar respectievelijk 6,05 m NAP en 543 m³/s.

Ik ben voor beide perioden op zoek gegaan naar de herkomst van dit water en ondanks dat de verschillen niet heel groot zijn, was de bijdrage van verschillende delen van het stroomgebied wel heel verschillend. Zo kwam bij de eerste laagwaterperiode nog ca 380 m³/s uit Zwitserland en was dat de tweede keer maar ca 315 m³/s. Dat het verschil bij Lobith toch maar 17 m³/s bedroeg was te danken aan de bijdrage uit Duitsland die toen wat groter was geworden. Het had ondertussen wat geregend en dat leverde nog lang een wat grotere bijdrage vanuit met name Duitsland. In de volgende twee kaarten zijn de afvoeren van de deelstroomgebieden weergegeven voor achtereenvolgens de eerste en de tweede laagwaterperiode.

Afvoeren aug 2026.jpg

Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de Rijnafvoer (in m3/s) bij Lobith tijdens de laagwaterperiode van medio augustus
Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de Rijnafvoer (in m3/s) bij Lobith tijdens de eerste laagwaterperiode van medio augustus

Afvoeren sep 2026.jpg

Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de Rijnafvoer (in m3/s) bij Lobith tijdens de tweede laagwaterperiode van eind september
Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de Rijnafvoer (in m3/s) bij Lobith tijdens de tweede laagwaterperiode van eind september

In de tabel hieronder zijn de afvoeren uit de deelstroomgebieden en de Rijn zelf ook nog op een rij gezet om ze goed te kunnen vergelijken. Als we eerst naar Zwitserland kijken, dan blijkt dat de Alpen tijdens de tweede golf duidelijk minder water aanvoerden: in augustus 235 m³/s en in september nog maar 154 m³/s. Ook procentueel was het aandeel kleiner, in augustus kwam nog 42% van het water dat bij Lobith passeerde vanuit het hooggebergte, in september was dat nog 28%.

Vooral de Aare, die gewoonlijk veel water uit het hooggebergte ontvangt was flink in afvoer achteruitgegaan. Het was vooral vanwege het lange droge weer dat de aanvoer vanuit het hooggebergte kleiner was geworden; gewoonlijk vallen er in de zomer namelijk veel buien in de Alpen en die bleven nu grotendeels achterwege. Voor een deel is gaat het ook om smeltwater van gletsjers, maar dat is zeker niet de hoofdmoot, omdat de gletsjers slechts een beperkt areaal beslaan.

De grote Zwitserse zijrivieren van de Rijn monden aan de voet van de Alpen eerst uit in grote meren en die fungeren als enorme buffers voor het water. In de tabel is weergegeven hoeveel water er in de meren uitstroomt en hoeveel er uitstroomt. Bij de Bodensee bijvoorbeeld stroomde er in augustus 85 m³/s in en 145 m³/s uit. Veel meer dus en dat is allemaal water dat eerder in het voorjaar en de zomer, toen de Rijnafvoer vanuit de Alpen nog veel hoger was, in het meer is opgeslagen.

Scherm­afbeelding 2026-10-18 om 17.06.28.png

Tabel met de bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de Rijnafvoer bij Lobith tijdens de beide laagwaterperioden en de verschillen.
Tabel met de bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Rijn aan de Rijnafvoer bij Lobith tijdens de beide laagwaterperioden en de verschillen.

De Bodensee is in feite een groot natuurlijk buffervat dat langzaam leegloopt, zonder dat daar sluizen en stuwen aan te pas komen. In september was bij de Bodensee de afvoer vanuit de Alpen licht gedaald (naar 72 m³/s), maar was de hoeveelheid uitstromend water veel meer afgenomen (naar 112 m³/s). Leverde de Bodensee in augustus nog ruim 25% van het wat dat bij Lobith binnenstoomde, eind september was dat nog ruim 20%. Het hoort bij deze tijd van het jaar dat zowel de bijdrage vanuit de Alpen als vanuit de meren afneemt, maar dit jaar liggen beide wel op een heel laag niveau.

Als we naar het totale aanbod vanuit de meren kijken in september dan blijkt dit aandeel echter niet afgenomen, maar zelfs nog wat groter te zijn dan in augustus. Dit heeft de Rijn vooral te danken aan de Aare die vanaf de Bielersee ca 35 m³/s extra is gaan afvoeren. Bij de andere meren is de bijdrage vanuit de buffers namelijk overal kleiner geworden, maar bij de Bielersee juist veel groter.

Dit extra water is vooral afkomstig uit het meer van Neufchatel, dat stroomopwaarts van de Bielersee ligt en er via een kanaal mee verbonden is. Waar de Aare de Bielersee uitstroomt ligt een stuw waarmee het peil in beide meren geregeld kan worden. Tijdens de zomer was de uitstroom vanuit de Bielersee steeds ongeveer even groot als de instroom, maar vanaf begin september laat men meer water wegstromen dan er instroomt; door de stuw wat meer te openen.

Beide meren dalen sindsdien met ca 1 cm per dag en dat levert de Aare ongeveer 30 tot 35 m³/s extra op. Zonder deze gestuurde buffer zou de Rijnafvoer in Nederland dus nog flink lager zijn geweest. Bij de andere meren is deze mogelijkheid om extra water te bufferen er niet. Ondanks de flinke bijdrage uit de Zwitserse Bielersee was de afvoer vanuit Zwitserland in september toch ruim 60 m³/s lager. In Duitsland werd dit voor een groot deel weer ingelopen.

De afvoer van de Neckar en de Main was groter en ook andere beken die vanuit het Zwarte Woud en de Vogezen naar de Rijn stroomden zullen een wat hogere afvoer hebben gehad, want bij Kaub, halverwege Duitsland was het verschil nog ca 30 m³/s. Verder stroomafwaarts verschilde de bijdrage uit de meeste zijbeken niet veel tussen de beide perioden. Het verschil tussen beide laagwaterperioden nam hier heel langzaam nog wat verder af; mogelijk dat er ook minder water gebruikt werd, waardoor het verschil afnam.

Alles bij elkaar bedroeg de bijdrage vanuit het Duitse en via de Moezel ook Franse deel in september ca 225 m³/s, dat is 45 m³/s meer dan in augustus. In augustus kwam nog ca 68% uit Zwitserland, in september was dat afgenomen tot 58%. Nog een disclaimer bij al de genoemde afvoeren in deze bijdrage; die zijn namelijk niet 100% betrouwbaar. Afvoeren worden namelijk niet direct gemeten, maar zijn altijd afgeleid van de waterstanden. Veel meetstations in vooral Duitsland, maar ook bij Lobith, daalden verder dan ooit tevoren en voor zo lage waterstanden zijn de afvoergegevens daarom niet helemaal betrouwbaar; maar ze zijn altijd nog wel bruikbaar voor een goede indruk van de bijzondere situatie in deze nazomer.

Laagwaterbericht Rijn

Komende 2 weken nog weinig verandering in de waterstanden.

Hoge druk blijft het weer in de stroomgebieden bepalen, al zijn er wel klein verstoringen van het drukpatroon die lokaal regen kunnen brengen waar de Rijn een beetje van gaat profiteren. Zo droog als ik afgelopen zondag aankondigde zal het daarom waarschijnlijk niet worden en de kans op een niuw laagterecord is voorlopig niet aan de orde.

De waterstand bij Lobith bedraagt al ongeveer een week ca. 6,3 m NAP (afvoer 630 m3/s) en de komende twee dagen komt daar nog maar weinig verandering in. Vanuit Zuid-Duitsland was nog wat extra water onderweg, van regen die eind vorige week is gevallen, en daardoor is de stand nu ongeveer stabiel. Eerder dacht ik dat de stand door dit extra water nog wat zou stijgen, maar dat wordt niet meer dan enkele centimeters.

Vanaf vrijdag al is dit zuidelijke water voorbij en gaat de waterstand weer langzaam wat dalen, eerst naar ca 6,25 m NAP (afvoer 610 m3/s) en begin volgende week naar 6,2 m NAP (afvoer 590 m3/s) op woensdag 21/10. Ondertussen is er op 17 en 18 oktober wel wat regen gevallen in het noordelijk deel van het stroomgebied en daardoor gaat de waterstand maar weinig omlaag. Mocht er daar wat meer regen vallen dan nu verwacht wordt, dan blijft de daling misschien nog wat meer beperkt.

Op 18 en 19 oktober is het regengebied boven Zuid-Duitsland aangekomen en daar gaat het waarschijnlijk wat activeren zodat er voldoende regen valt voor een wat grotere stijging in de Bovenrijn in Zuid-Duitsland vanaf 20 oktober. Deze regen zat eerder nog niet zo prominent in de verwachting en is vandaag nog wat meer geworden. Mogelijk dat de hoeveelheden de komende dagen nog wat verder toenemen, maar de verwachting kan uiteraard ook weer opdrogen zoals we eerder dit jaar vaker hebben gezien.

Als de nu verwachte regen valt, dan kan dat bij Lobith vanaf 21 oktober voor een stijging zorgen van zo’n 30 tot 40 cm naar een stand tussen 6,5 en 6,6 m NAP op 24 en 25 oktober. De afvoer zou dan tot ca 750 m3/s kunnen stijgen. Vanaf 20 oktober krijgt hoge druk weer meer invloed op het weer in het stroomgebied en wordt voorlopig weer voor wat langere tijd weinig regen verwacht. Een verdere stijging vanaf 25 oktober bij Lobith lijkt er daarom nog niet in te zitten en zeer waarschijnlijk gaat de waterstand in de laatste week van oktober weer omlaag.

Eindelijk weer wat regen in de stroomgebieden en de rivieren veren even wat op

De rivieren zijn iets gestegen, maar het is niet voor lange duur, want een volgend hogedrukgebied heeft zich alweer aangediend en als we de verwachtingen erop naslaan, dan is dit nog zeker niet de laatste, want vanaf komend weekend dient zich waarschijnlijk alweer een nieuw en nog wat sterker exemplaar aan. De opleving in de rivieren is dus slechts van korte duur. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek water inzicht één terugblik op het afgelopen zomer half jaar waarin de Rijn gemiddeld minder water afvoerde dan ooit, maar het scheelde niet eens zoveel met het vorige record dat meer dan 100 jaar oud is.

Water van de Week.

Even een nat intermezzo, vooral in Nederland

Na een langere periode van droog weer werden we de afgelopen dagen getrakteerd op flink wat regen. Dat was dan vooral in Nederland het geval want dieper de stroomgebieden in viel minder regen en ook in Nederland waren de verschillen groot. De regen wordt veroorzaakt door een lagedrukgebied dat over het noorden van de Noordzee trekt. De bijbehorende regenzone passeerde vrijdag en gisteren en vandaag stond er een stevige westenwind waarin veel buien werden en nog steeds worden meegevoerd.

De buienactiviteit is het grootst boven het noorden van Nederland, waar lokaal in twee dagen tijd tot 50 mm regen kan vallen, verder naar het zuiden is de activiteit veel minder groot en blijft er bij 10 tot 15 mm. De stroomgebieden van Rijn en Maas krijgen daar dan ook niet zo heel veel van mee, maar daar trok afgelopen woensdag en donderdag al een eerder lagedrukgebied over met een uitgestrekt regengebied waar 20 tot 30 mm regen viel.

Vandaag trekt het lagedrukgebied naar het oosten weg en neemt de buiigheid langzaam af. Hier profiteert het Azoren hogedrukgebied van dat een nieuwe uitloper vormt tot over het midden van Europa. Dit hogedrukgebied houdt de hele komende week stand en de neerslagkansen in de stroomgebieden zijn dan klein. Aan het eind van de week verzwakt dit hogedrukgebied, maar dan ligt op de Atlantische Oceaan ten westen van Ierland alweer een nieuw sterk hogedrukgebied klaar dat in de dagen daarna zijn invloed tot over onze omgeving zal gaan uitbreiden.

Voor het zover is kan op 17 en 18 oktober nog geen regenzone passeren die In de stroomgebieden wat regen kan brengen. Veel moeten we daar niet van verwachten want zo'n regenzone tussen twee sterke hogedrukgebieden in, kan uiteindelijk ook helemaal verpieteren.

De verwachting is nu dat het Ierse hogedrukgebied na het volgend weekend, zeker een week het weer in onze omgeving gaat bepalen. Dat betekent dan opnieuw een droge week en daarmee aanhoudend lage waterstanden in de rivieren. De regenrijke periode die we nu meemaken blijkt dus wederom slechts een korte onderbreking te zijn in de aanhoudende reeks van hogedrukgebieden.

Rijn stijgt nog iets, daarna weer dalend tot 6,2 m NAP, later mogelijk 6,1 m NAP.

De Rijn is de afgelopen dagen een paar decimeter gestegen tot 6,35 m NAP op dit moment; de afvoer steeg 100 m3/s van 540 naar 640 m3/s. Ondanks de stijging is dit nog steeds uitzonderlijk laag en voorlopig gaat daar weinig in veranderen. In Nederland is vandaag en gisteren vrij veel regen gevallen maar een klein stukje verder naar het zuiden bleef de regenval al beperkt tot niet meer dan 10 mm. Dat is onvoldoende om de Rijn veel verder te laten stijgen en de 6,6 m die ik afgelopen vrijdag noemde, zal niet bereikt worden.

Er komt de komende 3 tot 4 dagen nog hoogstens zo'n 5 cm bij de huidige stand, tot ca 6,4 m NAP op woensdag en donderdag. De afvoer bedraagt dan ca 660 m3/s. Omdat het ook de rest van de week zo goed als droog blijft in het stroomgebied, gaat de waterstand vanaf donderdag weer langzaam dalen.

De eerste dagen met ongeveer 5 cm per dag en net na het volgend weekend wordt dan de 6,2 m NAP weer bereikt. De dagen daarna daalt de stand nog wat verder om in de tweede helft van die week (rond 21 oktober) bij 6,1 m NAP uit te komen. Ik ga er dan vanuit dat er op 17 en 18 oktober maar weinig regen valt. Mocht dat regengebied toch wat actiever zijn, dan kan de daling in die week wat trager verlopen, of gaat de stand weer licht omhoog naar 6,15 tot 6,2 m NAP rond 23 oktober.

Omdat het droge weer ook in de week van 19 t/m 26 oktober aan lijkt te gaan houden is de kans groot dat de stand in die week verder blijft dalen, al zal dat heel traag verlopen. Het is niet onwaarschijnlijk dat het droge weer zo lang aanhoudt, dat het laagterecord van de Rijn, dat nu op 6,05 m NAP staat, aan het eind van de maand nogmaals scherper wordt gesteld. Daarover volgende week meer, als duidelijk is of er rond 17 oktober wat regen gaat vallen en hoe lang het Ierse lagedrukgebied het weer in de stroomgebieden gaat bepalen.

Maasafvoer blijft zeer laag, rond 35 m3/s.

De Maas profiteerde de afgelopen week van wat regen die in het stroomgebied viel. Eerst passeerde op woensdag één flink regengebied en dat leverde een opvallende piek op die de afvoer tot 400 m3/s liet stijgen. Dit werd vooral veroorzaakt door het stuwbeheer in Wallonië en de afvoer ging daarna ook weer snel omlaag. Op zaterdag viel er nogmaals wat regen en dat leverde een wat lagere piek op van ongeveer 100 m3/s, maar ook dat water is inmiddels weer doorgevoerd en omdat er vandaag weinig regen is gevallen, gaat de afvoer nu weer terug naar onder de 50 m3/s.

De komende dagen blijft de afvoer laag, zo rond de 35 m3/s, omdat er geen regen meer wordt verwacht. Mogelijk valt op 17 oktober wat regen, die een kleine opleving kan veroorzaken. De dagen daarna blijft het weer voor langere tijd droog en zakt de afvoer weer naar tussen 30 en 35 m3/s.

Water Inzicht.

Zomerhalfjaar leverde record lage gemiddelde Rijnafvoer

Voor het watergebruik in ons land kijken we vooral naar de periode van 1 april tot en met 30 september. In die tijd van het jaar hebben landbouw en natuur het meeste water nodig en is ook het drinkwatergebruik het grootst. We maken dan dankbaar gebruik van het water dat door de rivieren wordt aangevoerd om de tekorten die in droge jaren in de neerslag optreden aan te vullen. De afgelopen zomer was wat dat betreft een spannende zomer want het was langdurig droog en ook was de rivierafvoer erg laag.

De rivierafvoeren zijn nu nog steeds laag, maar omdat het waterverbruik nu veel kleiner is, wordt dat minder sterk gevoeld. Behalve de binnenvaart dan, die nog steeds veel minder vracht mee kan nemen als wat ze graag zouden willen en de natuur in de uiterwaarden, waar veel nevengeulen en moerassen nog steeds droog liggen.

Als we de gemiddelde afvoer berekenen over de periode van 1 april t/m 30 september dan blijkt dat de Rijn iets minder dan de helft van de normale hoeveelheid water heeft aangevoerd in die tijd: 1.011 m3/s om precies te zijn, terwijl het gemiddelde over het zomerhalfjaar over de hele meetreeks ruim 2.000 m3/s bedraagt. In de grafiek hieronder is de gemiddelde zomerafvoer vanaf 1901 uitgezet.

Scherm­afbeelding 2026-10-11 om 14.12.08.png

Gemiddelde Rijnafvoer van het zomerhalfjaar met trendlijn en de 10 jaren met de laagste afvoer ingekleurd.
Gemiddelde Rijnafvoer van het zomerhalfjaar met trendlijn en de 10 jaren met de laagste afvoer ingekleurd.

De 5 jaren met de laagste afvoer zijn rood ingekleurd; naast dit jaar zijn dat 1921, 1949, 1976 en 2022 en ze liggen dus aardig verspreid over de meetreeks. Als we ook de nummers 6 t/m 10 een kleurtje geven, dan vinden we daar opvallend veel jaren in terug uit de afgelopen 25 jaar. De Rijn voer in het zomerhalfjaar dus vaker minder water af en dat zien we ook terug in de trendlijn (grijze streepjeslijn), die duidelijk afloopt.

Het afgelopen jaar komt wat dat betreft dus niet als een verrassing een is een duidelijke trend naar lagere gemiddelde zomerafvoeren. Een lager zomergemiddelde wil overigens nog niet zeggen dat ook de laagste afvoeren gemiddeld steeds lager zijn geworden. Dit jaar zien we dat wel, maar de trendlijn daarin is veel minder duidelijk; ik kom daar een andere keer op terug. In de tabel hierna heb ik de 20 jaren op een rij gezet met de laagste gemiddelde zomerafvoeren. 2026 staat daarin helemaal bovenaan, op de voet gevolgd door een jaar uit een ver verleden.

Scherm­afbeelding 2026-10-11 om 14.11.49.png

Tabel met de 20 jaren met de laagste gemiddelde zomerafvoer (links) en het percentage van de gemiddelde afvoer. Aan de rechterkant staat voor deze jaren het gemiddelde over de periode waarin ook het voorgaande winterhalfjaar is meegenomen.
Tabel met de 20 jaren met de laagste gemiddelde zomerafvoer (links) en het percentage van de gemiddelde afvoer. Aan de rechterkant staat voor deze jaren het gemiddelde over de periode waarin ook het voorgaande winterhalfjaar is meegenomen.

Dat jaar, 1921, leek wat het weer betreft veel op dit jaar.  Het was in een groot deel van het stroomgebied langdurig droog en tot voor dit jaar was het in grote delen van het Duitse deel van het stroomgebied van de Rijn ook het droogste jaar. De kans is groot dat 2026 die positie nu gaat overnemen, vooral in de regio Baden Württemberg waar het Zwarte Woud in ligt, waar tot nu toe dit jaar maar ca 35% van de normale hoeveelheid regen is gevallen.

Ook andere regio’s van de Rijn zoals Rheinland Pfalz en Hessen kampen met extreme droogte. Meer naar het noorden in Nordrhein Westfalen valt het mee met de droogte en daar zal 1921 niet van de troon worden gestoten. Dat geldt ook voor Nederland waar 1921 ook het tot nu toe droogste jaar is, maar dat zal niet veranderen want op enkele droge maanden na, viel in ons land in veel maanden toch nog aardig wat regen. 1921 viel verder op door weinig sneeuw in de Alpen, waardoor de Rijn in het voorjaar tijdens het smeltseizoen niet op veel extra water hoefde te rekenen.

Een ander bekend jaar waarin het langdurig droog was, is 1976, en dat vinden we bij de zomerafvoeren op de 3e plaats; wel met een ruim 100 m3/s hogere afvoer. Het jaar 2018 dat in Nederland ook zeer droog verliep vinden we pas op de 17e plaats in de tabel. In dat jaar was het voorjaar nog relatief nat en de periode van lage afvoeren begon toen pas in juli. Het najaar was toen wel erg droog, maar die periode valt buiten het zomerhalfjaar.

1921 viel nog om een andere reden op en dat is dat de droogte al in het voorgaande winterseizoen was begonnen. Vanaf november 1920 zakten de afvoeren toen naar zeer lage waarden om daar tijdens de winter niet of nauwelijks bovenuit te klimmen. Uiteindelijk zou de afvoer gedurende de periode van najaar 1920 t/m december 1921 op 255 dagen onder de 1.000 m3/s blijven. Ter vergelijking, dit jaar staat de teller pas op 110 en in 2018 kwamen we uiteindelijk uit op 118 dagen.

De lage afvoeren van dit jaar duren dus al wel erg lang, maar het verleden laat zien dat het nog veel langer kan. In de volgende grafiek heb ik ook de afvoer van het voorgaande winterhalfjaar meegenomen in het gemiddelde.

Scherm­afbeelding 2026-10-11 om 14.12.22.png

Gemiddelde Rijnafvoer van het zomerhalfjaar en het voorafgaande winterhalfjaar (dus 12 maanden vanaf 1/10 t/m 30/9) met trendlijn en de 10 jaren met de laagste afvoer ingekleurd.
Gemiddelde Rijnafvoer van het zomerhalfjaar en het voorafgaande winterhalfjaar (dus 12 maanden vanaf 1/10 t/m 30/9) met trendlijn en de 10 jaren met de laagste afvoer ingekleurd.

2026 komt voor die periode van 1 oktober 2025 t/m 30 september dit jaar uit op 1.550 m3/s en dat betekent slechts een 10e plaats in de ranglijst; wat net een oranje kleurtje oplevert. 1921 staat hier uiteraard aan kop met een veel lagere gemiddelde afvoer van 1.172 m3/s; op de voet gevolgd door 1949, een andere jaar met ook langdurig laagwater in de winter. De recente jaren met een lage zomerafvoer komen we in de grafiek niet tegen bij de lage afvoeren. 2026 is het eerste jaar sinds 1976 dat in de top 10 is terechtgekomen.

De tabel hierboven laat ook zien dat de recente jaren met een droge zomer vaak een opvallend hoge positie hebben als ook de winter wordt meegenomen. Zo had 2003, dat een zeer droge zomer kende, juist een winter met hoge afvoeren en ook de droge zomer van 2018 werd voorafgegaan door een natte winter.

We zien dus dat de frequentie van langdurige lage afvoeren in het zomerhalfjaar duidelijk is toegenomen, maar dat het vrijwel niet meer voorkomt dat dit ook door een winter met lage afvoeren wordt voorafgegaan. Dit jaar komt een beetje in de buurt, de droogte in het stroomgebied begon in het zuiden van Duitsland ook al in november 2025, maar in 1921 en 1949 duurde de periode met lage afvoeren langer en begon deze al in de voorgaande winter met zeer lage afvoeren.

Dit gegeven dat de aan droge zomers voorafgaande winters niet droger zijn geworden laat zien dat het zin heeft om in te zetten op het vasthouden van water in het stroomgebied. Voorkomen moet worden dat water dat in de winter valt snel wordt afgevoerd door het te bufferen in het stroomgebied, bijvoorbeeld in de bodem. Dit water stroomt dan in de maanden daarna vertraagd vcia de bodem af om dan een apar maanden later de rivieren te voeden.

Tenslotte nog een blik vooruit, want kunnen we aan de hand van deze jaren met zeer langdurig lage afvoeren iets zeggen over wat ons dit jaar nog te wachten staat. In 1921 duurde het lage water tot eind december, in 1949, 1976 en 2018 tot eind november. Ook in de andere jaren duurde het vaak tot in november, alleen in 2020 en 2022 was het vanaf september al voorbij. Op grond van deze statistiek is de kans dus grote dat de lage afvoeren nog wel tot in november en misschien begin december aan kunnen houden.

Laagwaterbericht; opleving waterstand Rijn, maar slechts van korte duur

Waterstand in de Rijn gaat even omhoog, maar stijging zet niet door.

Het hogedrukgebied dat de afgelopen weken voor droog weer heeft gezorgd in de stroomgebieden heeft plaats gemaakt voor lagedrukgebieden met regen. Een eerste exemplaar trok woensdag en donderdag over Centraal-Europa naar het noordoosten en bracht in Duitsland flink wat regen. Dit levert de stijging op die nu bij Lobith is begonnen.

Bij Lobith was de waterstand, na een heel beperkte opleving vorige week, al enkele dagen stabiel, net onder 6,15 m NAP; slechts 10 cm boven de recordstand van 30 september. De afvoer bedroeg de afgelopen dagen ongeveer 590 m3/s; ca 50 m3/s boven de recordwaarde. De regen die al gevallen is levert bij Lobith nu een stijging op van slechts 20 cm naar 6,35 m NAP op zondag. Er is nog wel wat meer water onderweg want donderdag viel ook in Zuid-Duitsland wat regen en dat arriveert vanaf zondag bij Lobith.

Inmiddels heeft ook een lagedrukgebied boven het noorden van de Noorse Zee zijn invloed tot onze omgeving uitgebreid en dat brengt vandaag en morgen regen in de stroomgebieden. De meeste neerslag valt vrij noordelijk en daardoor profiteert maar een beperkt aantal zijrivieren van de Rijn. Dit nieuwe water komt wel boven op het water dat vanuit Zuid-Duitsland onderweg is, zodat de waterstand bij Lobith nog wat verder kan stijgen.

Vanaf maandag verwacht ik dat de stand vanaf 6,35 m NAP verder stijgt naar 6,45 m NAP op dinsdag en een hoogste stand van 6,6 m NAP op woensdag. Bij veel regen vandaag kan dit nog wat hoger uitvallen, maar meer dan 6,75 m NAP zal het niet worden; en bij minder regen kan het ook nog iets lager uitvallen. De afvoer zal woensdag gestegen zijn tot tussen 720 en 740 m3/s; toch weer bijna 200 m3/s meer dan tijdens het diepterecord.

Tot zover het goede nieuws voor de Rijn, want het ziet er toch naar uit dat het Azoren-hogedrukgebied zijn vleugels nogmaals tot over Centraal-Europa uit gaat breiden. Er breekt vanaf morgen daarom weer een langere droge periode aan. Niet overal want het hogedrukgebied reikt niet heel ver noordelijk en volgende regengebieden kunnen daardoor wel het noorden van Nederland en Duitsland bereiken. Het grootste deel van het stroomgebied van de Rijn valt hier echter buiten en daarom gaat de Rijn vanaf de tweede helft van komende week toch weer dalen.

Er is door de regen die is gevallen en nog valt wel een kleine buffer opgebouwd, dus verloopt de daling niet heel snel. Op zondag 18/10 verwacht ik dat de stand weer onder de 6,5 m NAP zakt en rond het midden van die week (rond 21/10) kan  NAP weer bereikt worden. Het Europese weermodel laat de regengebieden soms wel iets zuidelijker komen, maar dit levert steeds maar weinig water op, dus is de kans op een volgende opleving van de waterstand voorlopig erg klein.

Pas vanaf 21 of 22 oktober laat het model weer nieuwe regengebieden zien die wel het stroomgebied kunnen bereiken, maar dat is buiten de betrouwbare waarnemingstermijn. Voorlopig houdt de laagwaterperiode na de kleine opleving van ca 50 cm, dus nog wel even aan. 

Maas ook even iets hoger

De Maas is door de regen van afgelopen woensdag en donderdag ook gestegen. In eerste instantie leverde dit een plotselinge hoge piek op van ruim 400 m3/s, maar dat was vooral het gevolg van verkeer op elkaar afgestelde stuwen in Wallonië. Die piek zakte daarna dan ook weer snelw eg en nu bevindt de afvoer zich op een hoogte van ca 50 m3/s. Dit houdt voorlopig even aan en misschien dat regen vandaag er nog iets bovenop doet, maar ook in het stroomgebied van de Maas wordt het weer snel droog, zodat de afvoer op termijn were zakt naar tussne 30 en 40 m3/s.

Weersverandering, voldoende regen voor een stijging Rijn en Maas.

Afgelopen woensdag bereikte de Rijn een nieuw laagterecord van 6,05 m NAP, 6 cm lager dan medio augustus. Voorlopig is dit het laagste punt want er is al wat regen gevallen en deze week komt er nog aardig wat bij. De stand bij Lobith is daardoor al weer wat gestege en gaat nog wat verder stijgen, over een week ongeveer 50 cm. De Maas profiteert ook van de regen en klimt uit het diepe dal van de laatste weken. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek water Inzicht een analyse van het zoutgehalte in het IJsselmeer, wat de afgelopen weken flink is gestegen. Waar komt dit zout vandaan en welke rol speelt de lage Rijnafvoer daarbij.

Water van de Week

Hogedrukgebieden verliezen langzaam hun invloed op het weer.

Afgelopen woensdag en donderdag viel er eindelijk weer wat regen in de stroomgebieden en daar profiteert vooral de Rijn van. Niet dat het heel veel is, want de stand stijgt niet meer dan 20cm, maar de daling is in ieder geval gestopt. Rijkswaterstaat had het afgelopen week al zo ongeveer opgegeven en gaf de binnenvaart te kennen dat de schippers maar op hun eigen kompas moesten varen. Het was niet meer mogelijk om de waterdiepten in de Bovenrijn te meten, omdat de schepen van Rijkswaterstaat daarvoor te diep staken. Het laat zien hoe uniek de situatie nu is een het is te hopen dat de schippers de goede beslissingen hebben weten te nemen.

De meeste regen viel woensdag aan de oostkant van het stoomgebied van de Rijn en de Maas, die ten westen van de Rijn ligt, viel er daardoor buiten. De regen was voorlopig eenmalig, want het dit jaar onuitputtelijke hogedrukgebied, herstelde zich weer snel. Inmiddels is de luchtdruk in onze omgeving alweer zover gestegen dat regengebieden weer op grote afstand blijven.

Die situatie houdt aan tot het midden van de komende week. Tegen die tijd schuift het hogedrukgebied wat naar het zuiden en breekt dan op in een westelijk en oostelijk deel. Daar tussenin vormt zich op woensdag een lagedrukgebied, dat vanaf Spanje via Frankrijk over Duitsland naar de Oostzee trekt. Dit zorgt in de tweede helft van de week voor nieuwe neerslag en er kan dan zo’n 20 tot 30 mm regen vallen in enkele dagen, lokaal nog wat meer. Voldoende voor een nieuwe stijging van de Rijn en nu zou ook de Maas kunnen profiteren. Het is een meteorologisch gezien opvallende situatie, zo'n lagedrukgebeid dat boven het continent onstaat, zeker in het najaar; dus ik hou nog een slag om de arm of er ook echt zoveel regen gaat vallen; maar het zou mogelijk ook nog meer kunnen zijn.

In het volgend weekend herstelt het westelijke hogedrukgebied zich nogmaals met een uitloper over Centraal-Europa. Lagedrukgebieden trekken dan over Noord-Europa naar het oosten en de bijbehorende neerslagzones kunnen dan ook de stroomgebieden bereiken. Hoe ver de regen dan zuidelijk doordringt in de stroomgebieden is nu nog onduidelijk. De meeste regen valt er waarschijnlijk in de eerste helft van de week na volgend weekend, daarna lijkt hoge druk weer wat meer in vloed te krijgen.

Samengevat tot woensdag 7/10 droog in de stroomgebieden, daarna een viertal natter dagen met t/m zaterdag 10/10 in totaal 25 tot, in de Middelgebergten, 50 mm regen. Daarna een afwisseling van regendagen en droge dagen, met de meeste kans op regen in de periode van 12 t/m 14/10 en daarna weer wat droger; maar geen terugkeer naar langdurig droog weer.

Rijn eerst stabiel tussen 6,15 en 6,2 m; daarna ca 50 cm stijgend.

De regen van medio afgelopen week heeft de Rijn een heel klein beetje laten stijgen. Bij Lobith bedraagt de stand nu ca 6,15 m NAP, 10 cm meer dan het laagterecord. De afvoer is ca 40 m3/s gestegen en bedraagt nu 580 m3/s. Het water is afkomstig van regen die in de omgeving van het Ruhrgebied viel. Vanuit het zuiden van het stroomgebied is ook nog wat water onderweg en daardoor stabiliseert de stand rond dit niveau of daalt later weer iets.

Vanaf 8 t/m 11 oktober gaat er meer regen vallen in Midden-Duitsland en het eerste water hiervan arriveert twee dagen later bij Lobith. De stand gaat dan eerst heel langzaam stijgen, maar als vanaf maandag 11 oktober ook water vanuit Zuid-Duitsland arriveert, gaat het wat sneller. Op grond van de neerslagverwachting ga ik uit van een stand van 6,4 m NAP op 13/10, 6,6 m NAP op 14/10 en een hoogste stand van ca 6,7 m NAP op 15/10.

Vanaf de 14e oktober zou er opnieuw regen kunnen gaan vallen en als dat uitkomt, dan kan de stand na een lichte daling vanaf 16 of 17 oktober weer wat verder kunnen stijgen. Maar dit is voor nu nog erg onzeker, want eerst moet de regen van de eerste regenperiode nog gaan vallen. Omdat er voorlopig geen lange droge periode aan lijkt te komen is het onwaarschijnlijk dat de stand nog verder gaat dalen; een sterke stijging is echter ook nog niet in zicht.

Maasafvoer stijgt iets in de loop van de week.

Ondanks de droogte die nu alweer enkele weken duurt in het stroomgebied blijft de Maasafvoer vrijwel stabiel. Net bovenstrooms van de aftakking van het Albertkanaal is de afvoer nu wel tot net onder de 35 m3/s gezakt, maar dat is maar 2 of 3 m3/s minder dan medio september toen de droogte weer begon. Bij Maastricht bedraagt de gemiddelde afvoer nu iets minder dan 23 m3/s.

De komende paar dagen verandert daar niet veel in, maar vanaf woensdag kan er wat regen vallen en vooral donderdag kan er voldoende vallen voor een lichte stijging. Misschien dat op vrijdag de 50 m3/s weer even wordt bereikt. Vanaf zaterdag wordt het weer een paar dagen droog, maar vanaf dinsdag 13 of woensdag 14 oktober kan opnieuw regen gaan vallen. Misschien dat er dan voldoende valt om de afvoer naar een iets hoger niveau te tillen.

Water Inzicht.

Het IJsselmeer, onze grootste zoetwaterbuffer maar wel met beperkingen.

Het IJsselmeer en het ernaast gelegen Markermeer spelen een belangrijke rol in de zoetwatervoorziening van Nederland. Het hele jaar door wordt het meer gevoed door regenval, maar belangrijker nog, de rivier de IJssel die gemiddeld ca 300 m3/s aanvoert. In het zomerhalfjaar putten we daar ons water uit om de noordelijke provincies van water te kunnen voorzien. Bij een aantal inlaatpunten langs de kusten van Noord-Holland, Friesland en Overijssel wordt water via sluizen ingelaten in het binnendijkse watersysteem van kanalen, boezems en vaarten. Daarlangs wordt het door de hele provincies verder gevoerd tot in de verste uithoeken.

De afgelopen zomer hebben de watergebruikers in deze provincies veel profijt gehad van deze buffer want het was vooral in juli en begin augustus wekenlang droog en zeer warm waardoor de watervraag groot was. Vanwege de droogte in het stroomgebied van de Rijn voerde de IJssel in die maanden echter maar weinig water aan, zo weinig dat de aanvoer (slechts 115 m3/s) op een bepaald moment nog maar net de verdamping van het meer (bijna 100 m3/s) kon compenseren.

Gelukkig was hierop geanticipeerd door al in juni het peil van het meer ca 15 cm op te zetten, van 20 naar 5 cm onder NAP, zodat er een flinke extra voorraad beschikbaar was. Na enkele weken droogte was deze buffer echter toch bijna uitgeput en bereikte het waterniveau in het meer het voor de zomer minimale streefpeil van -30 cm NAP. Dat klinkt dramatisch en zo werd het ook naar buiten gebracht, maar heel veel gaat er dan nog niet mis.

Het IJsselmeer is namelijk 3 tot 5 meter diep, dus water was er nog genoeg, en in de herfst en de winter laten we het peil altijd al zakken naar -40 cm NAP, dus dat een te lage stand risico’s met zich meebrengt zal ook meevallen. De recreatievaart moet bij een lager peil wat beter oppassen bij de lokale ondiepe delen van het meer en ook zal het inlaten van water via de sluizen lastiger zijn geweest vanwege het geringere verval tussen buiten- en binnenwater. Maar dat kan je ook met pompen oplossen, zoals we dat we ook doen als er overlast dreigt door hoogwater.

De Deltacommissaris maakte handig van het moment gebruik om te pleiten voor een in de toekomst nog hoger opzetten van het peil in de zomer. Wat de vraag oproept of een wat verder uitzakkend peil dan zoveel problemen oplevert, dat we dat niet ook verder moeten verkennen. Het nadeel van verder opzetten is dat  dat aan het begin van het seizoen al moet gebeuren, als je nog helemaal niet weet of er een droge periode komt en hoelang die duurt. Je zet het peil dan veel vaker op dan nodig is. Terwijl als je je voorbereid op verder uitzakken, je dat alleen hoeft te doen in een extreem droog jaar met een lage Rijnafvoer, zoals we dit jaar meemaken.

Dit jaar was verder uitzakken trouwens niet aan de orde, want ongeveer op de dag af dat de -30 cm NAP werd bereikt ging het regenen en vooral in de noordelijke provincies viel al snel genoeg om de ergste droogte het hoofd te bieden. Het meerpeil steeg weer 10 cm naar een normaal zomerpeil en ook al bleef de IJsselafvoer extreem laag, er was toch weer voldoende water om in de maand september aan de watervraag te voldoen.

Halverwege de maand heeft zich echter wel weer een nieuw probleem aangediend. In droge zomers verzamelt zich namelijk steeds meer zout in het meer en verzilt het langzaam. In de lange droge zomer van 2018 deed zich dit voor het eerst op zo extreme schaal voor dat bijvoorbeeld de waterinname voor drinkwater moest worden gestaakt. De grens daarvoor ligt bij een zoutgehalte van 150 mg/l en dat werd in 2018 wekenlang overschreden.

Het duurde toen tot ver in het najaar voordat het zoutgehalte weer op een acceptabel niveau was gekomen. Voor de landbouw is dit zoutgehalte trouwens minder een probleem; voor de meest gewassen ligt de grenswaarde namelijk op 300 mg/l. Maar voor bepaalde natuurwaarden is een hoog zoutgehalte weer wel een probleem, waterorganismen leven het liefst bij zo weinig mogelijk zout in het water.

Vanwege het enorme watervolume in het meer (ca 4,5 miljard m3) in verhouding tot de aanvoer van water via de IJssel (ca 10 miljoen m3 per dag tijdens lage afvoeren), is de verblijftijd van het water in het meer erg lang. Hoe lager de IJsselaanvoer dan is, hoe meer tijd er nodig is om het meer weer zoet te krijgen na een periode van verzilting.

Het zout in het meer heeft twee bronnen, ten eerste de IJsselafvoer zelf, want het Rijnwater bevat relatief veel zout, dat afkomstig is van zoutmijnen in Frankrijk, die hun afvalwater op de Moezel lozen. Met het zout dat de Rijn aanvoert is trouwens nog iets bijzonders aan de hand, waar ik later in dit artikel op terugkom. Vooral als de Rijnafvoer laag is, is het zoutgehalte van het water relatief hoog: in 2018 bijvoorbeeld nam het zoutgehalte van de Rijn toe tot 160 mg/l, en dit was toen een belangrijke oorzaak van de overlast die in het meer ontstond.

Een andere grote bron van zout voor het IJsselmeer is het zeewater dat via de sluizen in de Afsluitdijk bij het schutten van schepen naar binnen dringt. De meetgegevens van Rijkswaterstaat (zie de afbeelding van de site van waterinfo.nl) laten goed de hoge gehalten bij de sluis zien. Bij iedere schutting spoelt zeewater het IJsselmeer binnen, waar het zwaardere zoute water meteen naar de bodem zakt. Op het meetpunt iets dieper het meer in is dat goed te zien: op 7 m diepte in de vaargeul bedroeg het zoutgehalte (chloride) de afgelopen dagen ruim 6000 mg/l en op 5,5 m was het ca. 5.600 mg/l. Het zoete water drijft daar bovenop met een chloridegehalte van 380 mg/l op 4 m diep en 169 mg/l op 2 m diep.

Scherm­afbeelding 2026-10-02 om 17.15.52.png

uitsnede van de kaart van waterinfo.nl met het zoutgehalte in het IJsselmeer nabij Den Oever vlakbij de sluis.
uitsnede van de kaart van waterinfo.nl met het zoutgehalte in het IJsselmeer nabij Den Oever vlakbij de sluis.

Dit binnendringen van zout water gebeurt het hele jaar door, maar onder normale omstandigheden, als ook IJsselmeerwater wordt gespuid, spoelt een groot deel van dit zout weer snel terug naar de Waddenzee. Deze zomer verliep anders want de wateraanvoer via de IJssel was zo laag en de watervraag zo groot, dat er nu al maandenlang geen water meer naar de Waddenzee gespuid is. De hoeveelheid zout water in het IJsselmeer neemt daardoor langzaam toe.

Dat hoeft nog geen probleem te zijn als het zout dicht bij de bodem zou blijven liggen. Maar het zout verspreidt zich langzaam en dringt via de diepe geulen in de bodem van heet meer steeds verder door naar het zuiden. Op dagen met veel wind kan het zoute water ook opwervelen en zich over de hele waterkolom verspreiden. Dit zijn ook de dagen dat het zout tot aan de oppervlakte kan komen wat dan een extra risico vormt voor de waterinname. Als het zout zich eenmaal met het zoete water in de waterkolom heeft gemengd, dan zakt het niet meer terug en blijft de hele waterkolom zouter.

Op dit moment is het zoutgehalte aan de oppervlakte van het IJsselmeer op de meeste meetpunten zouter dan 150 mg/l. Bij de inname van drinkwater bij Andijk nog niet, maar dan kan bij een andere windrichting wel ineens gebeuren. In de grafiek hierna heb ik het verloop van het chloridegehalte van het afgelopen jaar voor een meetpunt in het IJsselmeer bij de Noordoostpolder (blauwe lijn)vergeleken met het zoutgehalte van de Rijn bij Lobith (oranje lijn). De Rijnafvoer bij Lobith is weergegeven als een lichtblauw vlak.

Zoutgehalte IJsselmeer en Lobith.jpg

Verloop van het zoutgehalte (Chloride) in mg/l in het IJsselmeer (blauwe lijn) en bij Lobith (oranje lijn) en de Rijnafvoer van dit jaar (lichtblauw vlak).
Verloop van het zoutgehalte (Chloride) in mg/l in het IJsselmeer (blauwe lijn) en bij Lobith (oranje lijn) en de Rijnafvoer van dit jaar (lichtblauw vlak).

In februari was er in de Rijn een kleine hoogwatergolf, maar verder was de afvoer het hele jaar door laag en al in juni zakte de afvoer, veel vroeger dan in andere jaren, onder de 1.250 m3/s. Dit zal ook ongeveer het moment zijn geweest dat met het spuien van IJsselmeerwater gestopt zal zijn. In het verloop van het chloridegehalte bij Lobith zien we een opvallende afname tijdens de hoogwatergolf, van 90 naar 40 mg/l, omdat het zout dan sterk wordt verdund en daarna weer een gestage toename als de afvoer weer afneemt.

In het IJsselmeer neemt het chloridegehalte even later ook af van ca 110 naar 70 mg/l en neemt het daarna ook langzaam toe naar ca 100 mg/l. Zoals we ook later in de meetreeks zullen zien, zijn er begin maart in het IJsselmeer plotselinge schommelingen die de gestage lijn onderbreken. Dit zijn dagen dat zouter water vanaf de bodem door wind en stroming even naar de oppervlakte stijgt; ze duren meestal maar kort.

Van april tot en met half juli blijft het chloridegehalte bij Lobith schommelen tussen 60 en 70 mg/l om daarna, als de Rijnafvoer onder 1000 m3/s zakt, gestaag te gaan stijgen naar ca 100 mg/l op het moment dat de Rijnafvoer, met ca 600 m3/, in augustus voor het eerst historisch laag is. Het chloridegehalte in het IJsselmeer stijgt in de loop van het voorjaar al wel langzaam van 100 naar 110 mg/l en heeft in de tweede helft van juni, als er dagen zijn met meer wind, enkele pieken, die er op duiden dat zich al meer zout water op de bodem heeft verzameld.

In de tweede helft van augustus stijgt de Rijnafvoer weer een klein beetje en dat is voldoende om het zoutgehalte bij Lobith weer met circa 20 mg/l te laten dalen om daarna, als de Rijnafvoer vanaf 5 september weer afneemt, weer langzaam te stijgen naar bijna 100 mg/l op dit moment. In het IJsselmeer zien we deze afname van het zoutgehalte niet terug, het zoutgehalte neemt daar juist steeds verder toe.

Vanaf de tweede helft van augustus was er meer wind en omdat zich gedurende de zomer, waarin er niet gespuid kon worden, op de bodem veel zoutwater heeft opgehoopt, is dat zoute water gaat mengen en wordt de waterkolom steeds zouter. Vanaf medio september wordt de 150 mgl/l overschreden en kort daarna werd op enkele dagen ook de 200 mg/l bereikt. De laatste dagen schommelt het gehalte rond 175 mg/l. Bij de drinkwaterinname van Andijk steeg het gehalte half september een aantal keren tot 160 mg/l en bevindt het zich nu op ca 130 mg/l.

De oorzaak van de sterke stijging in het IJsselmeer is ditmaal dus niet de Rijn, die zouter water aanvoerde, maar vooral het zout vanuit de Waddenzee dat via de sluizen in het meer is terecht gekomen. Wat het chloridegehalte mogelijk ook heeft laten stijgen, is de verdamping. Als er in de zomer veel water verdampt, blijft er zout achter, zodat de concentratie langzaam zal zijn toegenomen. Maar de grootste bron zal toch het schutwater zijn dat vanuit de Waddenzee het meer in is gestroomd.

Voorlopig is het IJsselmeer daar nog niet vanaf, want de komende weken blijft de Rijnafvoer nog aan de lage kant en is er nog geen water beschikbaar om door te spoelen. Om fors door te kunnen spoelen zal de Rijnafvoer toch minimaal naar 2000 of 3000 m3/s moeten stijgen, waarvan dan 15% via de IJssel wordt afgevoerd. Daar moeten we misschien nog wel maanden op wachten en al die tijd is er het risico dat tijdens dagen met veel wind, er steeds meer zout vanaf de bodem in de waterkolom terecht komt.

Ten slotte nog de interessante waarneming waar ik hierboven al even aan refereerde: er is de afgelopen jaren iets bijzonders gebeurt met het zoutgehalte van het Rijnwater dat vanuit Duitsland wordt aangevoerd. Dat gehalte nam deze zomer zelfs op de dagen met een historisch lage afvoer niet verder toe dan circa 100 mg/l en dat is een enorm verschil met de situatie in 2018 toen bij een nog iets hogere Rijnafvoer het zoutgehalte zelfs toenam tot 160 mg/l.

Toen ik dit op het spoor kwam heb ik de meetreeks van het zoutgehalte bij Lobith van de afgelopen jaren eens op een rij gezet en daaruit blijkt een opvallende afname sinds begin 2023 (zie de volgende grafiek). In de jaren vanaf 2015 tot en met 2022 bedroeg het zoutgehalte gemiddeld bijna 90 mg/l en waren er bijna jaarlijks, tijdens perioden van laag water, pieken tot 150 mg/l. Lage gehalten onder 60 mg/l kwamen toen alleen voor tijdens korte perioden van hoge afvoer.

Zoutgehalte Lobith van 2015 t:m 2026.jpg

Chloridegehalte van het Rijnwater dat bij Lobith Nederland binnenstroomt over de periode vanaf 2015 t/m deze zomer. Vanaf 2023 is er een opvallende afname opgetreden.
Chloridegehalte van het Rijnwater dat bij Lobith Nederland binnenstroomt over de periode vanaf 2015 t/m deze zomer. Vanaf 2023 is er een opvallende afname opgetreden.

Sinds het voorjaar van 2023 is dit plotseling verandert. Het gemiddelde chloridegehalte is met 30% gedaald naar ca 65 mg/l, de pieken komen niet meer boven de 100 mg/l en perioden met lage waarden zijn niet meer alleen voorbehouden aan de momenten dat de Rijnafvoer hoog is.

Voor het IJsselmeer is dit goed nieuws want het betekent dat de Rijn als bron van zout veel minder belangrijk is geworden. Als deze afname er niet was geweest dan was het zoutgehalte van de Rijn in de afgelopen zomer maandenlang hoger dan 150 mg/l zijn geweest, was het meer nu nog veel zouter geweest en was de inname van drinkwater waarschijnlijk al lange tijd niet meer mogelijk geweest. Ook zouden we dan de komende maanden veel langer moeten wachten tot het zoutgehalte weer op een acceptabel niveau zou zijn gekomen omdat het voor het doorspoelen bij een Rijnafvoer van ca 2000 m3/s veel uitmaakt of het zoutgehalte van de Rijn 65 mg/l bedraagt of bijna 90 mg/l.

Niet alleen het IJsselmeer profiteert maar ook in het westen van het land waar in het Benedenrivierengebied veel innamepunten voor zoet water liggen. Deze hebben tijdens lage rivierafvoeren altijd al te maken met zout dat vanuit zee via de Nieuwe Waterweg binnendringt en de lagere bijdrage van zout via de Rijn betekent dat deze punten minder snel zullen hoeven te sluiten. Ook profiteert de waterkwaliteit in een groot deel van Nederland, want via kanalen en sloten wordt het Rijnwater door bijna 60% van ons land gevoerd, wat betekent dat vooral in de zomer ook in het binnenwater de chloridegehalten zullen verbeteren.

Dat is goed nieuws voor de zoetwaternatuur en de landbouw die het water gebruikt voor beregening. Het is nu al drie jaar lang dat dit aan de orde is en ik had er nog niet eerder van gehoord, maar misschien heb ik iets gemist. Het zou interessant zijn om de oorzaak van de afname op te sporen; is een van de zoutbedrijven gestopt of is het productieproces gewijzigd en vooral belangrijk si of het blijvend is, want dat zou goed nieuws zijn voor de Nederlandse waterkwaliteit.

Abonneren op